'Mijn grootvader was ervan overtuigd dat de rijkswacht een vuile rol had. We zijn vaak uitgelachen, maar hij had dus toch gelijk!’

'Niet schieten'David Van de Steen

Op zoek naar de reus met David Van de Steen, die de Bende van Nijvel overleefde

‘Ik ben moe. Het is slopend, maar het is nu of nooit meer.’ David Van de Steen, overlever van de overval op de Delhaize in Aalst in november 1985, houdt dapper stand midden in de orkaan van media-aandacht na de nieuwe onthullingen over de reus van de Bende van Nijvel.

(Verschenen in Humo op 31 oktober 2017)

‘Iedereen klaar? Stilte voor opname!’ Een keiharde knal, alsof er vuurwerk ontploft, gevolgd door hysterisch gehuil. Drie gemaskerde mannen met vuile zwarte jassen en bemodderde schoenen lopen tussen de winkelrekken en schieten op alles wat beweegt. Klanten en kassiersters vluchten in paniek weg, appelsienen en flessen rollen over de vloer, een snoeprek wordt aan flarden geschoten, ruiten springen kapot, een kale man krijgt een kogel in zijn achterhoofd en valt ter plekke dood neer. Kleine David kruipt met angstige ogen door de winkel en duikt achter een pilaar op de groenteafdeling, de blauwe ballon aan zijn pols danst achter hem aan. Hij schrikt van elke knal. ‘En... cut!’ roept regisseur Stijn Coninx.

We zijn in Turnhout, in een nagebouwde vestiging van Delhaize op de filmset van ‘Niet schieten’. Buiten beeld achteraan in de winkel volgt David Van de Steen, intussen 41, alles op de monitor. ‘Zo was het 32 jaar geleden,’ zegt hij met een goedkeurend knikje. ‘Dit is realistisch. Het geweld, de brute agressie, het lawaai van de schoten, de paniek in de winkel… In het echt vliegt er wel meer bloed in het rond, maar dit benadert toch sterk wat ik zelf heb meegemaakt.’

Al twee maanden volgt David van heel dichtbij de opnames van ‘Niet schieten’, een verfilming door Stijn Coninx van het boek over zijn leven dat we in 2010 samen hebben geschreven. Hij kijkt toe hoe zijn filmouders en filmzusje worden neergemaaid op de parking van de winkel, en hoort de laatste woorden van zijn zus Rebecca – ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ – die avond meer dan twintig keer uit de mond van de 13-jarige Zita Wauters, die Rebecca speelt. 32 jaar na datum woont hij de begrafenis van zijn familie bij op het kerkhof van Aalst. Wanneer de camera’s beginnen te draaien en zijn grootvader bloemen op de drie zwarte kisten legt, begint het plots te stortregenen, net als in 1985. Toen was hij er zelf niet bij: hij lag zwaargewond in het ziekenhuis en volgde de begrafenis van zijn familie op tv. Even krijgt hij een krop in de keel wanneer hij Jan Decleir, die zijn grootvader speelt, ziet breken bij de identificatie van de drie lijken in het dodenhuisje. Maar hij herstelt zich snel. ‘Rebecca had meer brandplekken in haar gezicht, van de kruitresten,’ zegt David tegen Stijn Coninx tussen twee takes door. Zonder verpinken gaat hij door: ‘En het gat van de kogel bij mijn moeder zat lager, net onder de hals. Er was een heel stuk weggeschoten, daarom hebben ze haar aangekleed met een brace rond de nek.’

'Als er morgen iemand op zijn sterfbed zegt dat hij het heeft gedaan of de daders aanwijst, zou ik er niet mee kunnen leven dat die vrijuit gaan’

Het is vreemd om hem zo nuchter en met schijnbaar gemak over de gruwelijkste details te horen praten en hem aanwijzingen te zien geven over hoe het destijds allemaal is verlopen. ‘Het doet me niet zoveel, ik kan mijn gevoelens volledig uitschakelen,’ vertelt hij. ‘Zelfs mijn vrouw begrijpt dat soms niet helemaal. Maar voor mij is dit fictie. Dit is níks in vergelijking met wat ik zelf in het echt heb meegemaakt. Ik leef al meer dan dertig jaar met deze beelden.’

