null Beeld Humo
Beeld Humo

bioscoopfilms

Een sinistere uitnodiging, een magieloze ‘Harry Potter’-kloon en prachtige Belgische cinema: de nieuwe films van deze week

Humo gidst u door de nieuwste films.

Erik Stockman

‘The Good Nurse’ ★★½☆☆

Van Tobias Lindholm, met Jessica Chastain, Eddie Redmayne, Noah Emmerich en Kim Dickens

TRUE CRIME Een ziekenhuis in Pennsylvania. Terwijl de hartritmemonitor angstaanjagend luid begint te piepen, barst een patiënt uit in spasmen. Een verpleger stormt binnen: ‘Can I get some help here!’ Binnen de seconde wemelt het in de kamer van de dokters: ‘Beademing! Laad op tot 150 joule!’ Zoals duizenden andere ziekenhuisfilms en series gaat ‘The Good Nurse’ van start met een medische noodsituatie: ‘t alsof Dr. House ieder moment kan komen binnenmanken onder het roepen van ‘Stop de defibrillatie! Dit is geen hartstilstand! Het is een tekenbeet!’ Met één belangrijk verschil: de camera heeft geen belangstelling voor de handelingen van de dokters, maar zoomt onder omineuze muziek traagjes in op de verpleger (Eddie Redmayne) die zwijgend staat toe te kijken hoe het leven uit de patiënt wegglipt.

Het is wellicht geen spoiler wanneer we u vertellen dat Redmayne in de true crime-film ‘The Good Nurse’ gestalte geeft aan Charles Cullen, de Amerikaanse verpleger die tussen 1988 en 2003 vermoedelijk honderden patiënten om het hoekje hielp. Redmayne is erg creepy als de Engel des Doods: wanneer hij zich in een schitterend beeldkader over een lijk buigt en naar de dode oogleden blijft staren, is het alsof er ieder moment een boosaardig slijmwezen uit z’n neusgaten tevoorschijn kan komen. En Jessica Chastain munt uit als Amy Loughren, de verpleegster die begint te vermoeden dat haar behulpzame collega weleens een seriemoordenaar zou kunnen zijn.

Maar er is iets aan ‘The Good Nurse’ dat ons dwarszit, iets dat ons pijnigt als een klein wondje. Iets dat te maken heeft met het splijtende dilemma waarmee vrijwel elke film uit het true crime-genre zich ziet geconfronteerd. Indien de scenaristen de gruweldaden van Cullen zouden hebben gebruikt als basis voor een entertainende ziekenhuisthriller, dan zouden ze beslist het verwijt hebben gekregen dat ze té weinig respect hebben voor de smart van de nabestaanden. Zoals Chastain vorige week zélf al zei in Humo: ‘Ik vind het onsmakelijk om het verdriet van bestaande mensen om te vormen tot entertainment.’

Chastain heeft een punt, maar anderzijds: wanneer je de pure entertainmentfactor uit respect voor de nabestaanden bewust zo laag mogelijk houdt, dan riskeer je het om, zoals in het geval van ‘The Good Nurse’, te eindigen met een nogal tamme film waaruit alle drama en spanning compleet lijkt weggezogen. Oké, het siert de makers dat ze meer aandacht hebben voor de besognes van Amy dan voor de motieven van de moordenaar, net zoals het hen tot eer strekt dat ze enige screentime schenken aan de rouwende echtgenoot die zich door de politie gedwongen ziet om het lichaam van zijn in verdachte omstandigheden gestorven vrouw opnieuw te laten opgraven. Maar als we eens iets stouts mogen zeggen: de belhamel in ons zou het een stuk opwindender hebben gevonden indien ze van ‘The Good Nurse’ een thriller in de stijl van ‘Coma’ (de moeder van alle ziekenhuisthrillers) hadden gemaakt, met Chastain die hijgend door de luchtschachten kruipt terwijl de hysterisch lachende Redmayne haar met een dodelijke insulinespuit in de hand op de hielen zit.

