null Beeld VPRO
Beeld VPRO

‘VPRO Zomergasten’Janine Abbring

‘Ik zou zelf nooit te gast willen zijn: televisie houdt niet van twijfel’

Eén hittegolf maakt de zomer niet. Neen, het seizoen is pas écht het seizoen zodra op de Nederlandse televisie ‘VPRO Zomergasten’ zich uitstrekt. Een fraai formulerende gast met een aktetas vol zelfgekozen beeldfragmenten, een nieuwsgierige interviewer en een klok waarvan de grote wijzer drie rondes mag lopen: ook in het 35ste jaar behoeft de formule rouge noch oogschaduw. Janine Abbring (46) interviewt, en ze interviewt góéd – het is al haar zesde seizoen.

Jeroen Maris

HUMO Wat ga je zeker niet anders doen?

JANINE ABBRING «De manier waarop ik me voorbereid. Monomaan en spartaans, met name: in de maanden voor ‘Zomergasten’ heb ik als altijd geen ander werk aangenomen, zodat ik me helemaal kon focussen. En in de weken waarin het programma loopt, hanteer ik een heel strakke dagindeling waar ik niet van afwijk. De dingen die ik kán controleren, wil ik ook controleren, zodat alleen externe factoren het feestje nog kunnen verstoren.Dat is mijn manier om de stress te temmen.»

HUMO In jouw geval komt zo’n grondige voorbereiding neer op véél boeken lezen en véél films kijken.

ABBRING «Ik voel een lichte gêne als mensen me zeggen dat ik het vast wel heel druk zal hebben. Dat is namelijk ook zo, maar aan de andere kant is lezen en films kijken ook weer niet iets waarvan je kunt zeggen dat het zware arbeid is die je aan het einde van de dag afgepeigerd achterlaat. Het is een heerlijke vorm van werken, een extreme luxe, maar er sluimert ook voortdurend stress. Want ik wil m’n hoofd blijven volgieten, maar je kunt geen zes films in één dag kijken, hè.»

HUMO Zijn er uitzendingen waar je uitgebreider voor moet studeren dan voor andere?

ABBRING «Zeker. Als de belevingswereld van de gast ver van de mijne ligt, is dat harder werken. Sport is een goed voorbeeld: dat is mijn blinde vlek. Dan zit ik het verschil tussen de eredivisie en de Champions League uit m’n hoofd te leren.»

HUMO Dan is de eerste aflevering meteen een klus: Humberto Tan, je gast, is een journalist en presentator met een grote passie voor sport.

ABBRING «Het valt nogal mee: Humberto heeft niet geweldig veel sportfragmenten gekozen. Maar het onderwerp zit erin, natuurlijk, en dus ben ik er wat harder op gaan studeren, en heb ik wat meer bijstand gevraagd aan collega’s die wel een bal van een puck kunnen onderscheiden (lacht)

HUMO Gebeurt ook het omgekeerde weleens? Dat je een gast en diens passies zo goed begrijpt dat je voorbereiding louter pro forma is?

ABBRING «Pro forma is ze nooit, maar bij Yuval Noah Harari gebeurde het voor het eerst dat ik haast alle fragmenten al kende, én er fan van was. In ‘Wintergasten’ was dat, de tegenhanger van ‘Zomergasten’ die ik eind vorig jaar presenteerde. Het was de eerste keer dat dat me overkwam: ‘O, dit ken ik, en ik vind het ook nog eens fantastisch!’

»Dankzij ‘Zomergasten’ loop ik voortdurend op nieuwe interesses. Humberto Tan wilde er bijvoorbeeld absoluut een fragment uit een natuurdocumentaire in. Nu ben ik zelf een enorme natuurliefhebber, maar met van die lange, slepende documentaires had ik voorheen niets. Tot ik er enkele bekeek, en er helemaal in meegezogen werd. Ik zag bijvoorbeeld een documentaire over twee mannen die in de bergen van Nepal wekenlang op zoek gaan naar een sneeuwluipaard. Dat duurt en dat duurt, ze krijgen dat dier maar niet te zien, en ik vroeg me af: hoe lang blijft dit leuk? Maar ik zat op het puntje van m’n stoel: het bleek geweldig spannende televisie.»

HUMO Heb je in je hoofd een lijstje van vragen die je zeker níét wilt stellen aan een gast?

ABBRING «Ja. Dat overleg ik met de eindredacteur van ‘Zomergasten’: hoe blijven we buiten de gebaande paden? Wat weten we onderhand wel over onze gast, en hoeft dus niet herhaald? Vooral bij gasten die al vaak geïnterviewd werden, is dat belangrijk. Tegelijk is het ook een valkuil, want zelf heb ik alles met en over mijn gast gelezen en bekeken, maar de kijker heeft dat niet gedaan.

»Het format helpt me geweldig. Mensen die vaak geïnterviewd worden, ontsteken nogal gauw in dezelfde riedel. Dit thema, dat verhaaltje, deze anekdote er nog bij… Zo’n concept met gekozen fragmenten die het gesprek een omlijsting geven is dan een revelatie. Want beeld roept altijd emotie op, en dan is het lekker praten. Ik merkte dat heel erg bij ‘Wintergasten’, waarbij mijn gesprekspartners uit het buitenland kwamen. Stuk voor stuk waren die in de wolken met het opzet. In het buitenland bestaat zo’n programma immers niet - alleen in België heb je ‘Alleen Elvis blijft bestaan’.»

HUMO Jezelf drie uur lang uitspellen op televisie, lijkt me bij uitstek een daad van kwetsbaarheid. Is het dat ook voor de interviewer?

