'Na de eerste reeks had de blues me stevig bij m'n nekvel.'Beeld vrt

'Down the Road'Dieter Coppens geeft zich bloot

Dieter Coppens over ‘Down the Road’: ‘Het is fantastisch om te zien hoe al die vriendschappen standhouden’

De eerste aflevering van het vierde seizoen van ‘Down the Road’ haalde afgelopen zondag ruim een anderhalf miljoen kijkers. Enkele maanden geleden sprak Dieter Coppens met Humo onder andere over de opnames van dat nieuwe seizoen. Lees hier het interview: 

(Verschenen in Humo op 8 juni 2020)

Mannen die hun vrouw met een hartstochtelijk doorzettingsvermogen Rudy blijven noemen, terwijl de burgerlijke stand over documenten beweert te beschikken die wijzen op de voornaam Rut: ze deugen. Dieter Coppens is er zo eentje, en dus vind ik het niet erg dat het in zijn tuin is dat ik me vandaag het nat in de bilnaad zweet, en weiger ik om me uit m'n hum te laten brengen door de hond des huizes. Die is prachtig, maar moet wel nog leren dat het zijn eigen ballen zijn die hij hoort te likken.

HUMO Net vóór corona iedereen de gracht inreed, is de vierde reeks van ‘Down the Road’ opgenomen. Daarin ga je opnieuw op reis met de deelnemers uit het eerste seizoen.

COPPENS «Dat bleek een heel interessant uitgangspunt, omdat je zo te zien krijgt hoe het hun sindsdien is vergaan. Want alles in ‘Down the Road’ is pril: vriendschappen die ontstaan, liefde die ontluikt, een groepsgevoel dat groeit. Maar in het vierde seizoen zal die groep al bestaan, en zal het dus vooral gaan over hoe dingen veranderen, verdwijnen of blijven. Want het begin van een vriendschap is zelden moeilijk, hè, en onder een prille liefde hoef je geen rode loper te schuiven. Wat daarna komt, dát is het grote werk.

»Het mooie is dat al de deelnemers ook over dat soort onderwerpen verstandige dingen zeggen. En dat ze dat zonder reserves doen. Als je praat met iemand die down heeft, krijg je de mens te zien zonder het korset van sociale regels, angst en schaamte.»

HUMO Vind je dat aantrekkelijk? Zou je zelf stiekem liever zonder filter leven?

COPPENS «Eigenlijk wel. Die argeloosheid is toch prachtig?

»Ik heb gemerkt dat ik in ‘Down the Road’ héél dicht bij mezelf zit. Dat is niet evident, hoor, want een camera verandert je. Je bent je bewust van je eigen aanwezigheid, en je probeert om een versie van jezelf neer te zetten die die camera behaagt. Maar in ‘Down the Road’ zie ik de man die ik 's ochtends ook in de spiegel tref. Dat is wat die gasten in me naar boven halen: zonder aarzeling mezelf zijn.»

HUMO ‘Down the Road’ is vaak een mijlpaal voor de deelnemers. Maar zijn er ook die er niets aan vonden?

COPPENS (denkt na) «Neen, ik kan me écht niemand voor de geest halen. Sommigen winnen aan maturiteit en zelfvertrouwen, anderen proeven de smaak van de vrijheid, maar er is altijd een vorm van winst.

»Het is nooit de bedoeling geweest om onze deelnemers op te tillen. Dat zou ook heel pedant zijn, hè: ‘De jongens van de televisie gaan jouw leven even een boost geven.’ Neen, het is een fijn neveneffect waar we zelf heel blij mee zijn.»

HUMO Ken je de postscoutskampblues? Je hebt iets wervelends en intens meegemaakt, een grijparm tilde je even uit je leven, en dan kom je weer thuis en krijg je het niet uitgelegd aan wie er niet bij was.

COPPENS «Ik zit in de Whats-Appgroepen van de deelnemers, en daar merk ik dat de reacties heel verschillend zijn. Er zijn er inderdaad die het erg missen, zij hebben zich vastgeklonken aan ‘Down the Road’. En er zijn er die weer vrolijk hun oude leventje zijn binnengestapt. Maar voor iedereen geldt: het verkruimelt niet. Het is fantastisch om te zien hoe al die vriendschappen standhouden.