Nu op Netflix

‘The Invitation’ ★★½☆☆

Van Jessica M. Thompson, met Nathalie Emmanuel, Thomas Doherty en Hugh Skinner

HORROR Een vipuitnodiging voor de Zillion zou natuurlijk nog mooier zijn geweest, maar de Amerikaanse hostess Evie krijgt niettemin de verrassing van haar leven wanneer ze van een steenrijk Brits familielid een invitatie krijgt voor een huwelijksfeest op een kasteel in Engeland. De sinistere manier waarop de butler z’n sleutelbos laat rinkelen voorspelt overduidelijk weinig goeds, maar toch dringt het maar langzaam tot Evie door dat de kasteelbewoners macabere plannen met haar hebben. De lichttechnicus van dienst overdrijft een beetje met het aantal bliksemflitsen dat hij boven het kasteel loslaat, maar toch baadt het eerste uur van de horrorfilm ‘The Invitation’ in een verontrustende atmosfeer. Zodra Evies gastheer z’n teleurstellende ware aard laat zien, is het uit met de griezelfun, al moeten we toegeven dat we tijdens het manicuretafereel van pure schrik héél hard op onze nagels zaten te bijten.

Nu in de bioscoop

‘Argentina, 1985’ ★★★½☆

Van Santiago Mitre, met Ricardo Darín, Gina Mastronicola en Francisco Bertín

DRAMA 1985: terwijl komeet Halley z’n 76-jaarlijkse bezoekje aan ons zonnestelsel brengt, verschijnen, in wat bekendstaat als de belangrijkste rechtszaak sinds het Proces van Neurenberg, de kopstukken van de Argentijnse militaire dictatuur in Buenos Aires voor de burgerlijke rechtbank. Na het hartverscheurende getuigenis van Adriana Calvo, één van de duizenden folterslachtoffers van de militaire junta, werd het ons even te machtig en bekroop ons de lust om de film even op pauze te zetten, recht te staan, en om met ons voorhoofd herhaaldelijk tegen de muur te bonken: uit verdriet, uit woede, uit onmacht. Waar komt die volslagen onverschilligheid voor de pijn van andere mensen toch vandaan? Laten we overigens niet vergeten te vermelden dat, ondanks het heavy onderwerp, regisseur Santiago Mitre behalve een aangrijpend en historisch accuraat ook een prima vertolkt, snedig en entertainend rechtbankdrama heeft gemaakt, zinderend slotpleidooi inbegrepen.

Nu op Amazon Prime

‘The School for Good and Evil’ ★☆☆☆☆

Van Paul Feig, met Sofia Wylie, Sophia Anne Caruso en Laurence Fishburne

Halverwege de op Netflix uitgekomen fantasyfilm ‘The School for Good and Evil’ - de retesaaie personages doken net voor de duizendste keer weg voor een overvliegend krijsend vogelbeest - leunden wij zuchtend achterover in onze sofa en dwaalden onze gedachten spontaan af naar de onlangs overleden en diep betreurde Robbie Coltrane.

Bij leven was Coltrane hoogst amusant als de in raadselen sprekende Matsui in ‘Ocean’s Twelve’ en als ex-KGB-agent Valentin Zukovsky in de Bondfilms ‘GoldenEye’ en ‘The World Is Not Enough’, maar net als het grootste deel van de wereldbevolking zullen we de Schotse acteur toch vooral blijven vereenzelvigen met harige Hagrid uit de Harry Potter-films. In zekere zin was het Hagrid die het openingsakkoord van de hele Harry Potter-franchise mocht spelen: in de allereerste scènes uit de allereerste episode was híj het die in de nevelige Ligusterlaan, waar het huisje van de familie Duffeling staat, op zijn vliegende brommertje uit het zwerk neerdaalde met een wel héél bijzondere zuigeling - Harry! - in zijn draagdoek.

Waarom we het in onze review van ‘The School for Good and Evil’ over Hagrid hebben, vraagt u? Nou, omdat elke dreuzel zal moeten erkennen dat die prachtige ouverture met Hagrid in de Ligusterlaan méér tintelende magie, méér sprookjesachtige atmosfeer en méér beloftevolle spanning bevat dan de volle twee-en-een-halve uur ‘The School for Good and Evil’.

