'De Mol'Gilles De Coster

Gilles De Coster: ‘Ik zou zelf absoluut niet meedoen aan ‘De Mol’’

Beeld Thomas Sweertvaegher

Met zijn stoïcijnse kalmte, gekruiste armen en zuinig Mona Lisa-glimlachje is Gilles De Coster (39) intussen vast meubilair bij De mol. Vanaf zondag mogen we weer aan het ontmaskeren slaan, vandaag oefenen we op de presentator zelf. ‘Ik ben maar nen onnozeleir die wat aanmoddert.’

We hebben afgesproken op de redactie van Woestijnvis, waar Gilles De Coster een paar uur mag afkicken van de montagetafel. Daar wordt hard gewerkt aan het nieuwe seizoen van De mol, dat deze keer in Griekenland werd opgenomen. De makers dropten de voorbije weken al flink wat hints die de schare trouwe mollenjagers stilaan tot het kookpunt brachten. Wedden dat ook De Costers inbox opnieuw zal ontploffen door alle complottheorieën? Spoiler alert: hij zal u niet antwoorden. Kijkers op het verkeerde been zetten is een deel van de fun.

Een dikke week op voorhand liggen drie afleveringen klaar. Er is koffie, had hij op voorhand laten weten. Meer voor zichzelf dan voor ons, want zijn ­koffieverslaving neemt steeds groteskere proporties aan. “Vier weken lang voor zonsopgang opstaan om een hele dag te filmen: dat overleef je niet zonder cafeïne. Als we in alle vroegte dan langs een shop rijden waar al licht brandt, houdt de hele karavaan halt. Dertig koffies graag.” (lacht)

Bereid je je voor op die opnameperiode als een topatleet die naar een wedstrijd toeleeft?

“Niet echt. Tijdens de opnames probeer ik elk moment rust te pakken dat ik kan. Ik drink ook amper, hoewel je af en toe een glas wijn voor mijn neus ziet staan. Als we na een lange draaidag terug in het hotel zijn, ga ik altijd meteen slapen. Als ik zou doorzakken aan de bar, stond ik minder scherp en dat kan ik me als ­presentator niet permitteren.”

Als kandidaat misschien wel. Zou je daarvoor tekenen?

“Absoluut niet. Ik kan niet goed leven met het idee ’s ochtends niet te weten waar je ’s avonds slaapt. Ik ben een controlefreak. En ik heb van best wat dingen schrik: hoogtes, de kracht van water, touwen... Mijn brein zegt meteen ‘nee’ als ik een elastiek zie waarmee gebungeejumpt wordt. Het enige wat ik spijtig vind, is dat ik als kijker niet meer mee kan zoeken naar de mol. Dat zou nog eens leuk zijn.”

De mol zelf, zou je die kunnen zijn? Die heeft wel wat controle over het spel.

“Die weet wat er komt en blijft sowieso tot het eind. Het is zeker de mooiste rol, maar onderschat niet hoe moeilijk en eenzaam het is. Je drie weken lang anders voordoen, is een ongelofelijke krachttoer. En je mag nooit een zwak moment hebben. De camera’s, de groep: je ligt altijd onder de microscoop. Maar voor elke mol was het een erezaak om de allerbeste te zijn.”

Gilles De Coster

geboren op 17 november 1980 in Wilrijk / begon in 2007 als presentator van De ochtend op ­Radio 1, naast onder anderen Lisbeth Imbo / werkt sinds 2012 bij Woestijnvis en tv-zender VIER / begon als medepresentator van De kruitfabriek, dat na één seizoen verdween / won in 2013 De slimste mens ter wereldpresenteert sinds 2016 De mol op VIER, en daarnaast ook voetbalprogramma Sports Late Nightkeerde de afgelopen jaren terug naar zijn roots als ­interviewer: in Strafpleiters, Misdaaddokters en ­Procureurs (te herbekijken op VRT NU) op Eén gaf hij een uitgebreide kijk achter de schermen van Justitie in ons land

Wat zijn de meest absurde complottheorieën die je al hoorde?