En het is belangrijk dat ze ook getoond worden, zonder iets te verbloemen, vindt hij. ‘Niet wegens het spektakel, maar omdat mensen gewoon niet weten hoe beestachtig het eraan toeging. Als je dat niet beseft, kun je ook de rest niet begrijpen.’

DE LODEN JAREN 80

De voorbije twee maanden nam ik verlof bij Humo om met David te werken aan een tweede boek, dat uitgeverij Lannoo volgend jaar uitbrengt bij de release van de film van Stijn Coninx. Het wordt een actualisering van het eerste boek, ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’, dat we zeven jaar geleden bij uitgeverij Vrijdag hebben gepubliceerd. Intussen is er veel gebeurd. Veel mensen die het eerste boek lazen, zochten contact met David en vertelden hem hun stukje van het verhaal. Voor het nieuwe boek gingen we hen opnieuw opzoeken. Politiemensen die er die avond bij waren en vandaag nog steeds nachtmerries hebben. Verpleegsters die David hadden verzorgd. Mensen die net weg waren uit de Delhaizewinkel vóór het noodlot toesloeg. Ex-speurders uit het onderzoek. Tipgevers zoals Marc Van Damme, de scheepskok die jeugdvriend Christiaan Bonkoffsky herkende in robotfoto nummer 19 als de reus van de Bende van Nijvel.

Dat diens uitgelekte tip zou zorgen voor de uitbarsting die het land vandaag in rep en roer zet, had David niet voorzien en zeker niet gepland. Maar nu het zover is, is het onderzoek in een stroomversnelling geraakt en misschien komt er zelfs een definitieve doorbraak. Dat zal dan grotendeels te danken zijn aan de vechtlust van David, die al jaren met groeiend ongeduld zoekt naar de waarheid over de moord op zijn ouders en zijn zus. Zijn telefoon kan de honderden oproepen van Belgische en Nederlandse televisie, radio en kranten nauwelijks verwerken, en ook de BBC hing al aan de lijn. Het verhaal is dan ook bijna een Hollywoodscript: een Bendeslachtoffer lost op eigen kracht het grootste misdaadmysterie van ons land op en vindt na 32 jaar de moordenaars van zijn familie bij de rijkswacht. ‘De staat die haar eigen burgers vermoordt,’ zuchtte hij vorige week ongelovig. Het is maar een kwestie van tijd voor CNN voor de deur staat.

David zelf zit al enkele dagen met verbazing te kijken naar wat er plots allemaal in beweging komt. Duizenden mensen laten hem via Facebook, Messenger en andere kanalen weten dat ze achter hem staan en zijn verontwaardiging en woede delen. Politici gaan er prat op dat ze hem persoonlijk kennen. Een politiek commentator vertelt hem in de coulissen van een tv-programma dat hij materiaal heeft om de regering te laten vallen. Jongeren ontdekken plots een duister hoofdstuk uit het verleden van hun eigen land: de loden jaren 80 komen weer tot leven. De minister van Justitie roept het college van procureurs-generaal in spoedoverleg samen, maakt nieuwe middelen vrij en belooft dat de onderste steen boven zal komen. De speurders van de cel Waals-Brabant in Charleroi hebben plots drie versnellingen hoger geschakeld. Enkele dagen geleden – belachelijk laat – wilden ze de uitbater ondervragen van de schietclub waarvan de inmiddels overleden Christiaan Bonkoffsky bij leven en welzijn lid was. Ze kwamen te laat: de vorige uitbater van de Lion d’Or, die Bonkoffsky als lid gekend had, bleek met de noorderzon vertrokken na beschuldigingen van fraude.

Meer dan wat ook wil David nu dat het onderzoek vooruit blijft gaan. Voor hem komt het erop aan om de druk op de ketel te houden. ‘Het is nu of nooit meer,’ zegt hij met een onverzettelijkheid die je niet verwacht bij iemand die zo’n zwaar verdriet te torsen heeft.

