null Beeld Tobin Yelland
Beeld Tobin Yelland

FILM★★★½☆

In het persoonlijke ‘C’mon C’mon’ drukt regisseur Mike Mills in tijdloos zwart-wit uit wat het voor hem betekent om papa te zijn

Erik Stockman

Van Mike Mills, met Joaquin Phoenix, Gaby Hoffmann, Woody Norman en Scoot McNairy

Wie zal er voor de kinderen zorgen? De Joker!

DRAMA Hoe fijn is het toch om Joaquin Phoenix, twee jaar geleden smeulend van intensiteit in ‘Joker’, eindelijk eens een doodnormale vent te zien vertolken die gewoonweg Johnny heet. Johnny is een alleenstaande radiojournalist die in het kader van een interviewreeks overal in Amerika aan kinderen gaat vragen waar ze bang voor zijn en hoe ze zich de toekomst voorstellen.

Hijzelf is kinderloos, maar wanneer zijn zus Viv enkele dagen naar de andere kant van het land moet om zich te ontfermen over haar geesteszieke echtgenoot, biedt hij haar aan om op haar 9-jarige zoontje Jesse te passen, een ietwat vreemd snuitertje dat graag macabere woordspelletjes speelt. En zo gebeurt het dat Johnny, zelf nog natrillend van een liefdesbreuk, gedurende enkele dagen mag proeven van iets wat tot nu toe in zijn leven aan hem voorbij is gegaan: het vaderschap, met alle blije en bange momenten die daarbij horen. Wanneer Johnny ’s avonds op bed een sprookje voorleest, is het alsof de hele wereld tot rust komt, en wanneer hij Jesse in de supermarkt een secondje uit het oog verliest, slaat de schrik hem om het hart. Je keel die constant wordt dichtgeschroefd door een gevoel dat het midden houdt tussen onvoorwaardelijke liefde en onpeilbare angst: misschien is dát wel wat het in essentie betekent om mama of papa te zijn.

De ontroerende interviewfragmenten, die ‘C’mon C’mon’ soms de richting van een poëtische documentaire uitsturen, zijn levensecht: Phoenix, die ironisch genoeg zelf een bloedhekel heeft aan vraaggesprekken, kreeg van regisseur Mike Mills de opdracht om op verschillende Amerikaanse scholen met échte kinderen te gaan praten. De film is trouwens opgedragen aan één van hen: Devante Bryant, een 9-jarige jongen uit New Orleans die niet lang na zijn ontmoeting met Phoenix voor de deur van zijn eigen huis omkwam in een schietpartij. Slik.

Mills stond zijn acteurs ook vaak de vrijheid toe om te improviseren, en net zoals een kind er soms in slaagt om met de handen een vlinder te vangen, zo lukt het de camera af en toe om prachtige momenten te vatten. U moet héél aandachtig opletten om het te kunnen zien, maar op een bepaald moment verknoeit Phoenix z’n tekst, waarna hij glimlacht, de dialoog herneemt, en de scène vlekkeloos uitspeelt. Het typeert Mills dat hij dit nauwelijks merkbare bloopertje in de eindmontage gewoon heeft laten staan, met als resultaat een film die lééft en ademt en trilt van waarachtigheid.

Overigens ontpopt Mills zich steeds meer tot de chroniqueur van zijn eigen leven: in het sprankelende ‘Beginners’ vertelde hij het verhaal van zijn uit de kast komende vader (Christopher Plummer), ‘20th Century Woman’ was een prachtig eerbetoon aan zijn moeder (Annette Bening), en in het al even persoonlijke ‘C’mon C’mon’ drukt hij in tijdloos zwart-wit uit wat het voor hem betekent om papa te zijn. De verantwoordelijkheid weegt, blijkens ‘C’mon C’mon’, zó zwaar dat het zweet soms uit je poriën spuit, maar de liefde die je voelt, wordt méér dan de zintuigen kunnen verdragen.

Vanaf 26 januari in de bioscoop.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234