Intensive Care (1991).  Beeld
Intensive Care (1991).

Festival van slechte smaak

Een ode aan ongelooflijk slechte films: Godzijdank kwam Koen Wauters aan zijn einde door een monster

Belachelijke dialogen, onlogische camerahoeken, onbegrijpelijke montage en bordkartonnen decors sieren de krankzinnig slechte film. Gelukkig zijn ze er nog, tussen alle schijnbare perfectie van de blockbusters.

Ronald Rovers

Slechte films zijn er genoeg. Rommel door een dvd-bak in een willekeurige tweedehands winkel en je vindt kitsch. Vooral de jaren negentig blijken achteraf goed te zijn geweest in het produceren van middelmatige films waar je twintig jaar later niet meer doorheen komt. Junior uit 1994 bijvoorbeeld, waarin Arnold Schwarzenegger een wetenschapper speelt die zich laat bevruchten en vervolgens hoogzwanger door de film wandelt. Veel slechte romantische komedies ook, zoals De Zeemeerman van Frank Herrebout uit 1996, over de romantische avonturen van de knappe Tony, een man met maar één nadeel: hij ruikt naar vis.

Maar om een krankzinnig slechte film te maken, is magie nodig. Daarvoor moet een heel team van mensen zonder zichtbaar talent samenkomen en maandenlang aan een project werken, zonder dat iemand zich afvraagt waar men in vredesnaam mee bezig is. Sterker nog: men denkt dat men iets goeds maakt. Dat de wereld hierop zit te wachten. Soms hebben de makers trouwens wel talent, maar zijn ze dat vergeten mee te nemen.

Monster uit een jarenlang coma

Juist die zinsbegoocheling van een groep makers, waarin soms miljoenen dollars worden gestoken, maakt de krankzinnig slechte film fascinerend. Niet voor niets krijgen zulke films vaak een tweede leven als cultfilm. Een voorbeeld uit eigen contreien.

“Een film waarvan elk aspect zo rampzalig verkeerd uitpakt dat het een parodie lijkt”, schreef de Volkskrant in 1991 over de Nederlandse film ‘Intensive Care’ van Dorna van Rouveroy en producent Ruud den Drijver. Het verhaal over een arts die als een monster uit een jarenlang coma ontwaakt en aan het moorden slaat, is voor een standaard B-film niet eens vreemd. Duik een avond in de films die ‘De nacht van de Wansmaak’ jaarlijks vertoont en je zit zo tussen de moerasmonsters en mad scientists. Het is de uitvoering die deze film verheft naar het niveau van onvergetelijk slecht.

Letterlijk elke zin die in steenkolenengels wordt opgelepeld is ongeloofwaardig. Het helpt ook niet dat de acteurs allemaal gekweld lijken te worden door een of andere vorm van constipatie, zo moeilijk kijken ze. Toegegeven, behalve Nada van Nie. Maar die mag dan weer de onsterfelijke woorden ‘moet ik een pleistertje halen?’ uitspreken, wanneer Koen Wauters (van onze Clouseau) na een gevecht met het monster ligt dood te bloeden.

Fragment uit Voyage to the Planet of Prehistoric Women (1968) van Peter Bogdanovich, een onsamenhangend knip- en plakwerk van slechte en nagesynchroniseerde scènes.  Beeld
Fragment uit Voyage to the Planet of Prehistoric Women (1968) van Peter Bogdanovich, een onsamenhangend knip- en plakwerk van slechte en nagesynchroniseerde scènes.

Lees ook:

- Het grote filmjaaroverzicht: Dit zijn de allerbeste en slechtste films van 2021

- De dieptepunten op een rijd: Het allerslechtste dat we dit jaar op Netflix zagen

- 22 spraakmakende filmtoppers die u nu kan bekijken: ‘Een Oscar, snel!’