Hoe anders was het zeven jaar geleden, toen ik David leerde kennen via onze huiscartoonist Jeroom, met wie hij bevriend is. David was toen 34. Toen ik hem in maart 2010 thuis ging bezoeken, ging de deur op een kier open. Spiedende blik, voet achter de deur, klaar om ze terug dicht te gooien. Eén seconde lang duurde dat wantrouwen, daarna ging de deur helemaal open en verscheen een charismatische jonge man met een warme lach. Bij elk bezoek ging het zo. Hij besefte zelf niet eens dat hij dat deed, vertelde hij, toen ik hem er weken later attent op durfde te maken. Hij was ermee opgegroeid, met die extreme waakzaamheid, de woorden van zijn grootouders indachtig: ‘Wees voorzichtig als je een deur opent. Je weet nooit wie ervoor staat.’ Het was maar één van de kleine trekjes die in zijn gedrag gesleten waren – een gevolg van opgroeien met constante angst.

David wilde zijn levensverhaal in een boek neerschrijven. Hoe hij na die fatale avond in november 1985 in het ziekenhuis wakker werd met een aan flarden geschoten heup en het nieuws dat zijn ouders en zijn zus het niet hadden overleefd. Hoe dat zijn leven verdeelde in een vóór en na. Een leven vol heftige, onderdrukte emoties: verdriet, machteloosheid, en veel kwaadheid. Omdat hem en alle andere Bendeslachtoffers onrecht is aangedaan, en omdat ze in de steek zijn gelaten door de overheid. Een leven vol fysieke pijn ook, met 34 operaties aan zijn been, dat er met de jaren almaar slechter aan toe is. Toch mocht het geen triest boek worden. Hij wilde een mooi eerbetoon aan zijn grootouders en zijn familie, zonder wie hij het niet had gered. En, belangrijk: het mocht géén boek worden over het onderzoek, met honderden complottheorieën waar hij gek van werd. Het onderzoek hield hem indertijd niet erg bezig. Hij had het te druk met zijn gevecht om te overleven. Het moest een boek voor de slachtoffers worden. ‘Zouden de mensen hierin geïnteresseerd zijn?’ vroeg hij een tikje onzeker.

'Jan Decleir, die petjen speelt in 'Niet schieten', voerde urenlange gesprekken met David om de persoonlijkheid van zijn grootvader te doorgronden’

NIET SCHIETEN!

‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ verschijnt in oktober 2010, wordt meteen vertaald in het Frans en maakt veel los in het hele land. Mensen beseffen plots opnieuw hoe gewelddadig het er in de jaren 80 aan toeging en hoe de Bende een kwarteeuw later nog altijd diepe wonden achterlaat in honderden levens. De Belgische media blazen het stof van het oude, vergeten Bendedossier, Nederland verbaast zich over het al dan niet opzettelijke geknoei in het onderzoek en over de incompetentie van de Belgische speurders. De Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries biedt aan om het Bendedossier te komen oplossen. In Aalst wordt er voor het eerst in 25 jaar een herdenking georganiseerd voor de Bendeslachtoffers, door de toenmalige burgemeester Ilse Uyttersprot (CD&V). Zelf was ze nog maar 18 ten tijde van de overval, maar haar vader Raymond Uyttersprot was burgemeester van Aalst in 1985. Hij overleed een jaar na de overval, volgens zijn dochter omdat hij zo diep geraakt was door de slachtpartij in zijn stad, met acht doden.

Ook David zelf verandert door het boek, dat orde schept in de herinneringen die in brokken en flarden door zijn hoofd zwermen. Hij bloeit open, merkt zijn vrouw Nathalie. Haar rationele, gereserveerde man toont vaker zijn gevoelens. Voor het eerst in zijn leven voelt David dat mensen met hem meeleven, en het doet hem zichtbaar deugd. Lezers die zelf iemand verloren hebben, vertellen hem dat ze veel herkennen in zijn verhaal en er steun uit putten. David, die altijd een hekel aan school heeft gehad, gaat een cursus traumaverwerking volgen en wordt rouwconsulent.