“Je verzint het niet. Het gaat soms over de plaatsing van mijn handen, waar ze een lijn op trekken die wijst naar een bepaalde naam, die dan blijkt de pastoor van de hond van de buurman van een bepaalde kandidaat te zijn.”

Hoe reageer je als iemand je aanspreekt in de supermarkt: Lloyd is zeker de mol!

“Soms zeg ik: bedankt voor je feedback, ik noteer het. Soms: shit, ge hebt ons door, maar we houden het tussen ons hé. Dat geloven ze dan een fractie van een seconde, tot ze beseffen dat het een grap is. En ja, ik heb dat ook al gedaan als ze de juiste mol noemen. Je zal me echt niet betrappen op het lekken van informatie, daar ben ik intussen te gehard voor, maar het is wel ongelofelijk plezant om met de mensen hun voeten te spelen.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Treedt er bij de presentator nog geen spatje metaalmoeheid op na vijf seizoenen op evenveel jaar?

“Neen. Toegegeven, het is een grote berg waar we over ­moeten, maar een plezante. What’s not to like? Ja, we werken ons kapot, maar we lachen ons ook kapot. Er is geen ­greintje gewenning, ik krijg nog steeds kippenvel tijdens de opnames.”

Hou je zo dat werktempo vol?

“Appreciatie helpt hè. Als zelfstandige wissel ik intens drukke maanden af met periodes waarin het heel rustig is. Dan kan ik gemakkelijk helemaal niets doen. Dit ritme ligt me beter dan dat van bij De ochtend (hij presenteerde het Radio 1-programma vanaf 2007, red.). Elke dag om 4 uur op, vijf dagen per week, daar zat te weinig reliëf in. Moest ik ooit een burn-out hebben, dan gaan deze woorden als een boemerang in mijn gezicht vliegen, maar ik denk niet dat ik daar gevoelig voor ben. Ook tijdens de echt drukke periodes maak ik tijd om eens binnen te springen bij mijn petekind of om op vrijdag met vrienden te gaan eten.

“Het helpt ook dat ik niet monomaan met De mol bezig bent. Ik presenteer ook nog Sports Late Night, in augustus heb ik Procureurs opgenomen, morgen ga ik Topdokters ­inlezen terwijl de anderen hier verder werken. Al die projecten vormen een uitlaatklep voor elkaar.”

Tv-criticus Jules Hanot schreef enkele jaren geleden dat jij een van de weinige schermgezichten bent die zijn job belangrijker vindt dan zichzelf.

“Ik weet niet of dat niet voor de meeste schermgezichten geldt, maar voor mij klopt het zeker. In geen van mijn ­programma’s mag de presentator zichzelf op de voorgrond plaatsen, ik moet de anderen laten schitteren. Het draait niet om mij en zo heb ik het graag.”

Moet je niet per definitie ijdel zijn om op tv te komen?

“IJdel genoeg om te denken: dit kan ik. Dat wel. Ik weet inmiddels ook wel wat ik kan. Maar echt ijdel? Ik ken weinig presentatoren die na een uitzending over zichzelf zeggen: dat heb ik nu eens goed gedaan, zeg. Ook ik krimp ineen als ik mijn gezicht rare dingen zie doen. Ik let ook vooral op de vragen die ik heb laten liggen. Tja, het blijft een maf beroep omdat je in de kijker loopt. En als je dat niet graag doet, is het misschien wel de foute beroepskeuze. In die zin heb ik misschien verkeerd gekozen, maar ik vind het zo plezant dat ik het erbij neem.”