Explosies die veel te lang aanhouden

Een extra charme van krankzinnig slechte films is dat je de slechte beslissingen van de regisseur vaak door de film heen ziet. Bij ‘Intensive Care’ bijvoorbeeld was er niet genoeg geld om de Amerikaanse acteur George Kennedy voor de hele film te betalen. Oplossing: hij wordt na vijf minuten opgeblazen. Met explosies die veel te lang aanhouden.

Nog extremer zie je dat in ‘Voyage to the Planet of Prehistoric Women’ uit 1968, een film zo slecht dat regisseur Peter Bogdanovich (later bekend geworden met ‘The Last Picture Show’) zijn naam in de credits liet veranderen in Derek Thomas. Het ging zo: een Amerikaanse producent had de rechten verworven op ‘Planeta Bur’, een Russische B-film uit 1962, over kosmonauten die op de planeet Venus landen en daar met monsters in gevecht gaan. Die Russische beelden wilde men gebruiken in een sciencefictionfilm voor de Amerikaanse markt, maar de studio die de productie zou financieren, wilde alleen betalen als er beelden van vrouwen in bikini’s te zien waren.

Zo gezegd, zo gedaan. Tussen de beelden van de astronauten en zeewiermonsters werden beelden van vrouwen in bikini’s geplakt, die her en der over een strand gedrapeerd lagen. In het eindresultaat zijn de mannen en vrouwen nergens samen in een scène te zien want dat kon natuurlijk niet. Waardoor de film zich nu laat bekijken als een onsamenhangend knip- en plakwerk van slechte en bovendien nagesynchroniseerde scènes. Het basismateriaal was immers Russisch. Maar dat is niet het enige. Ook hier klinkt bijna elke zin belachelijk. ‘Voilà’, is het bruuske commentaar van de astronaut die de rammelende raket door een dodelijke storm loodst en op het oppervlak van Venus laat landen.

John Travolta als alien met dreadlocks in Battlefield Earth (2000).  Beeld
John Travolta als alien met dreadlocks in Battlefield Earth (2000).

Medelijden met de acteur

En wie kan ‘The Room’ van Tommy Wiseau vergeten? Een historisch dieptepunt van menselijke cinematografie, zo kostbaar – budget zes miljoen dollar – en met een regisseur die zijn gebrek aan talent zo genadeloos bleef ontkennen, dat James Franco er in 2017 een film over maakte: ‘The Disaster Artist’.

Er zijn te veel voorbeelden om hier te noemen. De Amerikaanse regisseur Ed Wood bleef z’n hele carrière dit soort films maken, zoals ‘Glen or Glenda’ (thema: ben ik een man of een vrouw?!) en ‘Plan 9 From Outer’ Space. Toen John Travolta’s carrière door Tarantino’s ‘Pulp Fiction’ begin jaren negentig uit het slop was gehaald, leek Travolta zijn hervonden succes meteen te willen saboteren. In ‘Battlefield Earth’, naar een boek van Scientology-oprichter L. Ron Hubbard, wandelt Travolta overacterend rond als een drie meter lange alien met dreadlocks en KISS-laarzen. Je krijgt bijna medelijden met de acteur. Maar net niet.

Zoek online naar ‘Zo slecht dat het goed is’ en je bent de komende weken zoet. Vaak schuilt er achter deze films een hele subcultuur van liefhebbers die de films eindeloos citeren en steeds opnieuw bekijken, al dan niet in groepsverband: nóg iets wat een gewone slechte film onderscheidt van een krankzinnig slechte film.

Want de magie blijft. Zeker in een wereld waarin teams van schrijvers een scenario naar perfectie masseren, computers elke oneffenheid in het beeld verwijderen en steracteurs perfect gehydrateerd voor de camera verschijnen zijn Gesamtkunstwerken als een krankzinnig slechte film een schitterende dissonant en stiekem een verademing.

Glen or Glenda van Ed Wood.  Beeld
Glen or Glenda van Ed Wood.

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234