De Shaq Beeld Eén
De ShaqBeeld Eén

Televisie★★☆☆☆

De acteerprestaties in ‘De Shaq’ waren houterig, de dialogen ongemakkelijk en stijf

Zoals ik laatst nog tegen de huiskat zei: ‘Surrealisme is een kùnstvorm, waarde vriend. Absurdisme lijkt voor buitenstaanders dan wel op willekeur, alsof het hoofdzakelijk berust op een ontbrekend causaal verband, maar als uitdrukkingsvorm verdraagt het allerminst nonchalance. Wil je er bovendien mee wegkomen in fictiereeksen, dan zijn de acteerprestaties ook van geen gering belang. Ja, het komt nàuw voor wie verdienstelijke onzin wilt voortbrengen.’ ‘Waf’, zei de kat daarop. We kwamen er die avond niet uit, kortom.

Aanleiding voor die intersoortelijke discussie heette ‘De Shaq’, de laatste van vier korte reeksen besteld door de openbare omroep, dat meerdere aanzetten tot zulk komisch bedoeld absurdisme vertoonde, maar dat me achteraf vooral argwanend mijn glas water deed monsteren - een vergiftiging van de watervoorraad met lsd is ongezien, maar nooit uitgesloten.

De premisse was er nochtans eentje waarvoor je me wakker mocht maken: Shaq, vertolkt door de debuterende Prince K. Appiah, werd ontboden door zijn boekhouder en zakenpartner Marnix - door Bart Hollanders neergezet als een typevoorbeeld van het specimen Verkavelingsvlaming - om tezamen een prangend probleem het hoofd te bieden. Het euvel kwam bij nader inzien neer op het kwijtspelen van een onbeheerd lijk. Het stoffelijk overschot behoorde op de koop toe tot een gezamenlijke kennis van de twee, wat Marnix - duidelijk kwaad in de zin - er herhaaldelijk toe bracht om de naar zijns inziens gemeenschappelijke aard van hun probleem te onderstrepen. Het benieuwde me welke kant het daarna uit zou gaan, maar al snel raakte ik, geheel tegen mijn zin, weer verlost van die nieuwsgierigheid. Hoewel Shaq en Marnix namelijk aldoor kans liepen om op uiteenlopende manieren geklist te worden, werd hun nervositeit nooit de mijne, noch kon ik ooit hun respectievelijke beweegredenen of handelingen terdege doorgronden. ‘Ligt het aan mij?’, vroeg ik bezorgd aan de kat. ‘Waf’, zei die, wat me toch enigszins geruststelde.

Dat ‘De Shaq’ in vier afleveringen niet tot eenzelfde wasdom zou komen als z’n drie voorgangers was al snel merkbaar, mede dankzij de hardnekkige houterigheid van de acteerprestaties en de vaak ongemakkelijk zittende dialogen, die inzake stijfheid de rigor mortis van het lijk in het achterplan moeiteloos naar de kroon staken. Wellicht viel één en ander terug te leiden tot een scenario dat lelijk liep te manken buiten beeld, want ook de hakkelende manier waarop scènes elkaar opvolgden, deed ‘De Shaq’ al bij al eerder bevreemdend aanvoelen dan absurdistisch. Er bestaat nochtans een wezenlijk verschil tussen de twee: in de praktijk bepaalt het onder meer de mate waarin je als kijker kunt instappen. ‘De Shaq’ liet zich daarentegen uitsluitend van buitenaf bezichtigen, alle goede bedoelingen inzake inclusie ten spijt. Qua ontknoping zat ik ook te wachten op een sluitender verklaring dan het alomvattende ‘psychopathie’, merkte ik: na vier afleveringen node geduld uitoefenen, leek die uitkomst me vooral een makkelijke uitvlucht. ‘Geduld mag dan wel een schone deugd heten, maar vooral bij minireeksen wil ik me er niet aldoor op hoeven op te beroepen’, sprak de kat. ‘Waf’, knikte ik. Werd het toch nog een gezellige avond.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234