»Na de eerste reeks had de blues me stevig bij m'n nekvel. Ik zat maar wat te zitten, had de puf niet om me weer op m'n leven te gooien. Omdat het zo overrompelend was geweest, ja. Maar ik heb intussen geleerd om mezelf daartegen te beschermen. Dat moest wel: mijn vrouw apprecieerde het niet bovenmatig dat ze me, wanneer ze 's avonds thuiskwam van haar werk, op hetzelfde plaatsje in de zetel aantrof als toen ze 's morgens vertrokken was (lacht).»

‘Onder een prille liefde moet je geen rode loper schuiven. Wat daarna komt, dát is het grote werk’Beeld Geert Van de Velde

HET DOMME DIETERTJE

HUMO Je bent 42. Is dat leuk?

COPPENS «O, ja. Mijn leven is in een plooi gevallen, en het is een góéie plooi. Ik vind het comfortabel dat het zoeken en wroeten grotendeels voorbij is. Dat heeft mijn jaren als dertiger misschien te veel bepaald. We leven in een maatschappij die uitblinken vooropstelt, hè. Vind je talent! Hol je dromen achterna! Excelleer, en verover de wereld! Ik vond dat best intimiderend.»

HUMO Het zou fijn zijn als iemand eens zou zeggen dat grootsheid ook en vooral in gewone, degelijke, middelmatige levens zit. Dat er in de hemel niet veel te zien is, en dat die dus niet per definitie bestormd moet worden.

COPPENS «Já! Je kinderen met hun huiswerk helpen kan heldhaftiger zijn dan van je start-up een multinational maken.

»Nu goed: ik ben voorbij het twijfelen. Ik heb gevonden waar ik goed in ben, en mijn grote geluk is dat ik me daar erg mee amuseer. En weet je wat misschien nog comfortabeler is? Weten wat je níét kunt. Elk jaar polst Erik Van Looy me weleens voor ‘De slimste mens’, en elk jaar zeg ik nee. Maar vroeger deed ik dat aarzelend, met een soort schaamte. De reden waarom ik niet meedoe, vond ik gênant: ik kan dat gewoon niet goed. Ik ben niet de man van de parate kennis, en ik heb iets te veel blinde vlekken. Acteurs en BV's, bijvoorbeeld: ken ik niemand van. Ik neem ook altijd m'n vrouw mee naar feestjes, zodat zij me kan influisteren wie wie is. Gelukkig ben ik niet de enige die zich soms afvraagt met wie hij staat te praten, of die zich gewoonweg vergist: ik word weleens gefeliciteerd met het prachtige ‘Gentbrugge’: ‘Keigoed gedaan, Joris!’ (lacht)

»Enfin, wat ik wilde zeggen: het voelde altijd als een gebrek aan, als een kleine mislukking. Terwijl ik nu gewoon weet: dat kan ik niet, maar ik kan wel iets anders - en dat is prima zo.»

‘Als je praat met iemand die down heeft, krijg je de mens te zien zonder het korset van sociale regels, angst en schaamte. Die argeloosheid is toch prachtig?’

HUMO Onbescheiden zijn over waar je goed in bent, moedig onder ogen zien waar je niet goed in bent: het is zó belangrijk, maar ook zó moeilijk.

COPPENS «Absoluut, en het is een geweldige opluchting dat het me nu begint te lukken. Ik durf nu tegen pakweg de VRT te zeggen: 'Laat maar weten wat er voor mij op de plank ligt, maar zorg er alsjeblieft voor dat het een programma is dat me past. Dat het niet iets is waarin ik een merkwaardige afsplitsing van mezelf moet spelen.' Vroeger had ik dat zelfvertrouwen niet. Ik deed het in mijn broek als Pascal Braeckman en Nico Surings de klank en het beeld van mijn programma's verzorgden. Fuck, dacht ik dan, die mannen werken normaal met Tom Waes. En nu moeten ze godbetert op stap met Dieterke Coppens! (Denkt na) Ik voel me nogal snel klein in vergelijking met andere mensen. Ik zat ooit in een brainstormsessie met Steven Van Herreweghe en Adriaan Van den Hoof, en ik voelde me een loser - het petieterige jongetje dat met de grote mensen wilde meepraten. Die gasten stapelden joke op joke op joke, en ik zat daar wat bedremmeld naar te kijken. Want ik ben helemaal niet snel en ad rem.»

