'Het ergste wat een mens kan overkomen, is opgroeien zonder de warmte van een moeder’

ActeurBenoît Poelvoorde

'Het zijn echt klotetijden: je mag met niets of niemand meer lachen'

‘Santé!’ Op een druilerige dinsdagmiddag tikken we in een Naamse brasserie ons glas tegen dat van Benoît Poelvoorde (55). De aanleiding voor onze ontmoeting is ‘Adoration’, de nieuwe roadmovie van Fabrice Du Welz.

Benoît Poelvoorde zit geen seconde stil, spreekt met luide stem, drinkt gretig van zijn Duvel – ‘Het beste bier ter wereld!’ –, graait met zijn hand in de kom borrelnootjes, en springt om de haverklap recht om met een welgemeende hartelijkheid een fan of een oude bekende te begroeten.

HUMO Voor een vedette bent u gemakkelijk benaderbaar.

Benoît Poelvoorde «O, maar ik ben hier kind aan huis. En dat ik als acteur enigszins beroemd ben, zal ook wel een rol spelen in het feit dat ik vaak wordt aangeklampt (lacht).

»In Vlaanderen daarentegen kent niemand mij. Wanneer ik naar Vlaanderen ga – naar les flamouches, zoals ik ze met veel liefde noem – is het alsof ik naar het buitenland ga. Nu, ik heb recentelijk op mijn gps ontdekt dat er in Vlaanderen een Poelvoordestraat bestaat. Daar moet ik absoluut eens naartoe. Ik wil met mijn eigen ogen mijn naam op dat straatbord zien staan, ook al gaat het om een andere Poelvoorde (lacht).»

HUMO U bent in Namen geboren?

Poelvoorde «Ja, op vijfhonderd meter van dit café. De locaties waar we ‘C’est arrivé près de chez vous’ hebben opgenomen, bevinden zich op een boogscheut van de kathedraal.»

HUMO Hebt u nooit overwogen om naar Parijs te verhuizen? Dat zou toch goed zijn voor uw carrière in Frankrijk?

Poelvoorde «Laat maar. Ik heb een tijdje een flat in Parijs gehad, maar ging daar nooit naartoe. Ik hou niet van de Parijzenaars – ze zijn me te druk en te agressief. Geef mij maar het rustige, familiale Namen. Ik zou nergens anders kunnen wonen dan hier. Er is slechts één probleem: doordat ik op de oever van de Maas woon, bestaat de kans dat mijn huis ooit zal overstromen.»

HUMO U hebt toch ook een huis in Senegal?

Poelvoorde «Ja. In Senegal vind ik dezelfde rustige mentaliteit terug als in Namen. Zelf ben ik van nature een erg nerveus man. In Afrika kom ik tot rust.»

HUMO Hoe was het om in Namen op te groeien?

Poelvoorde «In mijn jeugdjaren was Namen net een groot dorp, maar dat is juist goed voor een kind. Ik wil niet als een ouwe zeur klinken, maar de kinderen van nu groeien op met een smartphone in hun hand. Hun hersens worden voortdurend overspoeld door prikkels van de televisie en van het internet – dat kan niet gezond zijn. Toen ik klein was, was er níéts. Wij dienden met onze fantasie onze eigen werelden te scheppen. Als kind doolde ik urenlang in m’n eentje door de straten. Toen mocht dat nog. Vandaag kun je je niet meer voorstellen dat ouders het hun kinderen zouden toelaten om de hele dag alleen door de stad te zwerven. De angst overheerst, zelfs hier in het provinciale Namen.»

HUMO Zat u als kind vaak in de cinema?

Poelvoorde «Ja! Vandaag staat hier nog maar één groot bioscoopcomplex, maar vroeger waren er vijf cinema’s plus één seksbioscoop. En het waren echt schitterende zalen, waar je sigaretten mocht opsteken. Jaja, deze ouwe knar herinnert zich nog de tijd dat men mocht roken in bioscoopzalen en passagiersvliegtuigen! Mijn broer en ik gingen vaak drie keer na elkaar dezelfde film bekijken. Ik herinner me in het bijzonder een film met Francis Perrin en Bernard Blier: ‘C’est dur pour tout le monde’. Een prul van een komedie, maar ik was er wild van, vooral omdat er halverwege een naaktscène in voorkwam (lacht). De eerste keer dat we die scène zagen, kon je mijn broer en mij met wijd opengesperde ogen en met de tongen uit de mond in onze stoeltjes zien hangen. Tijdens de tweede voorstelling zaten we natuurlijk de hele tijd ongeduldig te wachten op het moment dat die actrice haar beha uitdeed. En tijdens de derde voorstelling waren we al een beetje verveeld. Aldus brachten wij onze namiddagen door (lacht).»

