Paula Semer - Meer Vrouw Op StraatBeeld VRT

televisie★★★☆☆

‘Meer vrouw op straat’ op Canvas: ‘In de beeldende kunsten is nu ook weer niet zò gek veel veranderd in vierhonderd jaar’

Er zat een merkwaardige veerkracht in de tred waarmee Sofie Lemaire door ‘Meer vrouw op straat’ stoof, alsof ze aldoor op weg was naar elders. Misschien een betere toekomst? Hoe dan ook, ‘elders’ leek zich altijd net buiten het beeldkader te bevinden, waardoor Lemaire zich voor het grootste deel al lopende van haar presentatie kweet. Of haar schrijden nu ostentatief bedoeld was of niet, ze drong alleszins aan op vooruitgang: een jaar geleden had Lemaire in zowat elke televisionele praatbarak kond gedaan van het idee achter ‘Meer vrouw op straat’, en riep ze de nietsvermoedende kijker toen op om vergeten vrouwen voor te dragen die het huns inziens waard waren om een eigen straat, dan wel een ander deel van het openbaar leven naar zich vernoemd te krijgen. Naar het resultaat van die oproep zat je nu te kijken.

Dat er inderdaad een soort volksraadpleging aan de basis lag van ‘Meer vrouw op straat’ bleek uit het handvol vertegenwoordigers van de vox populi dat elke aflevering hun kandidaat kwam verdedigen in een speciaal daarvoor ingerichte en met camera’s behangen kloostercel, die uit gastvrijheid wel op een publieke plaats neergepoot was. In de eerste aflevering, die zich in Antwerpen ontplooide, betekende zulke gastvrijheid ook dat niemand Nicole en Hugo ervan verhinderde om zich toegang te verschaffen tot het hok om op kenmerkende wijze de lof te zingen van modeontwerpster Ann Salens, die hen bij leven hun podiumgarderobe geschonken had. Om de aerodynamische voering van een echte Ann Salens te demonstreren, deed de Nicole van de twee, die één van Salens’ creaties droeg, er een bevlogen pirouette mee, ondanks de krappe behuizing rondom haar. Nog meer argumenten werden niet aangedragen door dat op cruiseschepen berekende echtpaar, een regiekeuze waar ik nu ook niet luidkeels tegen protesteerde, maar aan het eind kreeg je wel mee dat Salens haar eigen pad zou krijgen in het Antwerpse. ‘Meer vrouw op straat’ weet aan het eind van elke aflevering namelijk uit te pakken met resultaten, waarmee het zich op z’n minst onderscheidt van de doorsnee slag in het water die het gemiddelde tv-programma vaak is.

De goeddeels vergeten vrouwen voorgesteld door die al dan niet bekende voorbijgangers, mochten in de praktijk vooral de aanleiding zijn voor een opeenvolging van korte documentaires, die, hoe lovenswaardig ook qua opzet, niet altijd uitblonken in noodzaak. Toen de altijd montere Joris Hessels Paula Marckx ging opzoeken, die zich als ongehuwde moeder in de jaren zeventig als eerste luidop afvroeg waarom kinderen geboren buiten het huwelijk niet dezelfde rechtsgeldigheid genoten als grut dat volgens katholieke stelregels verwekt was, mondde zijn bezoek uit in een tochtje sportvliegen waarvan de beweegreden me niet helemaal duidelijk was. De volgende aflevering kon je desgewenst ook wat aanmerken op de passage waarin Maarten Vangramberen wielrenner Elvire de Bruyne, later Willy, bedacht als eerste binnenlandse transgender met renommée, maar waarvoor hij eerst minutenlang voorlas uit een oude krant die, te horen aan zijn ietwat hijgerige fluistertoon, duidelijk middenin een goed bezochte bibliotheek lag.

Ook tijdens ‘Paula’s Penthouse’, de hopelijk onbedoeld kinky klinkende rubriek die Paula Sémer bestiert in ‘Meer vrouw op straat’, durfde ik weleens te zappen, zij het dan louter geestelijk. Sémer deed zich daarin elke aflevering tegoed aan het VRT-archief, dat klaarblijkelijk en ondanks veelvuldig getrooste moeite van Steven van Herreweghe maar niet tot de bodem geleegd wilt raken. Hoewel Sémer bij elk fragment wel demonstratief op een oude beeldbuis naast haar begon te hengsten, dreigde ‘Meer vrouw op straat’ net op die momenten te encyclopedisch te worden, waardoor het ook te veel ging slepen dan goed is voor de strijdbaarheid die het uitdroeg. Maar om zulke euvelen al te roekeloos in rekening te brengen, kon je tegelijk ook te veel waardevols zien. Het schandelijke feit dat Andrée de Jongh als vrouw achter de zogeheten ‘komeetlijn’, waarlangs neergestorte Engelse piloten tijdens de Tweede Wereldoorlog weer naar af werden gestuurd, tot vandaag een eigen strook asfalt moest ontberen in haar naam, mocht zo naar mening zelfs gerust tot protestjes leiden. De vermakelijkste reportage was echter die waarin Clara Peeters bedacht werd in de eerste aflevering. Als kunstschilder was Peeters tegelijk actief met Rubens, maar omdat vrouwen zich destijds niet ongestraft waagden aan het vereeuwigen van levende modellen, wijdde ze zich dan maar volledig aan luisterrijke stillevens. Zo stond ze bij leven vooral te boek als specialiste in het levensecht portretteren van kaas: als dat niet op z’n minst een steeg verdient in één of andere kunstenaarswijk, dan niets.

De eigentijdse artieste Anne-Mie Van Kerckhoven, die voor de reportage over Peeters opgesnord werd, gaf ruiterlijk toe nog nooit van Peeters gehoord te hebben, maar haar doortocht was wel goed om erop te wijzen dat er in de beeldende kunsten nu ook weer niet zò gek veel veranderd was in vierhonderd jaar. Volgens Van Kerckhoven was er immers ook vandaag nog altijd sprake van een mannenwereld: Jan Hoet, vermaard kunstpaap, scheepte haar naar eigen zeggen ooit af met zijn deskundige mening dat vrouwen volgens hem geen uitstaans hadden met al wat artistiek was, waarop hij zich ook nog zou hebben laten ontvallen dat Van Kerkhoven zich dus maar beter kon bekommeren om huiselijker stillevens zoals de vaat. ‘Ik voelde haat bij die woorden. Pure haat’, herinnerde Van Kerckhoven zich. Jan Hoet kon dan weer niet tot een reactie bewogen worden voor ‘Meer vrouw op straat’, daar hij ondertussen alweer zes jaar dood is. In tijden als deze doet hij daar mogelijk goed aan.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234