‘Ja, Chef!’Beeld SBS

televisie★★½☆☆

‘Ja, Chef!’ op VIER: ‘Binnen de muren van hun restaurant wanen de chefs zich God, Zijn Zoon en de Zwager van Peter Goossens’

Ik wil best geloven dat het voorbije jaar voor de Vlaamse topchef geen pretje was, en dat hij als diersoort riskeert straks even bedreigd te zijn als de fauna en flora die hij elke avond in de braadpan mikt, maar voor programma’s in zijn eer bedank ik al geruime tijd liever. 

In iets als ‘Mijn keuken, mijn restaurant’ meende ik al duidelijk de eindfase herkend te hebben van de televisionele obsessie met koken, die late fin-de-siècle-bevlieging waarbij onbevoegden plots druk in de weer waren met stoomoven en gasbrander, en die vooral leidde tot breed en oneigenlijk gebruik van vaktermen als ‘cuisson’. Daardoor ben ik vandaag de dag ook eerder geneigd me een zakbreuk te ergeren als er weer zo’n culinaire middenstander zich komt bedienen van het tot de bodem geleegde begrip ‘passie’ – alsof het gebruik ervan af te trekken valt van de belastingen – dan dat ik nog beate verwondering weet op te brengen voor hoe ie het toch doét, een bord zo vakkundig dichtplamuren met zalfjes van hertenjong en kweepeer.

Of ik er nu op zat te wachten of niet, ‘Ja chef’ behelst de steile klim opwaarts van vijf Vlaamse chefs wier levensbestemming neerkomt op het behalen van een michelinster of het uit een kluitje eetvee herkennen en vervolgens voluit behagen van een gezant van Gault-Millau, in de hoop dat diens gunstige oordeel een stormloop aan klandizie oplevert. Die ambitie is hun veel waard. Omgangsregels die je doorgaans vanzelf beschouwt als nevenverschijnsel van beschaving, gooien ze met graagte overboord wanneer ze zich binnen de muren van hun restaurantkeuken bevinden, een heiligdom waarbinnen ze niemand minder dan God, Zijn Zoon en de Zwager van Peter Goossens zijn. En liefst alle drie tegelijk. Zoals het hun status betaamt, schakelen de keukenpieten in kwestie ook met enige regelmaat over op een oudtestamentische toorn als hun keukenpersoneel weer te kwistig is geweest met de kweepeer, of niet gul genoeg met het hertenjong, met driftbuien tot gevolg waarvan ik er nog nooit eentje in proportie heb gezien met het eigenlijke vergrijp. Voor zo’n gedupeerde keukenhulp lijkt ‘Ja, chef!’ me vooral een handige stoplap om erger te voorkomen, met één oog op het messenblok naast je – ‘zelfverdediging’, zal de rechtbank wel oordelen.

‘Ja chef’ verkneukelde zich altijd een beetje om zulke taferelen, of die indruk kreeg ik toch met hoe vaak ze voorkwamen. Vooral met Pajtim Bajrami zullen de makers wel in hun nopjes zijn, de uitbater van de vooralsnog sterrenloze eetgelegenheid Stadt Van Luijck die zijn werknemers geldboetes oplegt en middels een handige straalverbinding tot in de keuken – ‘God ziet u’ – zelfs zijn zaalpersoneel de stuipen op het lijf jaagt. Op welk punt begint passie eigenlijk op fanatisme te lijken? Of zijn ze verwant aan elkaar?

In de tweede aflevering zagen we Bajrami plots in eigen nat richting een tafeltje glibberen waaraan toevallig zo’n tweespan culinaire recensenten gezeten was. Uiterst onderdanig schaafde hij eigenhandig de truffel in hun trog. Op zulke momenten gaat ‘Ja, chef!’ vooral over decadentie, denk ik, in al haar vormen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234