Wie gehoopt had hier sappige details over De Costers privé-leven te weten te komen, moeten we teleurstellen. Als hij al iets vertelt, dan off the record. Over hoe het is om jezelf na een relatie van tien jaar terug te vinden (de breuk met Linde Merckpoel was voorpaginanieuws) of over z’n moeder, die stierf toen hij elf was, een maand voor ze 40 werd. En hoe dat, in het jaar waarin hij zelf die leeftijd bereikt, onvermijdelijk door zijn hoofd spookt. Want hij weet intussen hoe bepaalde media één zin uit een twee uur durend gesprek halen en die, volledig uit de context, als clickbait gebruiken. Hij heeft geen zin meer om dat beest te voeden, zegt hij. “Ook weer een voordeel van niet de ­personalitypresentator te zijn. Ik moet niet alles prijsgeven. Alles wat ik te intiem vind, hou ik nu achter een grote, dikke betaalmuur. Daar voel ik me comfortabeler bij.”

“Elkaar uitlachen is de mooiste uiting van elkaar graag zien”, zei je onlangs tijdens Wim Helsens Winteruur. Is dat je motto?

“Volmondig ja. Het is het credo van de voltallige familie De Coster. Je zou onze Whatsapp-groep eens moeten zien. De laatste tijd is mijn vader vaak de kop van Jut. Hij wordt 70 dit jaar en als iemand van ons ergens een aanbieding voor een rollator ziet, sturen we die door. We hebben hem ook al gezegd dat hij niet te veel moeite moet doen, dat we hem binnen vijf jaar toch in een home steken. En je moet geen medelijden hebben, geloof me: hij en mijn oudste broer zijn meestal de grootste aanstokers. Weet je wat het is? Je kan elkaar alleen maar uitlachen zonder dat het steekt als er sprake is van heel veel liefde, van onvoorwaardelijkheid. Als we met elkaar spotten, voelt dat als een warm dekentje.”

Je hebt een nauwe band met je vader, die vier kinderen in zijn eentje grootbracht nadat je moeder bijna 30 jaar geleden stierf. Wat voor vader was hij?

“De beste. Oprecht. Dat meen ik. Hardwerkend, ultra-intelligent. Er stond altijd eten op tafel, we konden allemaal studeren. Dankzij hem zijn we nog dichter naar elkaar toe gegroeid na de dood van onze moeder. Dankzij hem kon het broze leven van vier ontluikende pubers worden verdergezet. Allemaal niet evident, toch. Ik ben oprecht trots op hoe we dat als gezin doorstaan hebben. Als ik later kan zeggen dat ik op familiaal vlak hetzelfde heb bereikt als hij, ben ik een gelukkig man.”

Vertelt hij soms dat hij trots is op jullie?

“Onlangs stuurde hij me een berichtje: ‘Ik ben blij dat je met Procureurs terug doet waar je echt goed in bent’. Dat is een bloemetje smijten met veel pot aan hè. (lacht) Hij kijkt naar De mol hoor, maar dat is zijn ding niet. Net zoals hij Dertigers niet snapt, waarin mijn broer Yannick speelt. Ik vind het fantastisch en heb beide seizoenen op enkele dagen ­gebingewatcht. Het is pretentieloos en goed gemaakt. In een Netflix-wereld waar we keuze hebben uit 800 reeksen die heel ingenieus in elkaar steken, maar heel ver van ons bed zijn, is dit de triomf van de herkenbaarheid. Maar voor ons vader gaat dat dus te snel. Hij snapt ook niet wat ze de hele tijd met hun gsm doen en laat graag blijken dat hij daar te oud voor is. Maar hij kijkt wel!”

Op je Instagram duiken geregeld foto’s op van nonkel Gilles met z’n neefjes en nichtjes en van zalig uitziende familieweekends. Hoe belangrijk is die familie voor je?

“Het is alles. Nu ik een aantal mensen ken bij wie dat niet zo vanzelfsprekend is, besef ik dat het ook anders kan. Met alle kinderen en kleinkinderen samenkomen is niet meer zo evident, iedereen heeft een druk leven, maar het lukt toch nog een paar keer per jaar. Ik loop ook regelmatig bij mijn broers of zus binnen of breng tijd door met m’n neefjes en nichtjes. Ik ben graag nonkel Gilles. In de zomer verblijft mijn vader twee maanden in zijn huisje in Bretagne en dan is het daar de zoete inval. Hij heeft het ingericht met alle oude meubels uit mijn ouderlijk huis. We zitten er in dezelfde slechte zetels, eten van hetzelfde lelijke jarentachtigservies. Dat voelt letterlijk als thuiskomen. Heerlijk.”

