null Beeld BELGA
Beeld BELGA

★★★★★

Nafi Thiam en de Red Lions: twee medailles om ter mooist

Nafi Thiam: goud. Red Lions: goud. Twee medailles om ter mooist, in de zevenkamp en het hockey. Een medaille van pijn, en een medaille van the process.

Maar laat ik beginnen met een net-niet medaille, en hoe mooi die wel kan zijn. In de zevenkamp was het tot gisteren alleen maar over Nafi Thiam gegaan. Tot als het ware uit het niets een andere landgenote op medaillekoers bleek te lopen, springen, werpen en weer doorgaan. Het ene na het andere persoonlijke record ging eraan, en tot de laatste meters van de afsluitende 800 meter – die ze overtuigend won – kon ze ruiken aan het brons.

Noor Vidts strandde uiteindelijk op de vierde plaats. De ondankbaarste plek, wordt weleens gezegd. Maar dat is een misverstand, waarmee ook Vidts het kennelijk niet eens leek te zijn: ze blééf maar lachen en stralen. ‘We zien jou de hele tijd stralen, is dát het geheim waarom het zo goed gaat met jou?’ had Maarten Vangramberen, de Olympische uitblinker van Sporza, haar met nog één proef te gaan gevraagd. Waarop Vidts, tussen twee schaterbuien door: ‘Ik denk dat je van je sport moet genieten, en dat doe ik enorm.’

‘Blijven doen!’ wilde ik haar toeschreeuwen. Helaas, goed wetend dat het zo niet zal gaan. Want debuteren doe je maar één keer, en daarna is niets nog hetzelfde. Zeker niet als je zo excelleert als Vidts deed in Tokio. Zodra de schijnwerpers je gevangen hebben, laten ze je niet meer los. En wat dat doet met een atleet, kan Thiam haar vertellen.

Geluk is niet waaraan ik dacht toen ik Thiam na afloop van de zevenkamp voor de microfoon van Vangramberen zag staan. Dit was geen Olympisch kampioene die met haar geluk geen blijf wist. Dit was een gekwelde mens die het alleen maar kon hebben over de mentale belasting waaronder ze had geleden. Over de moeilijkheden die ze had moeten overwinnen. Over hoe ze zich vijf jaar geleden in Rio nog had geamuseerd (‘want ik zat er in mijn hoekje, met rust gelaten door iedereen’), maar hier in Tokio niet meer (‘door de druk’). Toen ze naar een woord zocht om haar gevoel samen te vatten, zo kort na toch iets groots als een tweede Olympische titel, kon ze na een korte stilte alleen dit bedenken: ‘Leeg.’

Naomi Osaka, Simone Biles – hun namen schoten door mijn hoofd. Een hartverscheurend pleidooi tegen de opgefokte topsport was dit opnieuw. De pijn van Thiam is wat ik van haar Olympische triomf onthoud. En dat is jammer, want over meerkampers wordt zo al genoeg geringschattend gedaan: degelijk tot goed in alles, in niets de beste. Dat zal wel. Maar wie hoger moet worden ingeschat, de allrounder of de specialist, is een discussie die nergens toe leidt en aan mij niet besteed is. Voor wie zich meervoudig Olympisch, wereld- én Europees kampioen mag noemen, past alleen een diepe buiging. Thiam verdient ons aller respect – en mededogen.

Olympisch, wereld- én Europees kampioen: het is precies hoe ook de Red Lions zich sinds vandaag mogen noemen. ‘We gaan er de mooiste finale ooit van maken,’ had Loïc Luypaert na de halve finale tegen India uitgeroepen. ‘Als we nu gaan vieren, vieren we een zilveren medaille,’ stelde Alexander Hendrickx, de koning van de strafcorner, het feest nog even uit. Want, zo zette Luypaert de focus al meteen op scherp, eerst nog dat goud: ‘We zijn klaar om geschiedenis te schrijven.’

Om maar te zeggen: het waren de Red Lions zélf die hun lat hoger dan hoog legden. Na een hoogstaande, zenuwslopende finale tegen Australië, het nummer één van de wereld, draaide het uit op shoot-outs – een reeks strafschoppen zoals in het voetbal, zeg maar, maar dan oneindig veel aantrekkelijker. Zoals Humo al had voorvoeld, ontpopte Vincent Vanasch zich tot de matchwinnaar. ‘Vanasch is wéér de held!’ schreeuwde Sporza-commentator Eddy Demarez zich schor toen de doelman de beslissende redding had verricht. Demarez was door het dolle: ‘De missie is volbracht’, en daarmee alludeerde hij op het proces dat sinds de zilveren medaille van Rio was ingezet, met maar één doel: Olympisch goud in Tokio. Een ambitie was het die een mantra werd, en nu ze is ingelost, een nieuwe invulling geeft aan het ook weleens in het voetbal gebezigde begrip ‘gouden generatie’.

Het proces, dus. Of, om het in de taal van bondscoach Shane McLeod te zeggen: ‘the process’, een begrip dat ik natuurlijk nog kende van Vincent Kompany, de Shane McLeod van Anderlecht. Dat voetbalt vanavond tegen het nummer vier uit de Albanese competitie, van wie ik de naam eens zou moeten opzoeken. Een wedstrijd waaruit Kompany ‘hoop en plezier’ zegde te putten, ‘want Anderlecht is terug’. Op het Europese toneel, bedoelde hij. Fair enough, maar nog altijd in de kelder van de topsport, weten we na vandaag.

Hulde aan Nafi Thiam en de Red Lions!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234