HUMO Je benadrukt in interviews ook telkens weer dat je niet zo'n slimmerik bent. Maar je bent toch een intelligente man? Enig idee waarom je jezelf altijd weer zo naar beneden duwt?

COPPENS «Ik geloof dat dat een erfenis van m'n middelbareschooltijd is. Ik zat op zo'n klassieke, strenge school. Je werd er gequoteerd op wat je wist, en dat was het - naar mijn gevoel waren ze er niet bijster geïnteresseerd in wie je was, of wie je wilde worden. En ik was niet goed in dingen uit het hoofd leren. Het lukte me simpelweg niet, en dus haalde ik slechte punten. Dat zit nog altijd een beetje in mij: ik ben Dieterke, de niet zo slimme. (Glimlacht) Maar jij hebt net gezegd dat ik een intelligente man ben, dus dat is nu eindelijk allemaal voorbij.»

HUMO Je bent bovendien een multitalent, want televisie is slechts je halve leven: je bent ook grafisch ontwerper.

COPPENS «Dat doe ik samen met Tom, een vriend uit mijn schooltijd. We hebben vroeger zowat alles ontworpen: affiches, logo's, geboortekaartjes, generieken van tv-programma's, kledinglabels... Nu hebben we een kleine uitgeverij, Stratier, die focust op mooie dingen voor kinderen. Boekjes om quotes in op te schrijven, vriendschapsboekjes, kleurplaten van Vlaamse tekenaars - dat soort stuff. Het idee kwam er toen ik mijn eigen kinderen met vriendschapsboekjes zag thuiskomen. Dat waren stuk voor stuk gedrochten! Terwijl zo'n vriendschapsboekje toch een essentieel tijdsdocument is: hoe móói is het toch om daar als volwassene in te snuisteren, en die vroege versie van jezelf weer op je netvlies te krijgen?

»Ik hou van het korte, creatieve proces dat bij grafisch ontwerpen hoort. Televisie duurt me soms te lang: zodra je klaar bent met draaien, verdwijnt iemand voor een halfjaar met al het materiaal in een donker hok. Ik ben blij dat andere mensen zich daarom bekommeren. Ook al omdat monteurs doorgaans betere keuzes maken dan ik. Ik heb de neiging om grove moppen te maken - mijn gevoel voor humor danst in een ander ritme dan mijn gevoel voor moraal. En dus is het goed dat sommige fragmenten níét het scherm halen. Misschien is dát wel een idee voor een nieuw programma: 'Het demasqué van Dieterke'! Alle fragmenten die het publiek nooit te zien kreeg, en aantonen dat Dieter Coppens een sociopaat is die mensen met down treitert en pest (lacht).»

ZEBRA IN SCHAARBEEK

HUMO Onlangs was je te gast in ‘De Columbus’ van Wim Lybaert, een mooie aflevering was dat. ‘Ziedaar de spelende mens,’ zei ik tegen niemand in het bijzonder.

COPPENS «‘Hou het kind in jezelf levend,’ zei mijn vader me vaak. ‘Weiger om helemaal volwassen te worden.’ En ja, dat lukt voorlopig aardig.»

HUMO Met Wim Lybaert deel je een hang naar schoonheid en een gebrek aan pretentie. Maar hij is wat banger, wat beduchter voor andere mensen. Je maakte er een spel van om hem uit zijn cocon te lokken. ‘Er zit een kleine missionaris in die Coppens,’ besloot ik, opnieuw tegen niemand in het bijzonder.

COPPENS «Ik doe niets liever dan uit de bus springen om een wildvreemde aan te spreken. Behalve een beetje nieuwsgierigheid en wat humor heb je daar niets voor nodig. Maar het is uit de mode geraakt, vrees ik. Ik zou heel goed geaard hebben in het oude Vlaanderen, dat van de dorpen en de plooistoeltjes voor elk huis. Maar kijk nu eens rond: we zijn het land van de rolluiken, de traliehekken en de metershoge hagen geworden. Wat maakt toch dat we onszelf zo willen beschermen tegen de ander?»

