Jacques Vermeire in 'Het huis'.Beeld VRT

Televisie★★★☆☆

‘Het huis’ op Eén: ‘Luidruchtigheid is een kwaliteit die ik zelden van ganser harte toejuich’

De onmiskenbare vis comica van Jacques Vermeire schreed ‘Het huis’ binnen, waarop ik eventuele hoop op urgentie maar liet varen. Eric Goens had zich dan ook al eens eerder toegang verschaft tot Vermeires privésfeer, toen voor ‘Kroost’, waardoor mijn kennis aangaande ‘de grappigste en luidruchtigste aller smoelentrekkers’ sindsdien ook geen noemenswaardige hiaten meer vertoonde. Nu is luidruchtigheid zelden een kwaliteit die ik van ganser harte toejuich, en bovendien vind ik het bepaald ongemakkelijk om me als praktiserend stoïcijn oprecht te bescheuren louter om een knoop in iemands expressie, maar het spreekt vanzelf dat elke euro die Vermeire zich heeft weten toe te eigenen als gediplomeerd smoelentrekker – een letterlijk hoofdberoep – hem gegund is. Ik sluit ook niet uit dat ik tussen de leeftijd van één en drie mogelijk wél even vatbaar was voor zulke plastische jool. Daar sta je dan met je pretenties van goede smaak.

Goens stond zelf ook omstandig stil bij de duiten die zijn gast doorheen de jaren vergaard had middels rücksichtslose inzet van lijf, leden en Luc Verschueren. In Vermeires herinneringen daaromtrent, anekdotes die zich telkens afspeelden tussen filmset, schoenwinkel en schnabbel, hoorde je vooral te verstaan dat de voormalige man van één miljard boven alles een genadeloze werkethos aanhing. Vermeire noemde zichzelf onomwonden ‘een product’; hij kon zelfs nog uit het blote hoofd oprakelen wat zo’n acte de presence als Dimitri De Tremmerie in een discotheek destijds schoof.

Het komt me voor dat ‘Het huis’ met de jaren steeds makkelijker herleid wordt tot de onthullingen die logees er tijdens hun verblijf prijsgeven na ampel aftasten van hun gastheer. Zulke bekentenissen verschillen dan danig met de pulp die pakweg woekert tussen de covers van ‘de boekskes’, zoals Goens de vakbladen ook nu weer smakelijk samenvatte, al is het maar omdat híj ze ontlokt heeft. Aan Vermeires huwelijk met Eva Pauwels, de gesel van het Turkse hotelwezen, ging Goens dan ook aanvankelijk genadig voorbij. ‘Ik vrees dat de mensen dat verhaal al kennen uit de boekskes,’ klonk het. Die vrees weerhield Goens er anders ook niet van om Pauwels later toch weer ter sprake te brengen aan de hand van gezinsfoto’s, voor mensen die de boekskes niet lezen.

Af en toe kregen we ook flarden uit Vermeires podiumproducties te zien, een bloemlezing waarin de grappigste en luidruchtigste aller smoelentrekkers in één fragment met merkwaardige gusto gestalte gaf aan een overjarige nicht in roze overjas – een homoseksueel op maat van toeschouwers die bij gebrek aan fantasie man-vrouwrelaties al aangebrand genoeg vinden. Of was het een gebrek aan empathie? Later zette Vermeire tegenover Goens ook nog live een tribaal geïnspireerde epilepsieaanval neer. Op podia, ter vermaak van betalende publieken, noemt hij die toeval steevast een Afrikaanse volksdans, zogezegd buitgemaakt op de ‘Woekie-Toetie-stam’. Op zulke momenten vond ik ‘Het huis’ vreemd genoeg net onkarakteristiek weinig op zelfreflectie aansturen, terwijl ik me ondertussen aldoor zat af te vragen of dat slag humor eigenlijk wel bestand is tegen de 21ste eeuw. En omgekeerd. Het moet ook niet altijd Urbanus zijn in ‘De afspraak’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234