null Beeld Netflix
Beeld Netflix

Na het succes van 'Dahmer'

Het ‘monster’ moet een merk worden: waarom kijken we zo massaal naar films en series over seriemoordenaars?

Waarom kijken we massaal naar films en series over ‘serial killers’, zowel over fictieve als over gruwelijk echte seriemoordenaars? De makers van de Netflix-hitserie ‘Dahmer’, gebaseerd op een werkelijke geschiedenis, hebben nu al ‘nieuwe monsters’ op het oog voor het vervolg.

Mark Moorman

De Netflix-serie over de man die drie hoofden en een menselijk hart in zijn ijskast bewaarde, trok net zoveel kijkers als de serie over een stel Amerikaanse tieners die het opnemen tegen het kwaad uit een parallel universum, of de Koreaanse hit over een dodelijk spel waar de deelnemers mee uit de schulden proberen te raken. Verrassend om het, laten we dat vooral niet vergeten, waargebeurde verhaal van seriemoordenaar Dahmer, met de volledige titel ‘Dahmer – Monster: The Jeffrey Dahmer Story’, aan te treffen tussen wereldwijde hits alsSquid Game’ en ‘Stranger Things’.

Jeffrey Dahmer heeft zeventien moorden op jongens en jonge mannen op zijn geweten, die hij pleegde tussen 1978 en 1991, het jaar dat hij werd opgepakt. Maar het waren zijn methoden en zijn pathologie die hem zo berucht maakten en hem de bijnaam ‘Milwaukee Cannibal’ opleverde, hoewel kannibalisme maar een van de kenmerken van zijn gruwelijke palet was.

Het oprakelen van de dertig jaar oude moorden op het grootste streamingplatform viel niet overal even goed, de hoge kijkcijfers en de goede recensies ten spijt. Wellicht dat ze zich bij de politie in Wisconsin (die we al kenden uit die andere true crime-hit van Netflix, ‘Making a Murderer)’ niet herkenden in het portret van de falende, racistische en homofobe agenten die keer op keer wegkeken bij de meest in het oog springende aanwijzingen dat er iets niet klopte. Maar het waren vooral de familieleden van de slachtoffers van toen die het gevoel hadden dat hun traumatische familiegeschiedenis werd opgediend als entertainment voor een wereldpubliek. Rita Isbell bijvoorbeeld, zus van de door Dahmer vermoorde Errol Lindsey.

Isbell was een van de getuigen in het proces tegen Dahmer, dat in 1992 ook op televisie is uitgezonden. Zo kon het tv-publiek destijds zien hoe Isbell als getuige geestelijk instortte en Dahmer in de beklaagdenbank op een haar na aanvloog. Deze scène is in ‘Dahmer’ zo precies mogelijk nagespeeld, inclusief een actrice die op Isbell lijkt en hetzelfde shirt draagt. Maar kennelijk zonder de echte Isbell in te lichten dat deze scène er aan zat te komen, laat staan haar toestemming te vragen. ‘Niemand heeft me gevraagd hoe ik erover dacht dat dit gemaakt zou worden. Ze hebben het gewoon gedaan.’

De echte Henry Lee Lucas in de documentaire ‘The Confession Killer’. Beeld Netflix
De echte Henry Lee Lucas in de documentaire ‘The Confession Killer’.Beeld Netflix

Wordt er dan voor de zoveelste keer gesold met de nalatenschap van de slachtoffers, terwijl de naam van de moordenaar zelf tweemaal voorkomt in de titel? Is het hele true-crimegenre eigenlijk wel mogelijk zonder dat het toch een pervers monument wordt voor de moordenaars, terwijl de slachtoffers vaak anonieme voetnoten blijven? Al was het maar omdat de moordenaar bijvoorbeeld wordt gespeeld door Zac Efron (Ted Bundy in ‘Extremely Wicked, Shockingly Evil and Vile’)? Of wordt bezongen door Sufjan Stevens (John Wayne Gacy Jr. in het gelijknamige nummer op het album ‘Illinois’: ‘Oh the dead/ Twenty-seven people/ Even more, they were boys, with their cars, summer jobs’)? De moordenaars krijgen hun plek, hoe infaam ook, in het pantheon van de populaire cultuur. De slachtoffers bekopen het noodlot van een fatale ontmoeting niet alleen met hun leven, maar ook met de vergetelheid.