HUMO Je blijft ook een vurige minnaar van liften. Niet die dingen voor wie te lui is om de trap te nemen, wel de kunst van het jezelf een auto binnenlullen met alleen een opgestoken duim als argument.

COPPENS «Autostop doen heeft me geleerd dat je overal ter wereld wel mensen vindt tegen wie het prettig lullen is. Liften is instappen in een wereld die je niet kent. Het is wederzijdse kwetsbaarheid: zowel de automobilist als de lifter zoeken het onbekende op.

»Je mag trouwens niet denken dat het alleen de morsige hippies zijn die je meenemen. Vaak zijn het de vertegenwoordigers, de managers, de succesvolle mieren van de ratrace die stoppen - de eenzaamste mensen, eeuwig in hun blikken doos op de autosnelweg. Hoe vaak heb ik niet in zo'n chique slee gezeten, vier uur lang met 160 per uur, en die man of vrouw was zó blij om eens met iemand te kunnen praten.»

HUMO En je maakt nog eens iets mee.

COPPENS «Ik had eens een kameraad meegenomen, de Jay, het type bohemien voor wie de baard van drie dagen een way of life is. In Luxemburg werden we opgepikt door een knappe vrouw in een dure auto. Ze bood ons een slaapplaats aan, en reed met ons naar haar huis: een kasteel op een berg. ‘Is het oké als jullie even zwemmen terwijl ik het eten klaarmaak?’ Terwijl mevrouw voor ons een heerlijke zalmfilet aan het bereiden was, lagen de Jay en ik bij valavond te plonzen in een prachtig buitenzwembad, met een majestueus zicht op Luxemburg. Wie lift, weet niet of ie straks de nacht doorbrengt onder een picknickbank op een autosnelwegparking dan wel onder zijden lakens in een kasteel: dat is toch heerlijk?

»Iedereen zou een beetje meer yes-man moeten zijn. Gewoon ja zeggen als iemand je iets voorstelt, en zelf gulzig vragen stellen als je iets bijzonders ziet.»

HUMO Een paar jaar geleden zag ik in Schaarbeek een man een zebra in een aanhangwagen leiden. Het allermooiste vond ik de routineuze nonchalance van de handeling: de man deed het lijken alsof het de normaalste zaak van de wereld is, in de hoofdstad even je zebra laten instappen. Maar ik ben niet op hem afgestapt.

COPPENS «Waarom niet? Je wilt dan toch weten waarom hij in hemelsnaam met een zebra op pad is in hartje Schaarbeek?»

HUMO Ja, maar nog fijner vind ik het om de mythe de mythe te laten. Misschien was er wel een banale, ontnuchterende uitleg. Dan verkies ik de verbazing en de onwetendheid.

COPPENS «Komaan, Jeroen, welke banale uitleg kon daarachter zitten? Een zebra! In Schaarbeek! (lacht uitbundig)»

HUMO Liften kan je misschien ook een vertekend mensbeeld opleveren. Te positief, bedoel ik: wie je oppikt, is per definitie geen wantrouwige mens.

COPPENS «Maar ik heb ook heel vaak gelift aan tankstations. Daar moet je mensen in de ogen kijken. En zo heb ik vaak automobilisten overtuigd die nooit gestopt zouden zijn als ik gewoon langs de kant van de weg had gestaan. Dat is toch mooi, dat je mensen door helder en eerlijk uit je ogen te kijken kunt laten zien: ik ben betrouwbaar?»

‘Ik vind het mooi om me de dingen aan te trekken. Een leerkracht noemde me ooit een neohippie. Prima, toch?’Beeld Geert Van de Velde

VLINDERS IN DE RUPS

HUMO Die openheid heb je van je van ouders.

COPPENS «Ja. Het zijn mensen die graag praten, en heel nieuwsgierig door het leven gaan. Zoersel, waar ik ben opgegroeid en nog altijd woon, is een zustergemeente van Crucea, een dorp in Roemenië. Mijn vader is voorzitter van die jumelage, en hij neemt dat heel ernstig. Om beter te communiceren met de mensen daar besloot hij Roemeens te leren. Zat hij elke avond rechtop in bed, brilletje op de neus, Roemeens te leren uit een woordenboekje. Dat is toch prachtig? Er spreekt de ultieme weigering uit om afgestompt te raken, en het ultieme verlangen om lenig te blijven rondlopen in de wereld.