Zou je zelf graag vader worden?

“Het is zeker geen bewuste keuze om geen kinderen te ­hebben, het is gewoon hoe het leven gelopen is. Maar als het kan, ja, dan zou ik graag nog vader worden. Ik ben zot van kinderen. Al wil ik ook geen pa van 50 worden.”

Gilles De Coster foetert al eens graag. Over ingewikkelde koffiemachines. Of printers die nooit doen wat ze moeten doen. Of vrachtwagenchauffeurs die, als het sneeuwt, het inhaalverbod aan hun laars lappen. “Ik durf al eens te claxonneren, al krijg je dan zo’n immense claxon terug. Maar ik word daar witheet van, net zoals van chauffeurs die het rechterrijvak compleet negeren als het regent. (lacht) Ik kan mij goed ergeren.”

In Winteruur koos je voor een fragment uit een column van Frederik De Backer, die verscheen in zijn debuut Naarland. ‘Niemand was gelukkig. Kinderen zeurden, partners zeurden en de seks trok ook al op niets’, begint het. Herkenbaar?

“Ik vind dat top: hoe hij met zichzelf spot, onze maatschappij in rake bewoordingen observeert en fileert. Het is er zo heerlijk over, maar raakt wel aan een basisgevoel. Hoe ontevreden iedereen is, het gevoel heeft niet gehoord te worden en dus maar luider gaat roepen. Als we eerlijk zijn, zijn we allemaal zageventen. Ik zeur ook al eens graag, over printers bijvoorbeeld, of het feit dat-er–nooit–dragon–is–in-de–Delhaize. Do better Delhaize! Dat is plezant zagen. Stoom aflaten. En ik besef heel goed hoe relatief dat allemaal is en hoe fucking goed we het hier hebben. Echt waar. Ik denk dat we dat soms met z’n allen wat meer moeten beseffen. Ik kan dat echt niet meer, de tigste opinie lezen over Aalst Carnaval. En elk jaar opnieuw dat gedoe over of Brussel nu mooi of lelijk is… Nee, je moet niet over alles een mening hebben. Maar da’s maar mijn mening.” (lacht)

Beeld Thomas Sweertvaegher

Als je iets leest over jou, duiken steeds dezelfde woorden op. Mysterieus, ernstig, betrouwbaar, slim. De ideale schoonzoon, zei iemand me onlangs.

(schaterlacht) “Een serieuze overschatting. Ideaal bestaat niet hè, en ik ben het al zeker niet.”

Vind je het niet jammer dat het publiek slechts een deel van jou te zien krijgt?

“Ik ben, zoals iedereen, maar nen onnozeleir die wat aanmoddert. En als de camera’s niet draaien, verval ik in iets wat lijkt op plat Antwerps. Maar mijn job vraagt om wat minder spontaniteit, meer algemeen Nederlands en wat meer sérieux, en ik vind dat niet erg. Ik word weleens gevraagd voor lichtere shows, maar elke keer zeg ik toch weer nee. Hoe sympathiek ik de makers ook vind, ik heb te veel schroom. Over de dansvloer jiven in Sterren op de ­dansvloer, ze hebben het mij ooit gevraagd… It’s my worst nightmare. Dan blokkeer ik.”

Geen danser dus?

“Dansen, dat doe ik alleen maar laat op de avond als het nuchter volk al naar huis is. Het is goed om af en toe uit je comfortzone te stappen, maar voor mij was de stap van de radio naar televisie al groot genoeg. Wat niet betekent dat ik niet met mezelf kan lachen.”