En voordat u iets mompelt over het vergelijken van appels met peren: ons lijkt het perfect gerechtvaardigd om een rechtstreekse vergelijking te trekken tussen ‘The School for Good and Evil’ en de Harry Potter-franchise, en níet alleen omdat de twee titels thuishoren onder de brede koepel van het fantasygenre. Zoals de titel al aangeeft gaat het op een boek van Soman Chainani gebaseerde ‘The School for Good and Evil’ over twee outcasts - Sophie en Agatha - die op een school toverkracht krijgen aangeleerd. Doet een belletje rinkelen, niet? Of beter gezegd: doet een bronzen klok beieren, nee?

Die toverschool, lang geleden gesticht ten einde de balans tussen goed en kwaad in de sprookjeswereld in balans te houden, lijkt donders goed op de Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus, en daar houden de toevallige en minder toevallige overeenkomsten met Harry Potter niet op. De schoolgebouwen lijken, met die imposante stenen brug, die mysterieuze kantelen en gotische torens, wel ontworpen door dezelfde architect van Zweinstein; in en rond de gebouwen houden zich vreemde wezens op; een deel van de actie speelt zich af in een woud dat héél goed lijkt op het Verboden Bos uit de boeken van J.K. Rowling; en net zoals in de Harry Potter-verhalen krijgen de leerlingen onderricht van docenten die worden vertolkt door een pleiade van gekende acteurs. In de schoolgangen schrijdt warempel zelfs een vaderlijke Perkamentus-achtige figuur met een cape rond - op het hoofd van Laurence Fisburne ontbreekt alleen een puntmuts.

Nou ja, op zich is het niet eens zó aanstootgevend of ergerniswekkend dat Netflix het succes van ‘Harry Potter’ nog eens dunnetjes probeert over te doen: de filmgeschiedenis bárst nu eenmaal van de rip-offs, de klonen, de imitaties en de doorslagjes. Alleen: had het kopieerwerk in het geval van ‘The School for Good and Evil’ iets minder schaamtelijk, iets inventiever en vooral iets fantasierijker gemogen? Laten we, ter illustratie van de schrijnende ideeënarmoede in ‘The School for Good and Evil’, nog eens terugkeren naar Harry. Herinnert u zich nog hoe opwindend het was om in ‘Harry Potter and the Philosopher’s Stone’ samen met Harry en zijn kersverse schoolkameraden voor de allereerste keer mee te reizen naar Zweinstein? Eerst door de muur tussen perron 9 en 10 in King’s Cross Station, daarna de rit met de Zweinsteinexpress, en vervolgens per boot naar het feeëriek verlichte kasteel, waar de met grote ogen rondlopende schachten in de indrukwekkende stenen trappenhal werden verwelkomd door Professor Anderling: men kon, samen met Harry en Ron, alleen maar vol verwondering ‘Wow!’ prevelen.

In ‘The School for Good and Evil’ daarentegen is het echt pijnlijk om te zien dat de makers zich zelfs geen spátje moeite hebben getroost om van de allereerste schooldag van Sophie (die niet werd ingedeeld bij Griffoendor maar bij de School van Kwaad) en Agatha (die geen deel uitmaakt van Zwadderich maar van de School van Goed) een speciale gebeurtenis te maken. Professor Dovey, de decaan van de School van Goed, en Lady Lesso, de decaan van de School van Kwaad, hebben tijdens de verwelkoming van de nieuwe studenten in de grote hal zelfs nog geen ‘Welkom!’ kunnen roepen, of daar moet alweer om volstrekt onduidelijke redenen een knetterend gevecht losbarsten. ‘Laten we het publiek niet vervelen met onnozele zaken als dialogen, introducties, karaktertekeningen, sfeerschepping, of opbouw van spanning!’ zo lijkt de filosofie van de scenaristen te zijn geweest. ‘Laten we de toeschouwers zoveel mogelijk overdonderen met luidruchtige zwaardduels, door het zwerk tollende tovenaars, krijsende vogelbeesten, en lamlendige CGI! Want als we de dialoogscènes langer dan tien seconden laten duren, zullen de jonge kijkertjes hun aandacht verliezen en overschakelen naar ‘Teen Titans GO!’’ Geef hen eens ongelijk: ‘Teen Titans GO!’ is stukken leuker dan ‘The School for Good and Evil’. Het was wellicht ook geen goed idee om regisseur Paul Feig in de regiestoel te laten plaatsnemen: Feig, een minzame man die meer thuis is in het comedygenre (‘Bridesmaids’, ‘Spy’, ‘The Heat’) dan in het rijk van de fantasy, werd ingehuurd om een komische toets aan het geheel te geven, maar zijn pogingen om aan ‘The School for Good and Evil’ een geinige ‘Mean Girls’-vibe te geven vallen roemloos in de pastei. Zelfs die ouwe Holle Bolle Gijs die in de Efteling de godganse dag ‘Papier hier!’ zit te roepen, bezit meer charme, humor en magie dan ‘The School for Good and Evil’.

