null Beeld VRT
Beeld VRT

televisie★★★☆☆

Johan Anthierens was een belhamel, leerden wij in 'Niemands meester, niemands knecht’ op Canvas

‘Hij was de eerste die deed wat hij deed, en meteen ook de laatste.’ Joël De Ceulaer, een journalist bij de krant De Morgen met een vertederende liefde voor de imperatief, had het over zijn grootoom Jean-Jacques De Ceulaer, en hoe die op een dag besloot om het roosteren van zijn ochtendtoast te combineren met het nemen van een genoeglijk bad. Maar net zo goed had hij het over Johan Anthierens kunnen hebben, de beroepsbetoger op papier, eertijds gevreesd en nu betreurd.

Voor Canvas maakte Guinevere Claeys - bij De Standaard is ze de bevlogen vakbondsafgevaardigde van de literatuur - een tweedelige documentaire over Anthierens, die twintig jaar geleden stierf. Het collectieve geheugen, een ergerlijke sloddervos, miept altijd weer over een rijtje roerige televisieoptredens van de man. Maar Anthierens was van de inkt, en van de inkt alleen. Zijn journalistieke carrière was begonnen bij Humo, een best aardig weekblad, en leidde vervolgens - Anthierens was een beweeglijke, nerveuze schipper - naar een hoop verschillende adressen. Pas in zijn roezige Knack-rubriek ‘Ooggetuige’ kwam hij enigszins thuis.

Claeys smeert geen stroop aan de baard, ook niet bij anderen: bij de aftrap van haar documentaire knipte ze meteen een lichtje aan boven het collaboratieverleden van de familie Anthierens, en daarbij aarzelde ze niet om te vermelden dat haar journalistieke held - geboren in 1937 - tot in de jaren ‘50 een vestimentaire voorkeur voor bruine hemdjes koesterde. Daarna ontdeed Anthierens zich van dat feldwebel-gedachtegoed, en werd hij een vrije denker die tempels, paleizen en instituten alleen met slijklaarzen wenste te betreden. Claeys plaatste het allemaal goed in de tijd, al zorgde die focus op het maatschappelijk kader er ook voor dat ik van net iets te veel getuigen vermoedde dat ze het parfum van Anthierens nooit hadden mogen ruiken.

De stoet van pratende hoofden - iedereen die Anthierens enigszins bewonderde en geen fobie voor volzinnen door het hoofd heeft hollen, had een oproepingsbrief in de bus gekregen - deed na een poos wel een lijzige vermoeidheid in me zeuren. Ik zag veelal gearriveerde mannen die hun embonpoint als een oorlogslitteken droegen, Ernstige Heren die ik associeer met gesteven tafellinnen, sokken aan tijdens de seks en de afwezigheid van gevaar - behalve dan voor het Vlaamse patrijzenbestand. Op momenten van slechte luim vraag ik me weleens af of Anthierens wel blij zou geweest zijn met die melkwitte kuiten-brigade als spionkop. Zie ze gillen, telkens ze weer een bandenspoor van opinies achterlaten: ‘Kijk eens, Johan, zonder handen!’

Dat ik niet dood ben, tenminste niet op hormonaal vlak, bleek telkens Guinevere Claeys zelf in beeld sprong. Dat gebeurde, euh, eerder vaak. Ik weet nu hoe Guinevere Claeys koffie drinkt, hoe Guinevere Claeys een toetsenbord aait, hoe Guinevere Claeys energiek wandelt, hoe Guinevere Claeys weemoedig wandelt, hoe Guinevere Claeys haar belastingaangifte invult, hoe Guinevere Claeys tweevingerig neuspeutert, en hoe Guinevere Claeys haar vijf illegaal gehouden Bengaalse tijgers dresseert. Ach wat, kennis is belangrijk.

Dat voor de sikkeneurigheid, want Claeys heeft weldegelijk ook een knappe documentaire gemaakt. Anthierens’ liefde voor Boudewijn De Groot gebruikte ze bijvoorbeeld handig als een serviel kapstokje om het over zijn blozende liefde voor taal te hebben. Anthierens liet het Nederlands hinkelen en rinkelen: nooit trok hij een A4’tje uit zijn schrijfmachine dat niet opgewonden glansde. Hij schreef ook graag, vaak en veel over zichzelf, zónder dat drommen lezers hem schouderophalend de rug toekeerden. Dat autobiografische schrijven was noodzakelijk, hoorde ik in de woorden van zijn dochter Eva, want práten over de roffel van het hart lukte niet zo goed - over de gebutste geest in dat mooiemannenlichaam hoop ik in het tweede deel meer te vernemen.

Het meest bleef ik hangen aan een Knack-cover waarop Anthierens naast Eddy Merckx stond te glimmen - de foto was gemaakt door Rik Van Cauwelaert. Goud en glorie schreeuwt dat beeld: twee jonge mannen hebben zich ingeolied tegen de middelmaat, en geloven dat ze nooit een knecht hoeven te zijn. ‘Hij was een belhamel,’ had Karel Anthierens eerder gezegd, de broer die Claeys nog verder had mogen uithoren. Wat ik mis in dit tijdsgewricht: belhamels, en mensen die het woord belhamel gebruiken.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234