»Mijn ouders hebben mij gulheid geleerd. En vertrouwen. Als ik ging liften - eerst van bij ons in het dorp naar Oostmalle, later naar Frankrijk, uiteindelijk van de Zuid- naar de Noordpool - zei mijn moeder: ‘Volg je buikgevoel. Als je je niet oké voelt in een situatie, wandel dan weg.’ Ze zei dus niet: ‘Die en die situatie moet je vermijden, van die en die mensen moet je afstand houden.’ Nee, ze zei: ‘Volg je buikgevoel.’ Ze gaf me de boodschap dat ze vertrouwde op mijn beoordelingsvermogen.

»Nu, het zou ook niet geloofwaardig geweest zijn als mijn moeder me had verboden om te liften. Ze nam zelf consequent mensen mee. Ik zal nooit het beeld vergeten van de dubbelgeplooide hanenkam. Ik was een kind, en mijn moeder had een koppeltje liftende punks meegenomen. Echte punks, hè, met van die torenhoge hanenkammen. Maar de hanenkam van de jongen was te hoog voor ons autootje: hij plooide dubbel tegen het plafond (lacht).»

HUMO Je groeide op in een gezin van vier, en je hebt nu zelf drie kinderen. Veel mensen zien het ouderschap als een cesuur: ze willen het expliciet anders doen dan hun ouders.

COPPENS «Mij is die gedachte vreemd. Ik kan niets dan dankbaarheid voelen tegenover mijn ouders: het zou al een geweldige verwezenlijking zijn als ik mijn kinderen hetzelfde kan bieden.»

HUMO Hoe is de lockdown je bevallen? Ik vond het heerlijk om zo dicht bij m'n dochtertje te zijn. Ik heb ook het gevoel dat ik haar in die relatief korte tijd véél beter heb leren kennen.

COPPENS «Dat herken ik wel: dankzij corona heb ik een mooie snapshot van mijn drie kinderen kunnen nemen. Tegelijk was het ook best confronterend. Ik werk sowieso vaak thuis, en nu waren de kinderen - ze zijn 11, 13 en 15 - er ook altijd. En ik had niet altijd het gevoel dat ik hun de aandacht gaf die ze nodig hadden. Ik ben een creatieve geest, hè, in mijn hoofd zit een dier dat vaak al mijn aandacht opslokt. En daardoor zit ik soms maar half te luisteren naar de mensen die me omringen.»

HUMO Misschien heeft het wel met meer dan alleen die creatieve geest te maken? Misschien zijn we er als mensen niet voor geprogrammeerd om anderen de volle en exclusieve aandacht te geven.

COPPENS «Daar zit iets in, maar toch: ik zou graag soms wat aanweziger zijn. Ik roep luid dat mensen zich niet mogen opsluiten in zichzelf, dat ze moeten praten en lachen en liefhebben. Maar ik moet ook naar mezelf kijken: in m'n eigen huishouden mag het wat attenter. Er bestaat geen grotere blijk van liefde dan jezelf even aan de kant schuiven, en luisteren naar wat iemand jou wil vertellen.»

HUMO Wat mogen we van die andere liefde, die tussen twee partners, verwachten? Of, wellicht een betere vraag: wat mogen we er niet van verwachten?

COPPENS «Dat jullie eeuwig die twee verliefden blijven die elkaar plat op de mond zoenen zodra op de kermis de kap van de rups dichtgaat.»

HUMO En wat mogen we wel verwachten?

COPPENS «Dat het af en toe terugkomt, dat moment waarop de kap dichtgaat - en het liefst wanneer je het niet ziet aankomen.

»De liefde heeft een heel prozaïsche kant. Het is: de manager zijn van een huishouden. Het is: de ander zijn gang laten gaan, niet héél de wereld van je partner willen bezitten. Het is: nadenken, praten, compromissen sluiten. Maar gelukkig is het ook: weten dat je niet alleen bent, en het ook nooit zult zijn.