HUMO Gingen jullie ook soms naar de seksbioscoop?

Poelvoorde «Ja, in de Cameo vertoonden ze softerotische films. Daar heb ik alle ‘Emmanuelle’-films gezien, en alle vrouwengevangenissenfilms, en natuurlijk ook ‘Ilsa, de wolvin van de SS’. Wij wilden blote meiden zien, hè. En volk dat daar op afkwam! De zaal waar ze ‘Emmanuelle’ speelden, zat keer op keer stampvol – je kunt je dat vandaag niet meer inbeelden. In Namen had je toen ook een bioscoop waar ze harde porno vertoonden, de Paris, maar die toeschouwers verborgen zich achter de kraag van hun regenjassen. De Cameo daarentegen zat tot aan de nok vol met bekende gezichten – je vrienden, je vriendinnen, je buren, je familie. Voor de mensen die toch enige gêne voelden, bestond er een truc: vlak na het begin van de film in het donker de zaal binnenstappen, en weer vertrekken voor de lichten weer aanfloepten. Voor ons, de pubers, was het in zekere zin veel minder lastig om de zaal binnen te glippen: wij hadden misschien niet de juiste leeftijd, maar we hadden geen last van gêne (lacht). Naar die harde pornobioscoop ben ik wel nooit geweest: zo dapper was ik ook weer niet.

»Ik vind het jammer dat de seksbioscopen uit het straatbeeld zijn verdwenen. Wie blote meisjes wil zien, moet tegenwoordig alleen maar plaatsnemen achter een computer. Klik-klik met je muis, en je ziet onmiddellijk de goorste dingen. Wilde je vroeger eens tieten zien, dan diende je je enige moeite te getroosten: je moest naar de bioscoop stappen, je keek naar de affiche zonder te laten merken dat je ernaar keek, je voelde die rare mengeling tussen schroom en opgewondenheid, je verzamelde je moed en vervolgens stapte je – hup! – naar binnen.

»Hetzelfde met de erotische tijdschriften: als wij een seksboekske gingen kopen, dan drentelden we eerst een halfuur tussen de rekken en deden we alsof we in andere tijdschriften bladerden. Om dan snel de Playboy uit het rek te plukken, tussen vier, meer respectabele magazines te verstoppen, en naar de kassa te stappen in de hoop dat de kassierster er niks over zou zeggen. Om vervolgens met de Playboy opgerold in je broek weer naar huis te gaan. En fíér dat we dan waren: ‘Ik heb ’m, ik heb ’m!’ (lacht) Zoiets deed wonderen voor je zelfvertrouwen. Noem me een ouwe zak, maar ik heb het gevoel dat we sinds de opkomst van het internet iets zijn verloren.»

'Mijn grootste irritatie? Al die jongeren die alsmaar roepen dat onze planeet naar de verdommenis gaat. Ik vind het debiel om zoiets te zeggen'


Zwijnen spotten

HUMO Was u op school een goede leerling?

Poelvoorde «Ik zat op internaat bij de jezuïeten, in de tijd dat die scholen nog onverbiddelijk streng, erg elitair, ultrakatholiek en nog niet gemengd waren. Bij het ochtendkrieken werden we gewekt door de bel, en nog voor het ontbijt gingen we naar de mis. Op de speelplaats mocht je niet op een bank gaan zitten, of je werd gestraft. Het was hard, hoor. Met hun eeuwige gemekker over zondebesef en zondebelijdenis praatten de onderwijzers je een schuldgevoel aan dat je nooit meer helemaal kwijtraakt: wat je ook doet of denkt, Jezus ziet je en hoort je. Maar het dient gezegd: de jezuïeten weten hoe ze je karakter moeten stalen en hoe ze je discipline moeten bijbrengen. Het gekke is: mocht ik zelf kinderen hebben gehad, dan had ik ze naar de jezuïeten gestuurd.

