'Lockdown' Beeld vrt
'Lockdown'Beeld vrt

televisie★★★½☆

‘Lockdown’ op Eén: ‘In de beperking toont zich de meester’

Een applausje voor Gilles Coulier (de regisseur van ‘Cargo’ en ‘De Dag’) en Maarten Moerkerke (‘Deadline’, ‘Ontspoord’, ‘De Bende Van Jan De Lichte’), die bij het begin van de eerste lockdown in maart, toen de hele cultuursector werd platgelegd en diverse filmprojecten van de weeromstuit in de koelkast belandden, niet bij de vol zelfmedelijden volgestouwde pakken bleven zitten, maar het frisse idee opvatten voor een reeks van twaalf kortfilms, gedraaid in een coronaveilige setting, geregisseerd door twaalf verschillende Vlaamse cineasten.

Niet alleen een geweldige rehabilitatie voor het ietwat miskende genre van de kortfilm, maar ook een geweldige opsteker voor vele technisch werkloze crewleden, van regisseurs tot setdressers en boom operators, die in het midden van een ogenschijnlijk verloren jaar onverwachts een prachtige kans kregen om hun creatieve spieren te oefenen. Omdat er nu eenmaal een pandemie raasde, kregen de filmploegen noodgedwongen een reeks beperkingen opgelegd: de verhalen dienden beperkt te blijven tot één locatie, de bezoekruimte van een gevangenis, en massascènes à la ‘Spartacus’ behoorden vanzelfsprekend niet tot de mogelijkheden.

Niemand die over die beperkingen zal zijn gevallen: wie over een eidopje talent en creativiteit beschikt, behoort in dit soort beteugelingen net een prikkelende uitdaging te zien. In de beperking toont zich de meester, nietwaar, kinderen!

De twaalf eindresultaten worden deze week gedurende vier avonden uitgezonden op Eén, en gisterenavond werden meteen de allergrootste kanonnen bovengehaald. Op de generiek van ‘Zuur’ prijken immers drie namen die klinken als klokslagen: regisseur Robin Pront (‘D’Ardennen’), Matthias Schoenaerts, en Veerle Baetens. En om het maar eens in Hollywoodjargon te zeggen: they deliver. Schoenaerts, klappeiend met een Antwerps accent dat zonder ondertiteling even onverstaanbaar klinkt als Oezbeeks, vertolkt met de hem kenmerkende intensiteit een stuk crapuul dat een gevangenisstraf uitzit omdat hij zuur in het gezicht van zijn lief heeft gegooid; Baetens is de getergde vrouw achter wier huidmasker een gruwelijk verminkt gelaat schuilgaat.

Tussen de twee personages ontspringt vanaf de allereerste seconde een spanningsboog die in de volgende minuten steeds strakker opbolt, enigszins verrassend gevolgd door een grijnslachverwekkende ontlading die niet zou misstaan in een wraakfilm met Charles Bronson, of met Beatrix Kiddo alias The Bride. De tussen Schoenaerts en Baetens hangende scheidingswand van plexiglas volstaat niet om de druppeltjes van puur acteertalent tegen te houden, maar ‘Zuur’ vormt ook mooi staaltje van de virtuoziteit van Robin Pront: wij kijken meer dan ooit uit naar zijn op stapel staande langspeler ‘Zillion’.

Is ‘Zuur’ een voetzoekertje dat uiteenknalt van spanning en stijl, dan vormt ‘2055’, geschreven en geregisseerd door Wouter Bovijn (‘De Twaalf’, ‘Red Light’), een wondermooi voorbeeld van het less is more-principe. Een pancarte vertelt ons dat we ons in een fictief België bevinden, waar de mogelijkheid bestaat om vrijwillig in isolement te gaan in een van de buitenwereld afgesloten instituut. De hoofdpersoon, met aangrijpende precizie gespeeld door Peter Gorissen, heeft veertig jaar geleden alles en iedereen achter zich gelaten en verblijft sindsdien in een spartaans bemeubeld kamertje waar alleen een lampekap, een tandenborstel en een stapel notitieboekjes hem gezelschap houden: ‘Geen mens die ik verdriet doe als ik sterf, geen mensen meer die mij verdriet doen als ze sterven’, horen we hem zeggen in een dialect dat zonder ondertiteling even onverstaanbaar is als Russisch, en alleen voor dit ene zinnetje krijgt ‘2055’ van ons de prijs voor de meest poëtische oneliner. Een dof gestommel kondigt op een dag de komst aan van een stielman (Tom Vermeir) die komt checken of de wandtelefoon in de bezoekersruimte nog werkt. En uit het daaropvolgende uitgepuurde, op precíes de juiste ingetogen toon gebrachte gesprek blijkt dat, ook al kies je er vrijwillig voor om je ogen stijf dicht te knijpen voor de buitenwereld, geen enkel verdriet ooit helemaal valt buiten te sluiten.

In ‘Nadja’, het iets minder sterke sluitstuk van de eerste avond, keren we terug naar de échte gevangenis, waar een vrouwelijke bajesklant (Emilie De Roo) met een zwabber in de weer is in de bezoekersruimte; de plas bloed en de uitgeslagen tand die ze van de vloer oppikt, wijzen er duidelijk op dat er zonet iemand door het lint is gegaan. Wanneer ze met haar wisser het vuil van het plexiglas verwijdert, ziet ze tot haar lichte verbijstering zichzelf zitten aan de andere kant van de scheidingswand. ‘Gij zijt niet echt,’ prevelt ze, maar ze grijpt niettemin naar de wandtelefoon en begint een existentieel gesprek met zichzelf, in een dialect dat zonder ondertiteling even onverstaanbaar is als het Ostêns.

Als regisseuse toont Kaat Beels (‘Clan’) gedegen vakmanschap, al was het misschien niet echt nodig om sommige handelingen, zoals wanneer de döppelganger de telefoon tegen haar eigen hoofd smakt, of wanneer ze haar hoofd tot bloedens toe tegen het tafelblad ramt, als in een horrorfilm te versterken met donderende geluidseffectjes. Komen verder deze week nog aan bod: de kortfilms van onder meer Michaël Roskam, Jan Eelen, Dorothée Van Den Berghe en Gilles Coulier himself. En nu maar hopen dat de wandtelefoon én de ondertiteling het blijven doen.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234