null Beeld VRT
Beeld VRT

★★★★★

Ik wik mijn woorden: ‘In de gloria’ blijft wellicht het beste Vlaamse televisieprogramma aller tijden

Toen ik vernam dat ‘In de gloria’ integraal aan VRT NU zou worden toegevoegd, heb ik daar toch geen aan Fred Astaire schatplichtige vreugdesprong bij gepleegd. Achteromkijkend denk ik dat die onverschilligheid eigenlijk een hulpkreet was, alsof alleen apathie nog restte als verweer tegen de heersende lamlendigheid op het scherm: een iele luchtspiegeling die de strekkende sportzomerdroogte op televisie hopelijk draaglijker zou doen ogen.

Het hielp ook niet dat in mijn mentale videorecorder de band van ‘In de gloria’ al een goede twintig jaar knel zit. Ik ben niet de enige, stel ik vaak vast als een oprisping van het collectieve geheugen weer eens een flard ‘In de gloria’ opboert, meestal als vergelijkend materiaal waar de werkelijkheid dan zogezegd veel weg van heeft. Dat Raymond het nog altijd niet aankan en de Poekebeek nog altijd niet voor consumptie geschikt is, weet ik zo ook nog wel, dacht ik dus. Alvorens toch overstag te gaan en de twee seizoenen die ons nagelaten werden er opnieuw volledig door te jagen. De plicht riep immers.

Mijn onverschilligheid van eerder, meer nog dan een hulpkreet, was eigenlijk arrogantie, besefte ik nog voor de eerste aflevering erop zat. Want de brille van ‘In de gloria’ geringschatten is in feite niets minder dan hovaardig. Er zou alleszins één of andere te duchten lijfstraf op moeten staan. In de eerste twintig minuten trof ik al een weelde aan onverslijtbaar goeds als ‘Boemerang’, de talkshow waarin Tom Van Dyck het op een onbedaarlijk bescheuren zet bij de vocale piep van Valère - ‘mismeesterd aan de stembanden’ - en die als persiflage zo overtuigend werkt dat ze her en der nog altijd verkeerdelijk aan de werkelijkheid wordt toegeschreven. Ook ‘De Vlaamse Haider’ zat al in die eerste aflevering, waarin Wim Opbrouck met verve en op het scherp van de snee een kleinsteedse galbak van extreemrechtse signatuur neerzet. Een schaamteloze uitvergroting, en net daarom millimeterwerk.

Die nauwkeurigheid, die je nochtans niet meteen zou rijmen met een programma waarvan het acteursbestand zich ongeremd inlaat met pruikendracht, sloop ook in de montage. De parabel van de Sint-Lambertusvrienden die op een koude zondag hun afspraak met ‘De zevende dag’ mislopen, besefte ik nu pas, heeft z’n trefzekerheid vooral te danken aan timing, het resultaat van uitgekiend knip- en plakwerk. Nooit zong Engelbert Humperdinck smartelijker dan in de aftiteling die er naadloos op volgt. Trouwens, zou beroepsinbreker Guy Callens, als berouwvolle geveltoerist een expert in dat veld, geen waardevolle toevoeging kunnen betekenen in die beroerde spotjes voor Verisure-alarmsystemen? Er moet íéts mee te doen zijn.

Ik zat hardop te lachen voor het scherm, wat volgens omstanders alweer een hele tijd geleden was, maar tegelijk viel me ook sterker dan vroeger de immer aanwezige tristesse op. De smartengang in meerdere bedrijven van Willy die ‘vanop de min’, de ondergrondse stookruimte, jarenlang de ambtenaren van het ministerie erboven warm heeft gehouden, was zelfs schrijnender dan ik me herinnerde. Met de camera in zijn zog waagt Willy zich op de laatste dag voor zijn gedwongen pensionering — de automatisering had eindelijk de ministeries bereikt — voor het eerst bovengronds. Frank Focketyn, nooit minder dan uitmuntend, laat Willy daarop de gangen van het ministerie afdweilen, maar zijn pensioen kan de geportretteerde kantoorklootzakken duidelijk aan hun nochtans voortreffelijk verwarmde reet roesten. Het blijft een zeldzaam fragment waarin de realiteit uitzonderlijk eens niet nagebootst werd in ‘In de gloria’, maar waarbij ze net binnendrong. Het misselijkmakende dedain dat Willy’s deel werd, aap je niet na, waarop ik eens te meer vreesde dat het dus wel echt moet zijn geweest.

Ik moest bij Willy’s roemloze afzwaaien ook terugdenken aan het kransje doorluchtige opiniepausen dat op tijd en stond, en met terugwerkende kracht, ‘In de gloria’ viseert omdat het huns inziens de Gewone Mens te kakken zet. Met die misplaatst paternalistische zwaai, waarmee ze denk ik vooral een denkbeeldig publiek van provincialen van dienst willen zijn, slaan ze evenwel de bal mis. Volgens mij kun je een Willy namelijk niet getrouw neerzetten als je Willy niet op z’n minst een béétje graag ziet.

Het viel me ook op hoe, als er al een rode draad verweven zit in ‘In de gloria’, die juist terugleidt naar de onbetrouwbaarheid van de camera, en de onmacht van de mens tegenover de machine: de onbehouwenheid van lui die zich in het schootsveld ervan wagen, maar zichzelf er terstond dreigen te verliezen terwijl ze een achterliggende, onzichtbare massa trachten te behagen. Misschien willen ze wel gewoon graag gezien worden. De échte hufter in ‘In de gloria’ blijft onzichtbaar voor de camera, omdat het meestentijds de camera zelf is. Inzake zulke thematiek, denk ik er dan graag bij, is er zelfs in twintig jaar weinig veranderd. Zij het dan dat iederéén vandaag een beetje cameraman is, en dus een beetje veel hufter.

Tenzij de zomerprogrammatie de komende maand alsnog verrassend uit de hoek komt, blijft ‘In de gloria’ wellicht het beste Vlaamse televisieprogramma aller tijden. Ik wik mijn woorden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234