Het succes van ‘Dahmer’ op Netflix toont in ieder geval aan dat er voorlopig nog geen einde is gekomen aan de populariteit van het serial killer-genre. Vooral Netflix heeft een stroomversnelling veroorzaakt, met films en series over fictieve seriemoordenaars, dramatische reconstructies van waargebeurde killing sprees en, daaropvolgend, documentaires over dezelfde figuren, gebruikmakend van rechtbankscènes en audio-opnamen die waren gemaakt door schrijvers en journalisten die er op zijn minst een boek in zagen. Als je als kijker, geholpen door je Netflix-algoritme, deze tunnel ingaat, zou je haast vergeten dat de seriemoordenaars maar een fractie van de moorden plegen, zelfs in de Verenigde Staten.

Op de golven van het succes van Dahmer kondigde showrunner Ryan Murphy aan dat hij, in zijn woorden, alweer ‘nieuwe monsters’ op het oog had om nieuwe series over te maken. ‘Monster’ moet een merk worden, à la zijn langlopende series ‘American Horror Story’ en ‘American Crime Story’ –American Monster Story’ misschien? Zou Murphy seriemoordenaar Henry Lee Lucas op zijn macabere wensenlijst hebben staan, een moordenaar die ooit werd gezien als een recordhouder met wellicht zeshonderd moorden op zijn naam?

Toen Lucas in het begin van de jaren tachtig werd gearresteerd, was de fictieve seriemoordenaar een veelvoorkomende figuur op het witte doek. Van ‘The Texas Chain Saw Massacre’ (1974), via’ Halloween’ (1978) en ‘Friday the 13th’ (1980) tot ‘A Nightmare on Elm Street’ (1984) was er een serie demonische moordenaars op de bioscoopgangers losgelaten die het voorzien leken te hebben op promiscue tieners, vooral jonge vrouwen. Deze lowbudget-shockers kregen een eindeloos aantal vervolgen, tot op de dag van vandaag: in ‘Halloween Ends’ (2022) speelt Jamie Lee Curtis na 44 jaar opnieuw de rol van Laurie (ditmaal als grootmoeder), het favoriete slachtoffer van moordenaar Michael Myers, de man achter het witte masker.

Eddie Redmayne als Charlie Cullen in ‘The Good Nurse’. Beeld
Eddie Redmayne als Charlie Cullen in ‘The Good Nurse’.

Het verhaal van Henry Lee Lucas laat zien dat er kennelijk een onbedwingbare behoefte is om de figuur van de seriemoordenaar te mythologiseren. Was de constructie van een ongrijpbaar monster niet op een bepaalde manier geruststellender dan het idee dat het kwaad veel banaler, zelfs alledaagser kon zijn? Lucas was weliswaar een gevaarlijke psychopaat, die zeker niet meer op vrije voeten moest komen, maar hij bleek vooral een ongelofelijke fabulant. Toen hij eenmaal gearresteerd was (voor de vermoedelijk drie moorden die hij werkelijk gepleegd had), begon het grote bekennen. Gestuurd door de Texas Rangers die hem onder arrest hadden, vaak met inzage van de dossiers van vele openstaande moordzaken, kwam hij tot wel zeshonderd bekentenissen. Had hij tot nu toe een volstrekt marginaal leven geleid, daarbij niet geholpen door zijn beperkte geestelijke vermogens, opeens groeide zijn status uit tot die van de grootste moordenaar van zijn tijd. Hij werd voor het eerst in zijn leven met ontzag bekeken, in een bizarre symbiose met de sheriff die hem de bekentenissen ‘voerde’ en zo het ene na het andere dossier kon sluiten.