»Mij hebben ze na een paar jaar weggestuurd omdat ik me te onstuimig gedroeg. Vervolgens ben ik in de Ardennen terechtgekomen op een internaat voor zogeheten moeilijke gevallen. Daar vond je alle kinderen terug die door de jezuïeten waren buitengegooid omdat ze te weinig zondebesef toonden (lacht). Iedere woensdag stuurden de onderwijzers ons erop uit om in de bossen naar de zwijnen te gaan kijken; dat was hun manier om ons wat rustiger te laten worden. ‘Activiteit voor geagiteerde kinderen’ werden die lange wandelingen genoemd. Ik was wellicht één van de meest geagiteerden, want mon Dieu, ik heb in die tijd nogal wat zwijnen gezien (lacht).»

HUMO Wat deden uw ouders?

Poelvoorde «Mijn vader is gestorven toen ik nog klein was. Mijn moeder bleef berooid achter en zag zich verplicht om keihard in haar kruidenierswinkel te werken, waardoor ze nauwelijks de tijd had om zich met ons bezig te houden. Ik hing veel rond in de stad, samen met andere straatjochies. Ik was het als kind gewend om in een soort gemeenschap op straat te leven, en misschien is het wel daarom dat ik zo graag in de wereld van de cinema vertoef. Als je een film draait, maak je gedurende een tijdje deel uit van een intieme leefgemeenschap. Tussen de opnamen door kun je mij altijd terugvinden in de kantine, tussen de crewleden. Het is alsof ik mijn kindertijd gewoon verderzet op de filmset.»

HUMO Op wie lijkt u het meest: op uw vader of op uw moeder?

Poelvoorde «Op mijn moeder. Mijn broer lijkt meer op mijn vader, die een rechtlijnige man was met een kaarsrechte lichaamshouding. Ik daarentegen heb het karakter van mijn mama geërfd. Net als mij is ze een echte babbelkous. Ze leeft nog en is erg trots op mij, en ik ben haar ontzettend dankbaar voor de warmte waarmee ze ons heeft omringd. Het ergste wat een mens kan overkomen, is opgroeien zonder de warmte van een moeder. Als je een mama hebt die het schijt aan je heeft, dan is je leven kapot. Als tiener glipte ik vaak het gerechtsgebouw binnen, waar ik de assisenprocessen bijwoonde. Wat me opviel, is dat de meeste beklaagden, mensen die vaak verschrikkelijke misdaden hadden begaan, waren opgegroeid met moeders die geen enkele affectie voor hun kinderen toonden. Ik heb daar een groot gevoel van mededogen voor criminelen aan overgehouden.

»Ik heb geluk gehad: als ik als kind een tekening maakte, dan zei mijn moeder altijd dat het de mooiste tekening ter wereld was. Zo’n kleine opmerking kan het verschil maken tussen een goed en een slecht leven. Ik heb een lastige jeugd gehad, maar er werd ongelooflijk veel van mij gehouden.»

HUMO Welke impact heeft het vroegtijdige overlijden van uw vader op u gehad, denkt u?

Poelvoorde «Ik weet het niet. Ik heb al heel vroeg alleen mijn plan moeten leren trekken, maar anderzijds verlang ik ook naar de warmte van de groep. Ik zoek ook altijd naar een soort chef. Op internaat bijvoorbeeld had ik het wel een beetje nodig dat de leraars, de opvoeders en de prefecten mij vertelden wat ik moest doen, zoniet liep ik verloren. En op filmsets werk ik het liefst met regisseurs die een natuurlijke autoriteit uitstralen. Ik vind het vreselijk wanneer een regisseur me niet goed kan vertellen wat er van mij wordt verwacht.»


Geschenk van de Heer

HUMO Heeft Fabrice Du Welz, de regisseur van ‘Adoration’, die natuurlijke autoriteit?

Poelvoorde «Jazeker, dat is net wat ik aan hem waardeer. Ik heb een hekel aan besluiteloze cineasten. De filmindustrie wemelt jammer genoeg van mensen die het aan moed, durf en doortastendheid ontbreekt. Aan die mensen verkwist ik liever geen tijd.