In januari 2011, terwijl het boek nog in het brandpunt van de aandacht staat, sterft Davids grootvader, Albert Van den Abiel, 89 jaar. De man naar wie David zo opkeek en die samen met zijn vrouw voor zijn opvoeding had gezorgd, was één van de actiefste nabestaanden van de Bendeslachtoffers. Hij zat de onderzoekers voortdurend achter de veren en zorgde ervoor dat de affaire in de aandacht bleef. Van in het begin van het onderzoek was hij ervan overtuigd dat de rijkswacht een vuile rol had in de moord op zijn kinderen. Dat had hij op de avond van de overval zelf gezien: een R4’tje met twee rijkswachters die de Delhaize moesten bewaken, was een halfuur voor de overval weggereden. Rijkswachters die voortijdig hun post verlieten, dat was vreemd. Tijdens de overval zelf had hij twee rijkswachters met de rug naar de Delhaize zien staan. Ze deden niks om de overval te beletten. Telkens als Albert Van den Abiel de speurders in Charleroi daar lastige vragen over stelde, werd hij weggehoond, uitgelachen, gekleineerd. Eén keer wond hij zich tijdens een informatievergadering voor de slachtoffers zo op dat hij in de auto op de terugweg bijna een hartaanval kreeg, en besliste hij om nooit meer naar de zogenaamde slachtoffervergaderingen te gaan.

Toen we ons boek aan het schrijven waren, was grootvader Albert al ziek. Hij woonde nog altijd in het oude appartement recht tegenover de Delhaize die door de Bende was overvallen. Op een avond in juni 2010 zaten we bij hem thuis aan de keukentafel, terwijl aan de overkant een ploeg van VTM en speurders van de cel Waals-Brabant van Charleroi zich klaarmaakten voor een reconstructie in de Delhaize van ‘de dertig laatste dagen van de Bende’. Voor grootvader Albert hoefde het niet meer: ‘Het zal wel weer een grote poppenkast worden.’ De man die zo hard voor de waarheid gevochten had, was erg broos geworden, moegestreden. Hij geloofde niet meer in justitie en politie: ‘Zij zijn het andere kamp.’ Zijn vrouw, Davids grootmoeder, was enkele maanden eerder gestorven, en hij was blij dat ze dit niet meer moest meemaken: ‘Nog eens schoten horen in de Delhaize en weten dat je kinderen vermoord worden, dat zou ze niet aangekund hebben.’

In de dagen voor zijn dood geeft hij David een bruine krokodillenleren tas, waarin hij alle documenten over de Bende bewaarde die hij in de loop der jaren verzameld had: ‘Nu is het aan jou.’ David, die tot dan toe altijd de schijnwerpers had geschuwd en in de schaduw van zijn grootvader was gebleven, neemt bij zijn sterfbed op een bijna vanzelfsprekende manier zijn plaats in. Voor de media wordt hij, zonder het zelf op te zoeken, een gezicht van de slachtoffers van de Bende van Nijvel.

Albert Van den Abiel leeft net lang genoeg om van de filmplannen van Stijn Coninx te horen. In december 2010 stuurt de regisseur een mail: ‘Ik heb net je boek uitgelezen en ben zeer onder de indruk. Ik wil er zeer graag over spreken en bewonder je levenswandel en kracht, net zoals die van je grootouders en je hele familie.’ Jan Decleir, al evenzeer onder de indruk, is onmiddellijk aan boord om de rol van grootvader Albert – ‘petjen’ – te vertolken. Hij zal urenlange gesprekken met David voeren om de persoonlijkheid van zijn petjen te doorgronden.

'Grootvader Albert was blij dat zijn overleden vrouw de reconstructie in 2011 niet meer hoefde mee te maken: 'Nog eens schoten horen in de Delhaize en weten dat je kinderen vermoord worden, dat zou ze niet aangekund hebben’

DE REUS OP HET SPOOR

Het boek heeft nog een ander, onverwacht gevolg. Een stoet van tipgevers dient zich bij David aan. Getuigen, oude gangsters en gangsterliefjes, mensen die zich interessant willen maken, fantasten – alles door elkaar. Een meisje neemt contact op met het nieuws dat haar vader lid was van de Bende van Nijvel. Zo hoopt ze hem in de gevangenis te krijgen, want ze is jarenlang door hem misbruikt. Hier en daar duikt een bruikbare tip op. Maar vaker zijn het vage, onsamenhangende verhalen die valse hoop wekken en Davids energie uit zijn lijf zuigen. Soms wordt het te veel en wil hij er een paar weken niks meer over horen. Maar zijn interesse voor het onderzoek is gewekt.