Nu op Netflix

‘Close’ ★★★★☆

Roerloos, muisstil, in opperste concentratie, en aldoor met een traan op de wimpers, voelden wij mee met de twee jonge hoofdpersonages van ‘Close’, Léo en Rémi. In het begin van de film, in een reeks scènes die terstond duidelijk maken dat regisseur Lukas Dhont een geweldig oog heeft voor prachtige beeldkaders (met dank ook natuurlijk aan zijn director of photography, de onvolprezen lichttovenaar Frank van den Eeden), zien we hoe Léo en Rémi tijdens een onvergetelijke zomer het soort innige vriendschap beleven dat de meesten onder ons hoogstens één keer in hun leven ervaren. Maar wat in de veilige haven van de kindertijd nog onschuldig en bucolisch mag worden genoemd - samen door de velden rennen, riddertje spelen - krijgt in de jungle van de middelbare school ineens een wrange bijklank (‘Vormen jullie misschien een koppel?’).

Handelingen die nog niet zolang geleden mooi en vanzelfsprekend waren - je hoofd op de borststreek van je vriend neervlijen - lijken ineens aangevreten door een onzichtbaar soort gif. Dhont snijdt hier zeer eigentijdse en uiterst persoonlijke thema’s aan, maar het pleit voor de cineast dat hij die onderwerpen in zijn film nergens uitspelt. Eén ding is duidelijk: de persoonlijke bagage die Dhont als mens meesleept - zijn verdriet, zijn spijt, zijn demonen - krikt hem tegelijk op tot het niveau waarop hij als cineast het best werkt.

Dhont plaatste zijn film op de schouders van twee onervaren acteurs, Gustav De Waele en Eden Dambrine, maar hun vertolkingen zijn magnifiek. Zoals eerder gemeld pakt Dhont in ‘Close’ geregeld uit met werkelijk sublieme shots, en dan hebben we het in het bijzonder over de trage, welhaast tranceverwekkende zoombeweging op de door smart verteerde moeder die in een zaaltje naar een klassiek concert zit te luisteren. Licht, schaduw, muziek en lichaamstaal vinden elkaar in een zielsontroerend ballet: het is niet alleen een fabuleus shot van een welhaast Stanley Kubrickiaanse schoonheid, maar wat ons betreft ook de emotioneelste scène uit de hele film.

Dat we ‘Close’ dan toch geen meesterwerk kunnen noemen, ligt doodeenvoudig aan een gebrek aan maturiteit. Dhont flirt geregeld met de té nadrukkelijke symboliek, zoals wanneer we Léo zien vallen en opstaan op het ijs. En net zoals in zijn debuutfilm ‘Girl’ vallen Dhont en zijn scenarist Angelo Tijssens plotgewijs op een bepaald moment terug op een Zeer Dramatische Daad. Wat we nu gaan zeggen is meer een persoonlijke kanttekening dan een punt van kritiek, maar die narratieve hang naar Dramatische Daden is iets waar pakweg Ozu, Éric Rohmer of de gebroeders Dardenne (in de tijd van hun meesterwerk ‘Le fils’) zich in hun hoogdagen niet aan bezondigden, en waar Dhont zich dus nog moet van zien te bevrijden (en het feit dat we Dhont hier in één adem noemen met die grootmeesters, toont aan hoe hoog we hem inschatten).

Bovengenoemde concertscène bewijst trouwens dat Dhont die dramatische plotwendingen eigenlijk niet nodig heeft, en dat hij het in zich heeft om emoties op te roepen met puur filmische kracht. Dhont is nog maar 31 jaar oud: Scorsese had op die leeftijd jandorie alleen nog maar ‘Boxbar Bertha’ gemaakt! Om maar te zeggen: Dhont is nú al een groot cineast, en dat meesterwerk zit eraan te komen.

Nu in de bioscoop

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234