»Ik heb de rol in ‘Adoration’ aanvaard om Fabrice, die één van mijn beste vrienden is, een plezier te doen. Het verhaaltje kon me eerlijk gezegd geen fluit schelen. We hadden niks van budget, ze hebben me niets betaald en ik sliep in mijn auto, maar er hing ambiance op de set. Meer moet dat voor mij niet zijn.»

HUMO Uw screentime in ‘Adoration’ is erg beperkt, en toch is het u gelukt om een prachtig personage neer te zetten. Is dat talent of vakmanschap?

Poelvoorde «Geen van beide. Weet u: er zijn acteurs die zich uren op voorhand met hun script opsluiten in een hok en hun personage doodanalyseren, en nóg slagen ze er niet in om iets interessants te laten zien. Zelf denk ik nauwelijks na over mijn rollen, hoogstens vijf minuten voor we aan de scène beginnen zal ik eens een blik op mijn dialogen werpen. Als je me nu zou vragen om een bankovervaller te spelen die in een café nog een laatste glas drinkt vooraleer hij de bank binnenstormt, wel, na vijf minuten voel ik tot in de toppen van mijn tenen hoe ik de scène moet aanpakken. Dat ik daartoe in staat ben, is een gelukstreffer; iets dat de Heer me heeft meegegeven.»

HUMO Wanneer hebt u die goddelijke gave ontdekt?

Poelvoorde «Op school, waar ik iedereen altijd aan het lachen bracht. Toch interesseerde het me geen bal om acteur te worden. Pas na ‘C’est arrivé près de chez vous’ heb ik ontdekt dat ik kon acteren. Rémy (Belvaux, red.), André (Bonzel, red.) en ik hebben een jaar lang promotie gevoerd voor ‘C’est arrivé’. We reisden de wereld rond, en dat terwijl ik nooit eerder in een vliegtuig had gezeten! We bezochten meer dan 25 landen en wonnen tientallen prijzen op festivals, en overal kreeg ik te horen dat ik een geniaal acteur was. Ik dacht: ‘Is dat alles wat ervoor nodig is?’ Ik vond er niks moeilijks aan. En toen begonnen ze mij rollen aan te bieden. Wacht even, dacht ik, jullie willen mij daarvoor betálen? Oké, dan. En zo ben ik in de filmwereld gerold.»

HUMO Het is alweer 28 jaar geleden dat ‘C’est arrivé près de chez vous’ uitkwam.

Poelvoorde «Vandaag zou die film niet meer mogen uitkomen, en niemand zou nog de ironie begrijpen die we in de film hadden gestopt. En toch is de tijd rijp voor een nieuwe film in de stijl van ‘C’est arrivé’. Toen we indertijd aan ons project begonnen, zijn we eerst braaf om subsidies gaan vragen, maar die werden ons geweigerd. We hebben gezwoegd om zelf de centen bij elkaar te krijgen, want we waren bezeten van het idee om eens iets anders te maken dan de brave burgerlijke films die in die tijd in de zalen speelden.

»Al in het begin van de jaren 90 ergerde ik mij rot aan het conformisme in de maatschappij, maar vandaag is het duizend keer erger. Het zijn echt klotetijden. Je mag met niets of niemand meer lachen, niemand begrijpt nog wat ironie is, en de jongeren denken alleen maar aan hun inkomen en hun pensioen. Kortom: tijd voor een nieuwe ‘C’est arrivé près de chez vous’! Voor het eerst sinds lang heb ik ook zélf zin om iets als ‘C’est arrivé’ te schrijven en eigenhandig te produceren. Wie anders moet het doen? Waar wachten de jongeren op? Om een film in elkaar te steken, heb je tegenwoordig alleen maar een digitale camera en een laptop nodig – middelen waarover wij in onze tijd niet beschikten. Maar niemand schiet in actie. Ach, ik heb een hekel aan de braafheid van de hedendaagse jeugd. Meelopers zijn het, jaknikkers!»

HUMO Van het beruchte trio achter ‘C’est arrivé près de chez vous’ bent u de enige die een rijke filmcarrière heeft uitgebouwd.

