Beeld VRT

Televisie★½☆☆☆

‘Op de man af’ op Eén: Hopen op een geknapt touw of een welgemikte vogelpoep

Middels een sportieve uitdaging meet Saartje Vandendriessche zich in ‘Op de man af’ weer wekelijks met een bekende manskerel. In de derde aflevering, waarin ze gaat highlinen met Otto-Jan Ham, was het opgespannen koord meteen ook het enige dat écht spannend was.

Vervéélt Otto-Jan Ham zich? Heeft hij een wat duur uitgevallen verbouwing af te betalen? Heeft de voormalige presentator van ‘De Ideale Wereld’ en heden van enkele programma’s waarvan de naam ons niet meteen te binnen wil schieten aan een dronken avond een bucket list overgehouden die hij om de een of andere reden nog wil afwerken ook? Of worstelt hij met een knoert van midlife crisis en mag hij van vrouwlief geen moto kopen? Binnenkort steekt Otto-Jan Ham (OJH voor de vrienden en voor mensen die verzot zijn op afkortingen) op VIER in het gezelschap van een handjevol BV’s in een zeilboot de Atlantische Oceaan over, en deze week maakte hij als een van de uitdagers van Saartje Vandendriessche zijn opwachting in ‘Op de man af’. Otto-Jan, die ons – vraag ons niet waarom - niet meteen een fervent beoefenaar van duur-, uithoudings- en andere krachtenverslindende sporten lijkt, had voor Saartje, een vrouw met een soortement missie, een challenge in petto die kon tellen: hij wilde weleens zien of deze afgetrainde power woman in de Gorges du Verdon, ‘de grootste canyon van Europa’, op honderd meter hoogte over een highline – vakjargon voor een smal en niet overdreven strak koord – kon lopen. Een vooruitzicht dat ons zowaar lichtelijk benieuwd maakte naar het vervolg, iets wat ons tijdens dit soort programma’s, en als we er even over nadenken eender wélk tv-programmma, zelden of nooit overkomt.

In afwachting van wat een spectaculaire climax beloofde te worden – het zweet stond zozeer in onze handen dat onze kuip paprika wokkels bijna uit onze handen glipte – waren wij zelfs bereid de onvermijdelijk minder spannende aanloop uit te zitten. Die bestond vooral uit beelden van Saartje en OJH die in avonturenparken in de Waalse vrije natuur die nog niet zijn opgekocht door Marc Coucke of in de eigen tuin op een slackline, een laag gespannen koord, een onhandig en nogal ongelijk gevecht met de zwaartekracht aangingen. Ze werden daarbij bijgestaan door ene Bram Boelens, sportleraar en ook nog eens ‘fulltime avonturier en een van Belgiës beste highliners’. Wat die laatste kwalificatie juist betekent, is lastig in te schatten. We kunnen ons niet voorstellen dat de Belgische highliners op hun jaarlijkse ledendag een Sportpaleis vullen, zelfs niet als ze op reglementaire afstand van elkaar staan. Het klinkt toch een beetje als ‘een van de beste schansspringers van België’. Al zullen er vast wel weer bars zijn waar je daarmee indruk kunt maken, zeker als er voldoende Schnaps is gevloeid.

Bram kon er alleszins wat van, zo bleek uit de kunstjes die hij op tien meter hoogte gezwind demonstreerde. Bij OJH en Saartje ging het duidelijk iets moeizamer. In amper vier weken training over voldoende techniek en evenwichtskunsten beschikken om op honderd meter hoogte over een koord te wandelen – uiteraard voorzien van een veiligheidsharnas – leek ons dan ook nogal ambitieus. Maar, zoals het concept dat eist, wisten OJH en Saartje van geen opgeven. Althans niet voor de camera. Meer dan de helft van dit programma, en dus méér dan genoeg, werd in beslag genomen door scènes waarin we beiden vloekend en tandenknarsend van frustratie onderaan een koord zagen hangen. Begeleid door een immer enthousiaste Bram en, in Saartjes geval, eveneens onder het toeziende oog van haar twee vaste coaches. Sportpsychologe Els gaf daarbij ondersteuning door vanop veilige afstand toe te kijken. Om haar aanwezigheid en de bijbehorende vergoeding te rechtvaardigen, knikte ze af en toe goedkeurend, of riep ze iets sportpsychologisch gefundeerds als ‘Probeer niet te vallen!’ Kortom, het soort professionele hulp dat onontbeerlijk is wanneer je honderd meter hoog boven een gapende canyon op een koord staat te wiebelen.