Zijn hoop flakkert op bij de arrestatie van Jean-Marie Tinck, een Brusselse crimineel die in een dronken bui heeft zitten opscheppen over zijn lidmaatschap van de Bende van Nijvel. Een diepe teleurstelling volgt wanneer de man bij gebrek aan bewijzen weer wordt vrijgelaten. Hetzelfde gebeurt met Michel Libert, oudgediende bij de extreemrechtse groepering Westland New Post (WNP) – dat extreemrechtse spoor spookt al dertig jaar lang door het dossier. Zo slingert David tussen hoop en wanhoop, gelatenheid en woede, frustratie en opnieuw hoop.

In gesprekken met speurders voelt hij de wrijvingen binnen de onderzoekscel: de Vlaamse en Waalse speurders beconcurreren elkaar voortdurend. Onderzoekers vertellen hem ook dat ze gemanipuleerd worden en niet tot op het bot kunnen gaan. In Charleroi kan hij vaststellen dat het dossier in grote, onoverzichtelijke stapels bij elkaar is gegooid. Het vissershoedje dat de reus van Aalst tijdens de overval verloor, één van de weinige materiële bewijsstukken waarover het gerecht beschikt, blijkt plots een tijdlang uit het Bendearchief verdwenen. Een vrouwelijke speurder vindt het een jaar later terug achter een verwarmingsradiator.

Onderzoekers komen en gaan. In 2012 vertrekt Eddie Vos uit het onderzoek, nadat alweer een nieuwe speurdersploeg is aangetreden en er onenigheid ontstaat over de aanpak van het onderzoek. Vos heeft het dossier zestien jaar lang geleid en is één van de weinige speurders met een overzicht over het onmetelijke doolhof. Groot is Davids verbijstering wanneer kranten schrijven dat de nieuwe speurders tonnen documenten uit het Bendedossier aan het verbranden zijn. Containers vol papier worden naar de verbrandingsoven gebracht omdat ze in de ogen van de nieuwe speurders ‘niet interessant zijn’. Eddie Vos protesteert tegen de verbranding, krijgt een reprimande van procureur-generaal Christian De Valkeneer en mag beschikken. Het is een verhaal dat David vaak vertelt, en het maakt hem elke keer kwaad.

In 2015 komt de verjaring van het hele onderzoek in zicht. Sommige slachtoffers denken dat de verjaring rust in hun hoofd zal brengen. David twijfelt. Is het beter om de drukkende vragen uit het verleden los te laten? Moet hij zich er gewoon bij neerleggen dat hij de waarheid nooit zal kennen? Toch niet, beslist hij uiteindelijk, en samen met andere slachtoffers gaat hij in alle discretie bij justitieminister Koen Geens pleiten voor een verlenging van de verjaringstermijn: ‘Dit dossier vreet mij vanbinnen op, ik ben al dertig jaar aan het genezen. Als er morgen iemand op zijn sterfbed zegt dat hij het heeft gedaan of de daders aanwijst, zou ik er niet mee kunnen leven dat die vrijuit gaan.’ Geens luistert en geeft de speurders tien jaar extra tijd.


Nieuw spoor

Wanneer Marc Van Damme begin dit jaar contact met hem opneemt met ‘uiterst waardevolle informatie’, reageert David aanvankelijk niet enthousiast. ‘Alweer een nieuw verhaal waar ik tijd en energie in moet steken, en wat levert het op?’ Maar Van Damme is vasthoudend, en David gaat hem opzoeken in Dendermonde. Als hij die avond thuiskomt, is zijn nieuwsgierigheid gewekt.

Het verhaal van de scheepskok is concreet: een ex-rijkswachter uit de groep Diane, een wapenfreak die over staatsgrepen sprak, een verklaring van zijn broer en zijn ex-vrouw aan wie hij bekende, een grote gestalte en een sprekende gelijkenis met een robotfoto, een link met de prostitutiewereld in Brussel. Ten tijde van de overval zat de man, die na een schietincident uit de elitegroep Diane werd gezet, als rijkswachter bij de brigade van Aalst. Mogelijk had hij dus op zijn eigen collega’s geschoten. David gaat zelf op onderzoek uit, praat met oud-collega’s van Bonkoffsky, verzamelt details die hem nog meer overtuigen.