»Ik heb één periode gehad waarin ik vrijgezel was en van plan was om het allemaal eens te proberen: ik zou vrolijk in het rond gaan vogelen! Wel, daar is niets van in huis gekomen. Ik weet niet wat het was - misschien was mijn deodorantkeuze wat ongelukkig in die tijd? - maar er was géén interesse (lacht). En het is ook niet wie ik ben. Op het gevaar af als een nuffige pater te klinken: ik vind het niet fijn om mensen als consumptiegoederen te beschouwen. Mensen zijn geen blik frisdrank dat je opentrekt en, zodra het leeg is, in de pmd-zak gooit.»

‘Ik zou heel goed geaard hebben in het oude Vlaanderen, dat van de dorpen en de plooistoeltjes voor elk huis.’Beeld Geert Van de Velde

DE DOMSTE APEN

HUMO Je kunt je behoorlijk druk maken over de apathie tegenover de dreigende klimaatverandering.

COPPENS «Dat veel mensen die nog steeds schouderophalend afwimpelen, maakt me boos. Het is geen fabeltje uit de koker van de spindoctor van een groene partij, hè. Het is wetenschap, verdomme. Correcte, harde, tot pessimisme stemmende wetenschap. Het is een gegeven, geen aanname: de opwarming is bezig en de gevolgen zullen enorm zijn. En de klimaatverandering vormt geen bedreiging voor de wereld, hoor: die blijft gewoon draaien. Het zijn wij die gevaar lopen, de mens - de slimste apensoort, maar eigenlijk de domste.

»Corona kwam op ons hoofd gedonderd, en zeker in die eerste weken voelde het onwezenlijk om onze evidenties afgepakt te zien. Maar als de klimaatverandering doorzet, zal het niet gaan om supermarkten waar het toiletpapier uitverkocht is, hè. Neen, dan zal het gaan over oogsten die mislukken, en dus over supermarkten waar geen voedsel meer te vinden is.»

HUMO Maar als je in een flatje in Anderlecht met armoede flirt, ligt je focus begrijpelijkerwijs op overleven. En dan heb je allicht geen tijd om je zorgen te maken over een catastrofe die onderweg is, maar vooralsnog wel abstract blijft.

COPPENS «Ja, dat begrijp ik. Ik doe wat ik graag doe, ik heb geen financiële zorgen, ik woon in het groen: ik heb makkelijk praten. Het zijn vanzelfsprekend niet die mensen op wie ik boos ben. Wel op de politici die oreren dat groener duurder is. Dat valt ten eerste nog te bezien - een andere economie betekent ook andere jobs. En als het zo is, dan is het aan die politici om de lasten te verdelen, in plaats van het weer eens allemaal in de flatjes in Anderlecht te gaan halen.

»Sommige dingen mogen niet langer passeren, omdat ze door geen enkele valabele logica gedekt worden. Voor 30 euro naar Barcelona vliegen? Komaan zeg. Microplastics in onze douchegels: hoe kan dat nu nog níét verboden zijn? Pesticiden sproeien op groenten en fruit: waanzin dat het nog kan. (Op dreef) Dat laatste is een goed voorbeeld: het is hetzelfde als op restaurant zitten, en plots iemand aan je tafel zien verschijnen die gif in je eten spuit. We zouden ons eten laten staan en verontwaardigd weglopen, hè? En vervolgens een heel nijdige review schrijven op TripAdvisor (lacht).»

HUMO Je mag toch ook de ingebakken nijdigheid van mensen niet onderschatten, denk ik, de afkeer van regeltjes en beschuldigende vingers.

COPPENS «Maar we zijn toch geen liefdeloze wezens? We kunnen dat toch, een beetje respect tonen voor elkaar? En dus moet ooit wel het moment komen dat we voor die planeet zullen zorgen - en dus: voor elkaar.»

HUMO Er zit weinig ‘Fuck it all, ik ga poepen op Ibiza’ in jou, hè?

COPPENS «Klopt: ik vind het mooi om me de dingen aan te trekken. En ik schaam me ook niet voor wat meligheid. Ik moet geen joint gepaft hebben en geen John Lennon-brilletje op de neus hebben om te zeggen dat we meer liefde nodig hebben. Want dat is gewoon wat ik vind - tant pis als dat niet stoer klinkt. Een leerkracht noemde me ooit een neohippie. Prima, toch? ‘Een echte vermogensbankier, jij’: dát zou ik een belediging gevonden hebben (lacht).»

Down the Road
Eén, zondag 14 juni, 20.15

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234