Hij neemt zichzelf niet al te serieus, nee, en om hem razend te krijgen moet je al ver gaan. Waar hij zich wél over kan opwinden, is de staat van de politiek. Denk aan de open ­oorlog onlangs tussen N-VA en Open Vld, die elkaar te kijk zetten met filmpjes op sociale media. En dan komt het er in het plat Antwerps uit. “Echt? Daar hebt ge tijd en geld voor? Doe anders eens waarvoor ge betaald wordt en zoek een oplossing voor echte problemen.”

Nog een stokpaardje: de manier waarop de media kleine Twitter-stormpjes opblazen. We praten over Caroline Flack, een Britse presentatrice die zichzelf van het leven beroofde. Ze had zware persoonlijke problemen, maar de vrouw werd ook continu aangevallen door internettrollen, wat dan weer gretig werd opgepikt door tabloids als Daily Mail. “Bij De mol hadden we een finaliste die het ineens moest ontgelden op sociale media. Hetzelfde gebeurde met iemand uit Blind getrouwd. Ik noem hun namen zelfs niet meer omdat ook zij recht hebben op anonimiteit. Miljoenen kijkers volgen die programma’s, enkele honderden schelden hen uit op sociale media. Als die bagger wordt opgepikt en gelegitimeerd door kranten die er een groot artikel aan wijden, zijn zij bewust medeplichtig aan het kapotmaken van levens. Laat die zure reacties op Twitter toch voor wat ze zijn.”

Moet jij zelf vaak kritiek slikken?

“Dat valt mee. Er zijn er altijd die je niet lusten als je op tv komt. Soms stuurt iemand via Instagram dat ik beter mijn mond zou houden, maar dan denk ik: als jij het type bent dat voor zoiets naar een bekend persoon mailt, dan vind ik jou waarschijnlijk ook niet tof. Daar lig ik niet van wakker.”

Toen je in 2007 begon als presentator van De ochtend was de kritiek wel fel. Ik las dat je de grofste mails kreeg. Kon je dat toen ook zo makkelijk plaatsen?

“Ik was niet goed in het begin, maar ik was ook pas 26 en een groentje als journalist. Je moet iemand wel de tijd geven om te groeien. Op alles kwam kritiek. Elke dag belandden er scheldmails in mijn inbox. Toen kon ik dat absoluut niet plaatsen, nee. Ik hoorde mezelf een verspreking maken, zag de commentaren al voor mij en dat verlamde me compleet.

“Het ergste was dat de zwaarste commentaren uit eigen huis kwamen, van de nieuwsdienst. We vervingen Voor de dag en sommigen hadden het daar heel moeilijk mee. Dat ze je in eigen huis zo onderuit proberen te schoppen, snap ik nog altijd niet. Mijn bazen bleven zeggen: het komt wel goed. En zo is het ook goed gekomen, maar het was wel een heftige introductie in deze wereld. Als er dan iemand vijf jaar later een tv-programma niet zo goed vindt, is dat ­eigenlijk niet meer zo erg.”

Je hebt het over De kruitfabriek, het ­actua­programma waarvoor Woestijnvis jou eigenlijk bij de radio kwam weghalen.

“Ja. We hebben toen ook veel kritiek gehad en ik vond dat niet eens zo erg. Af en toe op je bek gaan, het hoort erbij en ik kan dat goed. Je moet daarmee lachen en eruit leren. Het heeft me alleszins nooit doen twijfelen of het wel of niet de juist stap was. Met al die ideeën, talent en goesting zouden we nog mooie dingen kunnen doen, wist ik.”

De Coster liet in eerdere interviews weleens vallen dat de wallen onder zijn ogen zijn grootste complex zijn. Resultaat allicht van te veel slapeloze nachten, want hij is een enorme piekeraar. “Nu je het zegt… dat is de laatste tijd veel ­verbeterd. Voortschrijdend inzicht misschien? Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat je slaap laten niet helpt.”

Groot feest dit jaar, je wordt 40.