Als bekroning van Lucas’ nieuwe status maakte John McNaughton in 1986 zijn indringende ‘Henry: Portrait of a Serial Killer’. De film kreeg veel lof omdat hij de grauwe realiteit van het leven van een dergelijke moordmachine liet zien. Met zijn onbarmhartige lowbudgethorror-stijl werd ‘Henry’ een zeer invloedrijke film, die zijn stempel op het genre drukte. Dichter op de gruwelijke waarheid, zoiets. Behalve natuurlijk dat Lucas geen van de moorden die hij bekende had gepleegd. Het was een journalist van de Dallas Times Herald die de tijdlijn van de bekentenissen ging reconstrueren, om te concluderen dat sommige moorden, duizenden kilometers uit elkaar, op opeenvolgende dagen, nooit door dezelfde persoon gepleegd konden zijn, temeer daar Lucas zich in een oude rammelkast verplaatste en geen cent te makken had.

De zaak rond Henry Lee Lucas, die uiteindelijk in 2001 op 64-jarige leeftijd aan een zwak hart in de gevangenis zou overlijden, wordt sterk uit de doeken gedaan in de documentaire miniserie ‘The Confession Killer’ (2019). De gruwelijke bijvangst van de valse bekentenissen was natuurlijk dat de zeshonderd dossiers helemaal niet gesloten konden worden. Tegenover het niet-bestaande monster stond de realiteit van al die honderden slachtoffers en al die daders die niet gevonden zijn.

Michael Rooker in ‘Henry: Portrait of a Serial Killer’ (1986). Beeld
Michael Rooker in ‘Henry: Portrait of a Serial Killer’ (1986).

Ryan Murphy kan met recht zeggen dat hij in zijn ‘Dahmer’-serie veel meer aandacht besteedt aan de slachtoffers – aan hun individuele levens en aan de sociaal kwetsbare groep waartoe ze behoorden (zwarte jonge gays) – dan tot voor kort gebruikelijk was in het genre. Met name de zesde episode (‘Silenced’) is alom geprezen, waarin het leven van een van de slachtoffers centraal staat, en Dahmer zelf pas na 17 minuten in de aflevering verschijnt. Doorgaans gaat alle aandacht immers vooral naar wie de dader is en wat voor patroon er schuilt in zijn methoden, een aspect dat in fictie vaak wordt uitvergroot; moorden worden daarin vaak gepresenteerd als een complexe puzzel, of een boodschap die de speurder moet oplossen (van het briljante ‘The Silence of the Lambs’ (1991) of ‘Seven’ (1995) tot vele, vele naargeestige varianten, zie de hele ‘Saw’-serie).

De recente film ‘The Good Nurse’ (Netflix) is gebaseerd op de zaak van de verpleegkundige Charles Cullen, die inmiddels is veroordeeld tot achttienmaal levenslang voor 29 moorden (en er wordt rekening mee gehouden dat hij mogelijk zelfs hónderden slachtoffers heeft gemaakt). Cullen, die jarenlang patiënten in verschillende ziekenhuizen dodelijke dosis gif toediende via infuuszakken, wordt gespeeld door Eddie Redmayne. Jessica Chastain is een collega-verpleegkundige die de politie helpt met Cullens ontmaskering.

De Deense regisseur Tobias Lindholm (scenarist en regisseur van de briljante Deense serie ‘The Investigation’) pakt de verfilming van deze zaak radicaal anders aan dan meestal gebeurt bij zaken met zulke opzienbarend hoge aantallen slachtoffers. ‘The Good Nurse’ is een uiterst klinisch vormgegeven film, waarbij alle aandacht ligt bij de patiënten en bij de verpleegkundige die met heldenmoed meewerkt aan het onderzoek. Het concrete kwaad in ‘The Good Nurse’ is helder: de Amerikaanse gezondheidszorg en de vele ziekenhuizen die Cullen hebben ontslagen en de dossiers sloten om niet zelf vervolgd te worden – zodat hij opnieuw kon toeslaan.

De film opent met een beklemmende scène waarin Cullen onbeweeglijk toekijkt als een patiënt vergeefs voor zijn leven vecht. Het is die huiveringwekkende blik die Lindholm ons wil laten zien. Alsof we in een zwart gat staren: er is geen antwoord op de vraag waar dit monster vandaan komt.

(VK)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234