ABBRING «In mijn geval wel. Gasten kaatsen soms dingen terug, en het is live, dus ik kan me niet verschuilen achter een handige montage. Maar het meest zit die kwetsbaarheid in de manier waarop ‘Zomergasten’ in Nederland onder een gek vergrootglas ligt. Als je de reuring eromheen ziet, de recensies in zes kranten en al die meningen op sociale media, dan zou je denken dat het gaat om een programma waar miljoenen mensen naar kijken. (Lachje) Nou, dat is het dus niet. Er zit een bizarre tegenstelling tussen het bereik - beperkt - en het fenomeen - oeverloos. En dat voelt wel lichtjes intimiderend, al die mensen die wat van me vinden.

»Nu goed, de grote kwetsbaarheid ligt natuurlijk bij de gast. Ik vind het best moedig, aanschuiven bij ‘Zomergasten’. Je moet het drie uur boeiend zien te houden: dat is best een verantwoordelijkheid. Ik zou het zelf nooit willen doen. Je moet toch een beetje krachtdadig formuleren, helder zijn, niet in ‘enerzijds, anderzijds’-aarzelingen praten, en ik ben net iemand die niet overloopt van de pertinente meningen. Ik hoor iemand iets zeggen, en ik denk: ja, daar zit wat in. En vervolgens zegt iemand het tegenovergestelde, en denk ik: nou, ja, dit snijdt ook wel hout. Van dat soort twijfel houdt televisie niet.»

HUMO Ben je nooit bang voor een gesprek dat helemaal fout loopt? Als een interviewee bijvoorbeeld begint te huilen, pauzeer ik het gesprek gewoon. Maar jij maakt live televisie, en moet dan dóór.

ABBRING «Ook daar helpt de structuur van het programma een handje: als het echt moeilijk wordt, kunnen we altijd naar het volgende fragment. Dat is een reddingsboei die er altijd ligt. Ik ben ook niet bang voor grote emoties. ’t Is niet dat ik erop aanstuur - dat vind ik heel lelijk, en zowel de gast als de kijker voelen zoiets - maar ik geef een gast wel de ruimte om even wat weg te slikken. Er mag best weleens een half minuutje stilte op televisie.»

HUMO Ben je in de afgelopen zes jaar een betere interviewer geworden?

ABBRING «Ik hoop van wel. Maar ik vind interviewen zo ongrijpbaar, zo ontzettend niet-meetbaar… Soms denk ik: ik heb het helemaal vernageld, dit was niets, en dan blijken mensen het geweldig te vinden. En het omgekeerde gebeurt ook, natuurlijk. (Denkt na) Het zou wel enorm lullig zijn als ik in die zes jaar geen enkele vooruitgang gemaakt heb. Maar toch: ik blijf zenuwachtig, en ik vind het ook nog altijd belangrijk om aan m’n stijl te schaven. Vorig jaar ben ik bijvoorbeeld nog op interviewcursus geweest.»

HUMO Wat ambieer je met een uitzending van ‘Zomergasten’? Het definitieve gesprek met iemand, of eerder de best mogelijke momentopname?

ABBRING «Ik ben echt trots als ik samen met de gast tot een nieuw inzicht ben gekomen. Dat hoeft niet wereldschokkend te zijn: gewoon een klein beetje anders naar jezelf kijken volstaat al.

»Harari had het in interviews nog maar zelden over kinderen gehad. Tegen mij zei hij: ‘Als andere mensen me er niet op hadden gewezen, dan had ik überhaupt nooit over een kinderwens nagedacht.’ Daar moesten we beiden om lachen, en ik herkende het ook heel erg: die oerwens heeft ook nooit in mij gezeten. En Harari verwoordde die spagaat - tussen de afwezigheid van een verlangen, en de aanwezigheid van datzelfde verlangen dat je aangepraat wordt - zo welsprekend en komisch. Dat zijn de momenten die ik onthoud.»

HUMO Je bent een zorgzame, empathische interviewer. Je past voor de brutale confrontatie.

ABBRING «Misschien is dat wel mijn kracht én mijn makke. Ik ben inderdaad niet van de strenge school. Ik durf weleens kritisch te zijn, hoor, maar… Ik denk ook steeds: we moeten wel drie uur samen door.

»Ilja Leonard Pfeijffer wreef ik onder de neus dat ik in zijn boeken maar twee types vrouwen zie: de vrouwen die hij kan neuken, en de vrouwen die hij kan negeren. Daar was hij het niet mee eens. Tijdens het daaropvolgende fragment heb ik toch even bezorgd geïnformeerd: ‘Ilja, heb ik nu de sfeer verpest?’ (Lachje) Ik geloof niet dat de mannelijke interviewers in Nederland - of Eva Jinek, for that matter - daar zo gevoelig voor zijn. Maar ik denk dan: ik moet nog anderhalf uur verder. En ik wil niet iemand tegenover me die grumpy is. Wat Ilja overigens helemaal niet was: hij moest er net erg om lachen.»

HUMO ‘Wat zou voor mij de beste manier zijn geweest om echt contact met je te krijgen,’ vroeg je in ‘Wintergasten’ aan kunstenares Marina Abramović. Mag ik die vraag naar jou kaatsen?

ABBRING «Even denken… Samen met de hond wandelen, dat lijkt me wel iets. Het is sowieso één van m’n geliefkoosde bezigheden, en je hoeft elkaar niet voortdurend aan te kijken. Daar wordt een gesprek minder springerig van: je neemt meer je tijd om een gedachte te ontwikkelen, en je laat stiltes en twijfel toe. Ja, Jeroen, laten we maar eens met de hond gaan wandelen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234