Opdat links en rechts toch nog iémand wakker zou blijven voor de buis - niet alleen onze handen maar ook onze oksels en bovenlip waren inmiddels kurkdroog - vonden de makers het, geen moment te vroeg, tijd om de spanning wat op te drijven. Tot groot enthousiasme van Bram, die we ondertussen van overmatig prozacgebruik begonnen te verdenken, verplaatste de actie zich naar een verlaten steengroeve in het vooral om zijn steengruis bekende Ardense Viroinval, waar de nog steeds even smalle koord op een al iets uitdagender twintig meter hoogte was gehangen. Bram gilde het net niet uit van plezier. OJH, die onderweg nog te kennen had gegeven dat hij er ontzettend veel zin in had, mocht als eerste aan de beurt. Terwijl hij weer toonde op welke weinig elegante manieren je allemaal op een koord kan proberen te klauteren en de frustratie steeds meer de overhand nam, gebeurde er iets merkwaardigs en ook wel komisch: OJH, eigenlijk een kundig vermomde Hollander, begon volledig bevrijd van de ironiemodus waar hij al een tijd in vastgelopen lijkt in platte Hollandse tongval – ‘Teringkutzooi! Schijtluis! Droplul!’ – keihard en tot lichte schrik van Saartje en de anderen – ‘Pannenkoek! Kloothommel! Luldebehanger!’ – luidkeels op zichzelf te schelden.

‘In dit soort situaties bezig je de taal die het dichtst bij je staat,’ duidde Els deskundig, denkend aan haar factuur. Als Otto-Jan nog wat langer met het onwillige koord had geworsteld, had het ons niet verbaasd wanneer hij een opblaasbare hoed in de vorm van een oranje klomp uit zijn achterzak had opgedolven en die nog op zijn hoofd had gezet ook. Om zich vervolgens fluitend naar de dichtbijzijnde polonaise te spoeden, desnoods over een smal kutkoord. Voor het zover kon komen, was hij echter al naar de kant gehaald om daar tegen een rotswand, net niet in tranen, zijn diepe ontgoocheling in zichzelf te verbijten. Saartje, die het al niet veel beter afging dan haar uitdager, barstte op twintig meter hoogte in het luchtledige bungelend dan weer in een onbedaarlijke huilbui uit. Iets wat haar in de loop van deze aflevering wel vaker overkwam. Samen met het bijna vreeswekkende en op het eerste oog niet gespeelde fanatisme waarvan ze blijk gaf, leek het bijna te wijzen op issues van het soort waar de Libelle mee volstaat, en die ze misschien maar eens in een ander programma moet uitzoeken. Of niet natuurlijk. Wat ons wel weer voor Otto-Jan innam, is dat hij niet te beroerd was om toe te geven dat hij zich niet van zijn allermannelijkste kant had getoond en zelfs dat hij doodsangsten had uitgestaan: we zien het de mannetjesputters die nog zoal in deze reeks aantreden niet meteen doen.

Bram, wiens pilletjes uitgewerkt leken, had ondertussen zijn conclusie getrokken: de Gorges du Verdon was voor zijn pupillen – pun min of meer intended – toch een ietsje te hoog gegrepen. De ultieme confrontatie zou daarom plaatsvinden op een highline van veertig meter hoog met zicht op Dinant. Els, die zich duidelijk afvroeg of wat ze net allemaal had gadegeslagen nog wel onder sportpsychologie viel, haastte zich om dat een goed idee te vinden. Van de finale proef waarvoor men ons vijfenveertig zéér lange minuten tevoren lekker had gemaakt, verwachtten wij ondertussen zo goed als niks meer. Het enige wat nog voor enige suspense leek te kunnen zorgen, was een geknapt touw, een afbrokkelende rotspartij of een welgemikte vogelpoep, maar dat gunden we ze nu ook weer niet, al scheelde het ook weer niet véél.

Bij wijze van voorprogramma mocht Jef Cox, luidens de voiceover óók Een Naam in het milieu, op een eenwieler driftig molenwiekend de highline bedwingen. Als om de bewijzen hoe moeilijk het ook voor geoefenden is, tuimelde Jef een paar keer met fiets en al de diepte tegemoet. Zijn act sterkte ons verder in de overtuiging dat highlinen toch vooral iets is voor lui die graag bij het circus waren gegaan, maar van hun ouders – verstandige mensen – geen toestemming én meteen ook een paar stevige petsen tegen hun kop hadden gekregen. Of gewoon bang waren van clowns. Voor wie het nog mocht interesseren: OJH waagde zich louter voor de vorm en met minder overtuiging dan ooit even op het koord en bakte er – ‘Teringhond! Klootviool! Kontkorst!’ – helemaal niks van, waarna Saartje de op dat punt al lang uitgedoofde wedstrijd won door een fractie van een oogknippering lang half overeind te raken op de lijn. Het bespaarde ons alvast een enorme huilbui.

De komende weken meet Saartje zich nog met onder anderen Victor Verhulst, Bartel Van Riet en – we nemen aan iets waarbij hij zijn broek mag aanhouden - Sean Dhondt. Ze doet maar. Verder kijken wij met gematigde belangstelling uit naar de optredens van Otto-Jan in ‘Bake Off Vlaanderen’, ‘Dancing with the stars’ en ‘The Masked Singer’.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234