Poelvoorde «Rémy is in de reclamewereld gegaan en heeft veel prijzen gewonnen, maar zoals je weet, heeft hij zichzelf in 2006 van het leven beroofd. Hij zat in zijn hoofd al langer op een plek waar niemand hem nog kon bereiken. André van zijn kant is rare, experimentele films gaan draaien, over de Roemeense en de Tsjechische cinema, over begeerte, over seks en over blote konten. Ik heb wat geld geïnvesteerd in zijn films, maar ik snap er geen snars van.»

'Wat ik de Humo-lezer toewens? Wees niet te hard voor anderen, en vooral: wees niet te hard voor jezelf'


Debiele jongeren

HUMO Jullie hebben de Belgische cinema op de wereldkaart gezet. Maar hebt u sindsdien nog Belgische films gezien met de heerlijke onstuimigheid van ‘C’est arrivé près de chez vous’?

Poelvoorde «Niet bij de Walen, wel bij de flamouches. Ik herinner me een ijzersterke Vlaamse film met een man die over het plafond loopt...»

HUMO ‘Ex Drummer’, van Koen Mortier.

Poelvoorde «Dat is ’m. Fantastisch! Pure punk! Wat ik recent ook goed vond, is die Duitse film over die lelijke seriemoordenaar die in de jaren 70 altijd op café zit te zuipen.»

HUMO ‘Der goldene Handschuh’, van Fatih Akin.

Poelvoorde «Olalalala, dat is dus echt één van de schokkendste en gewelddadigste films die ik ooit heb gezien. Dát is wat we vandaag missen in het Belgische cinemalandschap: films die je ongemakkelijk maken, die zich geen hol aantrekken van de conventies, en waarin je een heerlijke tegendraadse esprit voelt waaien.»

HUMO Wat is uw slechtste eigenschap?

Poelvoorde «Dat ik nooit iemand laat uitpraten. Mijn vrouw zegt altijd: ‘Benoît, laat de andere mensen ook eens wat zeggen.’ Waarop ik: ‘Het is niet mijn fout, de mensen moeten maar wat sneller praten!’ (lacht) Ik zou ook graag wat rustiger worden. Nu ik al een eind in de 50 ben, voelt mijn lichaam al wat strammer en ik word ook sneller moe dan vroeger, maar mijn gedachten flitsen nog steeds alle kanten op.»

HUMO Wat is tegenwoordig uw grootste irritatie?

Poelvoorde «De negativiteit van de jeugd. Al die jongeren die alsmaar roepen dat onze planeet naar de verdommenis gaat. Ik vind het debiel om zoiets te zeggen. Het is waar dat de klimaatopwarming een grote bedreiging vormt, maar af en toe moet je ook eens durven te erkennen dat de mensheid mooie dingen heeft verwezenlijkt. Ik weet nog dat we als kind niet in de Maas mochten zwemmen omdat het water te vervuild was. Vandaag is de rivier veel properder. En er ligt veel minder hondenpoep op straat! Ik vind dat we onszelf af en toe ook mogen feliciteren. Als je de mensen een schuldgevoel blijft aanpraten, eindigen we op de duur níét met een wereld die naar de verdommenis gaat door de klimaatopwarming, maar door doemdenken, door wanhoop en door zondebesef.

»Trouwens, weet je waardoor de wereld écht naar de haaien gaat? Door de telefoon. In mijn jeugd keken wij altijd met hoog geheven hoofden naar de knappe meisjes die door de schoolpoort naar buiten stapten. Vandaag staren tieners alleen nog maar met afzakkende schouders en gebogen hoofd naar de schermpjes van hun smartphone. Vreselijk!»

HUMO Tot slot: wat wenst u de Humolezers toe voor 2020?

Poelvoorde «Stop níét met roken, stop níét met drinken, begin níét aan die vermageringskuur, maar kweek gerust nog enkele kilo’s bij – dat zijn althans mijn voornemens (lacht). Zie jezelf graag, ook al vind je van jezelf dat je te dik bent. U hebt een lelijke smoel? Trek het u niet aan! Wees niet te hard voor anderen, en vooral: wees niet te hard voor jezelf. Santé!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234