The MandalorianBeeld Disney

TELEVISIE★★★☆☆

Het tweede seizoen van ‘Star Wars: The Mandalorian’ recycleert Western-clichés

Excuus aan al die lezers die van ons een ‘neutrale’ of ‘objectieve’ review verwachten van ‘The Mandalorian’ (voor zover het überhaupt mogelijk is om ooit neutrale of objectieve reviews neer te pennen: series of films zijn geen stopcontacten of sapcentrifuges, waarvan objectief kan worden gezegd of ze al dan niet functioneren). 

Voor ons is het immers onmogelijk om met een objectieve blik te kijken naar de intergalactische avonturen van Mando, de premiejager met het glanzende harnas van beskarstaal. Sinds wij als uk werden opgetild en meegesleept door ‘The Empire Strikes Back’, nog steeds onze favoriete film aller tijden, maakt de ‘Star Wars’-mythologie onlosmakelijk deel uit van onze herinneringen, van onze persoonlijkheid, van onze ziel én van – wij werpen nu een blik op de miniatuurversie van de Millenium Falcon op onze kast – ons schrijfhok. 

Een direct gevolg hiervan is dat we de kwaliteit van alle nieuwe episodes en spinoffs, van ‘The Rise of Skywalker’ over ‘Rogue One’ tot ‘The Mandalorian’, wel altijd zullen blijven afmeten aan de hoge lat die in ons onderbewustzijn werd gelegd door onze allereerste magische ‘Star Wars’-ervaring. Het spijt ons, maar we kúnnen niet anders: this is the Way. En wat ons betreft dook het eerste seizoen van ‘The Mandalorian’, het vlaggenruimteschip van Disney +, ónder die lat. Luister, wat van George Lucas een visionaire regisseur maakte, was dat hij in 1977, het jaar dat de allereerste ‘Star Wars’-film verscheen, grensverleggende speciale effecten wist te combineren met een even kinderlijke als epische verhaallijn. Jon Favreau daarentegen, de showrunner van ‘The Mandalorian’, beschikt wel over een deftig special effects-team, maar niet over een sterk verhaal. In het eerste seizoen zaten nu en dan wel krachtige scènes (de boottocht over de lavarivier!), en telkens Favreau rechtstreeks teruggreep naar de oude mythologie, bijvoorbeeld wanneer de Jawa’s of de Sand People in beeld verschenen, was het alsof je een pijnloze naald in je slagader voelde zinken en je een heerlijk shot ‘Star Wars’-nostalgie kreeg toegediend. Maar over het geheel genomen ontbeerde het eerste seizoen dus een deftige verhaallijn; een krachtig voorwaarts stuwende drive. Pas in de laatste twee uitstekende afleveringen, wanneer Mando, Greef Karga en die zwartharige deerne die verdacht goed lijkt op Xena, de Warrior Princess, terugkeren naar de planeet Nevarro om eens en voor altijd af te rekenen met The Client (Werner Herzog) en zijn Imps, voelde je dat de hyperdrive van de serie eindelijk aansloeg. 

Nu hoopten wij natuurlijk dat de eerste aflevering van het tweede seizoen op dat élan verder zou gaan, maar neen: daar weerklinkt weer het gekende hyperdrive-gesputter. Spoiler-alarm: Mando suist in de Razor Crest terug naar Tatooine, waar hij in een mijnstadje op zoek gaat naar iemand die hem kan helpen om Baby Yoda terug te brengen naar zijn soortgenoten (duizenden Yoda’s die als groene pinguïns op één of andere planeet rondwaggelen: het is een beeld waarvan we stellig hopen dat we het in seizoen 2 níet te zien gaan krijgen). Wanneer Mando als een gehelmde gunslinger door het stoffige stadje stapt, horen we behalve het fluiten van de woestijnwind ook enkele gitaaraanslagen in pure Ennio Morricone-stijl op de geluidsband, en wanneer hij de lokale saloon binnenwandelt, kun je slechts vaststellen dat de decorateurs de klapdeuren én het binnenrollende tumbleweed zijn vergeten. Je kunt het natuurlijk charmant vinden dat Favreau hier de gekende western-clichés zit te recycleren, en dat is het in zekere zin ook, maar ergens is het ook makkelijk, voorspelbaar, ongeïnspireerd en al veel te vaak gedaan. 

In een plot waarin de western-invloeden zichtbaar blijven, gaat Mando een alliantie aan met de Sand People ten einde een gemeenschappelijke vijand te verslaan: een kraytdraak. Een strijd die resulteert in een aaneenrijging van donderende explosies en in een reeks actiescènes waarin iemand voor de honderdduizendste keer in de filmgeschiedenis de knop van een detonator moet indrukken – geeuw. Toch één heuglijk tafereel: het zal wel niet de bedoeling zijn geweest, maar op het moment dat Mando zijn hand op mondhoogte aan zijn helm zet en een dierlijk gebrul uitstoot waarvan de echo nog lang tussen de rotsketens van Tatooine blijft nagalmen, konden we een schaterlach niet onderdrukken (wat voor zin heeft het dat hij die hand als een toeter aan zijn lippen zet? De man draagt een helm van beskarstaal!). Volgende vrijdag zitten wij niettemin klaar voor aflevering 2, vurig hopend dat er dan méér uit dat oude Sarlacchol tevoorschijn zal komen dan die saai keffende kraytdraak.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234