(met uitgestreken gezicht) “Wat, echt? Nee hoor.”

Ik wilde vragen of je het daar lastig mee had, maar die vraag heb je al meteen beantwoord.

“Ik heb het nooit moeilijk gehad met ouder worden, echt nooit. Ik ben ook al grijs sinds mijn 23ste, dus wat was het probleem eigenlijk? En toch, voor het eerst, voelt het anders. Het is die vier. Je bent niet meer jong, gaat de ­middelbare leeftijd in. De speeltijd is voorbij. Zoiets. De ­eindigheid van het leven, dat ook. Op een blog zag ik ooit in een schema hoeveel weken een mensenleven telt: op je 40ste is meer dan de helft daarvan ingekleurd. Als je geluk hebt. Ik heb mijn omgeving toch maar bezworen dat ik niet gediend zou zijn met een verrassingsfeest. Ach, ik neem een voorbeeld aan mijn oudste broer. Hij is twee jaar ouder dan ik maar nog steeds een klein kind.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Wat doe je om het lichamelijk verval af te houden?

“Ik probeer twee keer per week te gaan lopen en leef, door de week, vrij gematigd. Ik eet amper vlees, veel groenten, drink weinig alcohol. Dat voelt niet als een opoffering. Maar ik ga ook graag op restaurant en dan hou ik me niet in. Als ik kook voor vrienden – ik sta gerust een heel weekend in de keuken – hoort daar een lekker wijntje bij. Zeg mij niet dat ik geen pistoletjes meer mag eten op zondag. Of een keer niet naar de frituur mag. Gematigd zijn, zonder dogmatisch te worden, dat lijkt me de beste manier om goed oud te ­worden. Anderzijds ben ik eigenlijk heel ongezond bezig, want ik kan niet stoppen met roken. Stom. Laat die ­verjaardag dan daarvoor dienen: als ijkpunt om te stoppen.”

Heb je nog grote dromen op carrièrevlak?

“Een wilde droom heb ik wel: ik ben fan van Richard Hammond’s Big! op Discovery Channel. Daarin gaat hij op zoek naar de wetenschap achter de grootste bouwwerken en machines. Een megadam in Oostenrijk, gevechtsvlieg­tuigen in Amerika, de Volkswagen-fabriek: het jongetje in mij vindt dat ongemeen boeiend. Moest ik zoiets kunnen doen, graag. Ik hoef zelfs niet in beeld te komen.”

En emigreren? Je reist heel graag.

“Vorig jaar bezocht ik een van mijn beste maten die met zijn gezin in Bangkok woont. Dat lijkt me zalig, je eens onder­dompelen in een andere cultuur en beseffen dat wij hier de waarheid niet in pacht hebben. Maar ik heb me erbij neergelegd, het zal niet meer gebeuren. Omdat ik geen talent heb waar een buitenlandse werkgever iets mee kan. Omdat ik een te grote schijtluis ben om gewoon te vertrekken. En omdat constant onderweg zijn ook betekent dat je constant verwijderd bent van wat je hier hebt. En dat is te goed. Dus laat mij maar op reis gaan. Nieuwe culturen opsnuiven, maar daarna ook weer heel blij thuiskomen.”

Ondanks die grote vier zit hier een tevreden man.

“Ik doe gewoon echt graag wat ik doe. Ik zoek niet naar wat er misschien beter zou kunnen zijn, of naar wat ik nog niet heb. Dát lijkt me de sleutel tot een gelukkig leven. Shit, klink ik nu niet heel mindful? (lacht) De grootste frustratie in mijn leven is dat mijn nieuw bad te klein is voor mijn 1 meter 94. Als je over futiele details kan zagen, ­zitten de grote lijnen wel goed.”

Zondag 8 maart, om 19u55: de eerste aflevering van De mol, seizoen 8, in Griekenland. Sports Late Night, elke vrijdag, zaterdag en zondag, allebei op VIER.

Ⓒ De Morgen

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234