En nu? Wat moet hij met die informatie? Naar de speurders van Charleroi wil hij aanvankelijk niet gaan. Zijn vertrouwen in de kibbelende onderzoekers is totaal zoek. Het is oud-speurder Eddie Vos, nog altijd politieman, die hem kan overtuigen en die in februari 2017 naar procureur-generaal De Valkeneer stapt. Die toont zich erg geïnteresseerd. ‘Een onderzoek kan nooit slagen als er wantrouwen is tussen de speurders en de slachtoffers,’ zegt Eddie Vos hem. ‘Maar vertrouwen moet je verdienen,’ antwoordt David.

Het spoor-Bonkoffsky laat hem van dan af niet meer los. Geregeld informeert hij bij de speurders hoe het onderzoek vordert. Die hebben de broer en de ex-vrouw ondervraagd en ontdekken dat de verdachte op het ogenblik van de aanslagen op de Delhaizevestigingen van Eigenbrakel, Overijse en Aalst met ziekteverlof thuiszit. Een voetblessure, die meteen doet denken aan de slepende tred van één van de gangsters tijdens de overvallen in 1985. En dan wordt het stil in Charleroi. Maandenlang blijft het spoor onaangeroerd liggen. ‘We wachten op een nieuwe Vlaamse speurder,’ klinkt het bij de onderzoekscel. David wordt ongeduldig: ‘Dit gaan ze toch ook niet onder de mat schuiven?’

Een week nadat Davids advocaat Jef Vermassen bij de voorstelling van zijn nieuwe boek een schot voor de boeg heeft gegeven (‘Ik weet wie er achter de Bende van Nijvel zit’), gaan speurders van Charleroi met een foto van Bonkoffsky rond in de cafés van Dendermonde en Aalst. ‘Dat was hetzelfde als met een grote microfoon op de markt gaan verkondigen dat ze een nieuwe verdachte hadden,’ zegt David. De dag erna staan de kranten vol. Het is het gerecht van Charleroi zelf dat plots, na vragen van journalisten, met het spectaculaire spoor naar buiten komt – zónder eerst alle andere Bendeslachtoffers op de hoogte te brengen. Dat is wrang, want ook zij worden teruggeslingerd in de tijd en meegesleurd in een wervelwind van emoties. ‘Je kunt je niet voorstellen hoe groot de emotionele impact is op al die levens,’ zegt David.

‘Eerst was ik opgelucht, maar nu begin ik verschrikkelijk kwaad te worden. Mijn grootvader had dus toch gelijk. Hoe vaak zijn we niet uitgelachen in Charleroi? Gekleineerd, geschoffeerd?’

Terwijl journalisten hem televisiestudio’s in sleuren en hij meer dan honderd oproepen per dag krijgt, blijft David de filmopnames van ‘Niet schieten’ volgen. Deze week zijn het de laatste. Op de set leeft iedereen, van kleedster tot hoofdrolspelers, mee met de nieuwe ontwikkelingen. De kleine Davidjes, gespeeld door Mo en Kes Bakker, hangen constant rond de grote David. Ze spelen spelletjes op hun smartphone, maar missen geen woord van de gesprekken. Jonge stuntmannen die de rol van de gangsters spelen en nog niet geboren waren toen de Bende ons land teisterde, zoeken Davids gezelschap op. Het is een vreemd gezicht, hoe ze daar met hun maskers en pruiken, hun zwarte jassen en hun riotguns, met open mond staan te luisteren naar zijn verhalen. ‘Het doet me denken aan de drie aapjes van horen, zien en zwijgen,’ zegt actrice Viviane Demuynck, die de grootmoeder van David speelt, in de schminkkamer. Niet toevallig stonden die aapjes ook op een buffetkast in het appartement van zijn grootouders.

Harde, materiële bewijzen dat Bonkoffsky de reus is, zijn er niet. Maar de speurders van Charleroi tonen zich optimistisch. ‘Het is één van de interessantste sporen die ik al ben tegengekomen,’ zegt procureur-generaal De Valkeneer. Iedereen kijkt in spanning toe of hij de gewekte verwachtingen ook zal kunnen waarmaken. David Van de Steen zal in ieder geval niet stoppen voor hij weet wie, wat en waarom. De jongen die destijds de deur wantrouwig dichthield, duwt vandaag alle deuren open.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234