null Beeld

FILM★★★1/2☆

Noah (★★★1/2☆)

Het Oude Testament volgens Darren ­Aronofsky: machtig, poëtisch en soms ook een beetje potsierlijk.

Haal uw paternosters boven: vanaf deze week trotseert die goeie ouwe stamvader Noach de zondvloed in ‘Noah’ en in december zal Christian Bale de Rode Zee doen opensplijten in Ridley Scotts Mozes-verfilming ‘Exodus: Gods and Kings’. Yup, het lijkt erop dat de studiobonzen in Hollywood een nieuwe uit te melken geldkoe hebben ontdekt: de Bijbel.

Nuchter bekeken heeft dat boekje inderdaad alles om te worden omgezet in een lucratieve filmfranchise: het gaat net als ‘The Hunger Games’, ‘Harry Potter’ en ‘Lord of the Rings’ om een ongelooflijke bestseller, de hoofdpersonages beschikken over buitengewone superheldkrachten, de plot bárst van het drama, en er vallen een heleboel epische massa­scènes uit te halen.

Zó kakelvers is het genre evenwel niet: Cecil B. DeMille verfilmde ‘The Ten Commandments’ al in 1923, Mel Gibson scoorde in 2004 een gigantische hit met het ranselende ‘The Passion of the Christ’ en in zekere zin kun je ook het op het Boek van Job gebaseerde ‘A Serious Man’ van de gebroeders Coen opvatten als een – zij het niet al te bijbelvast – religieus epos.

De meeste van die bijbelfilms, zeker de dociele adaptaties uit de jaren vijftig en zestig, komen in onze moderne ogen behalve ongelooflijk gedateerd ook wel een beetje belachelijk over: wie eens goed wil grinniken, moet op YouTube beslist eens de Bergrede uit ‘King of Kings’, met Jeffrey­ Hunter als de meest creepy Jezus ooit, bekijken.

Om ‘Noah’ valt minder te lachen. Darren Aronofsky, regisseur van ‘Requiem for a Dream’, ‘The Wrestler’ en ‘Black Swan’, heeft op het verhaal van Noach zijn eigen verwrongen verbeeldingskracht losgelaten: u krijgt géén donderende stem uit de hemel, géén ridicule valse baarden, géén evangelische voice-over zoals die van Orson Welles in ‘King of Kings’, maar wel een stikdonkere, omineuze, door machtige muziek van Aronofsky’s huiscomponist Clint Mansell ondersteunde einde-van-de-wereldprent die zich eerder in een grimmig sprookjeslandschap dan in een Bijbelse setting lijkt af te spelen.

Uit de machtige beeldenstroom die Aronofsky in het eerste uur ontketent, springen nu en dan tableaus tevoorschijn die uw mondwerk gegarandeerd zullen doen openklappen: Noachs visioenen hebben iets van een hallucinogene trip, de fast motion-montage waarmee Aronofsky het hele scheppingsverhaal visualiseert is niet minder dan geniaal, en dat er in die oud­testamentische wereld zelfs overdag honderden sterren aan de azuurblauwe hemel prijken, vonden we een mooie, poëtische touch.

Wanneer de Watchers opdoemen, granieten creaturen die uiterlijk een beetje lijken op de Enten uit ‘Lord of the Rings’, dreigt ‘Noah’ heel even in een idiote fantasyfilm te veranderen, maar Aronofsky geeft hen een hele mooie rol – nooit gedacht dat wij, verdorven heidenen, bij het aanhoren van de woorden ‘De Schepper brengt hem naar huis!’ – uitgesproken door één van die Watchers – nog eens ijskoud kippenvel zouden krijgen.

De flinterdunne lijn tussen grandeur en potsierlijkheid wordt jammer genoeg geregeld overschreden: Ray Winstone, nochtans goed op dreef als de barbaar die er alles aan doet om aan boord te klimmen, lijkt eerder in een horrorfilm thuis te horen, Anthony Hopkins lijkt met die grijze staartpruik net weggelopen uit ‘The Fiendish Plot of Dr. Fu Manchu’, de familietafereeltjes verzuipen in de klefheid, en het slotkwartier voelde toch een beetje aan als een anticlimax.

Aronofsky heeft intussen mogen ervaren dat het maken van bijbelfilms een riskante bezigheid is: ‘Noah’ werd in Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Indonesië in de ban geslagen, en in de Verenigde Staten fulmineren de christenen dat de plot veel te sterk afwijkt van de Bijbel en dat Noach wordt afgeschilderd als een onversneden psychoot. Zelf vonden we Russel Crowe erg goed: zijn dialogen komen soms rechtstreeks uit een zakbijbeltje, maar zoals hij de woorden uitspreekt, klinken ze meer verbeten dan plechtig; en op de bodem van zijn ogen lees je behalve zielskracht ook wanhoop en vertwijfeling. Alleen in de scène waarin hij een apezatte Noach moet spelen, zie je Crowe grandioos in het water vallen: een overtuigende dronkaard neerzetten, het blijft voor elke acteur één van de moeilijkst te klaren klussen.

Tijd voor het resumé, Noé: dit is niet Aronofsky’s beste, maar zoals altijd heb je het gevoel dat je naar iets bijzonders zit te kijken, en bovendien slaagt de cineast er toch maar mooi in om je met een drukkend doemgevoel op te zadelen. Was dat een regendruppel die we zonet op ons voorhoofd uiteen voelden spatten?

BEKIJK DE TRAILER:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234