'Ik ben dankbaar voor hoe mijn moeder een zekere hardheid uitstraalde. Gepamperde kinderen worden vaak hulpeloze volwassenen'Beeld Johan Jacobs

75 jaarLeah Thys, Marianne uit 'Thuis'

‘Ouder worden, Ik vind er helemaal niets aan. Wat is er nu leuk aan verval?’

Zo'n vijftig jaar al kraken de theaterplanken genoeglijk onder de pantoffeltjes van Leah Thys. De helft van die tijd leende ze zichzelf ook uit aan 'Thuis', waarin ze een merkwaardige genetische samenzwering van bemoeizucht, grandeur en overal gemorste moederliefde speelt. Marianne Bastiaens, ja, een icoon met een om de wetten van de fysica giechelende coiffure. Zondag wordt Thys 75. Een prima reden voor een omvangrijke samenscholing is dat, maar daar heeft de virologie anders over beslist: de fles dient in beperkte kring geleegd.

Sinds enkele weken ziet men toevallige voorbijgangers weleens bedroefd halt houden bij het zendschema van Eén. Ter hoogte van de bres in primetime buigen ze het hoofd en gedenken ze 'Thuis'. 'Brutaal geaborteerd door een virus,' mompelen ze dan, mogelijk met een klein snikje erbij. Maar: er gloort hoop. De makers sluiten niet uit dat de opnames weldra toch hervat worden, en afgelopen vrijdag werd voor het eerst geëxperimenteerd met acteren-op-anderhalve-meter-afstand, voorheen een wat ondergewaardeerde discipline.

LEAH THYS «Het kán, denk ik, want veel valt op te lossen met een aantal relatief eenvoudige ingrepen: aangepaste verhaallijnen, wat goochelen met camerastandpunten... Alleen voor de meer intieme scènes zie ik niet meteen een oplossing − een kus lukt niet vanop afstand, hè. Er is nog niets beslist, maar sowieso zullen we het alleen doen als we er zeker van zijn dat de reeks niet aan kwaliteit inboet. Daar zijn we toch net iets te trots voor.»

HUMO Het zou mooi zijn als er dit jaar nog gefilmd kan worden, want in december zal 'Thuis' 25 jaar lopen. Jij was er al die tijd bij: hoe heb jij de reeks zien evolueren?

THYS «'Thuis' heeft zich altijd geplooid naar de tijdgeest, want dat is wat een soap moet doen. Het ritme in onze samenleving ligt nu fundamenteel hoger dan 25 jaar geleden, en dat weerspiegelt zich dus ook op het scherm: het gaat allemaal veel sneller. Een seizoen zit nu voller dan in de jaren 90.

»Het is goed dat 'Thuis' de vinger aan de pols houdt, want zo'n reeks moet aantrekkelijk blijven voor véél mensen. Persoonlijk hou ik meer van dingen waar een zekere traagheid in zit. Het gaat me weleens wat te snel in 'Thuis': sommige thema's zou ik graag wat grondiger uitgewerkt zien. Nu goed, daar heb ik als actrice ook een grote verantwoordelijkheid in. Als Marianne op korte tijd veel te verduren krijgt, is het aan mij om dat geloofwaardig neer te zetten. En dus probeer ik nog altijd om in élke handeling en élke dialoog iets van mezelf te stoppen. Op een andere manier kan ik het niet: zodra acteren gewoon tekstverwerking wordt, stopt het voor mij. Ook na 25 jaar speel ik Marianne nog met mijn eigen emotioneel archief. Al mijn geluk en al mijn pijn zitten in haar.»

HUMO Betekent dat dat Marianne je soms nog doet schrikken van jezelf?

THYS «Zeker. Onlangs nog, toen ik een scène speelde waarin ik Kadèr (Gürbüz, die advocate Karin Baert speelt, red.) iets venijnigs en rancuneus moest toesnauwen. Het was een groots moment voor Marianne: ze triomfeerde. En ik schrok ervan hoe ik zelf ook een beetje genoot van dat triomfalisme. Tiens, dacht ik, waar zou dát vandaan komen? Maar onlogisch is het natuurlijk niet. Ik ben − zoals ieder mens, geloof ik − een vat vol tegenstrijdigheden, en ook na 75 jaar kan ik niet zeggen wát er precies in dat vat zit.»

HUMO Je speelt in 'Thuis' weleens met mensen die een jaar of vijftig jonger zijn.

THYS «Er is een va-et-vient van jonge acteurs, en dat is prima. Je kunt niet met diezelfde negen mensen van 25 jaar geleden alle verhalen blijven vertellen, hè. Zo'n langlopende reeks heeft op gezette tijden nieuw bloed nodig.

»Ik merk wel dat het blijkbaar niet zo evident is om stevige verhaallijnen te vinden voor de oudere personages. Marianne is een oma, maar soms denk ik: oma's doen nog wel meer dan alleen op hun kleinkinderen passen.»

HUMO Jij was vijftig toen je in 'Thuis' begon, en had al wat levens geleid. Zou je je jonge collega's aanraden om meteen voor een lange carrière in de serie te gaan?

THYS «Eind jaren 80 zag ik in Moskou een adaptatie van 'De blauwe vogel' van Maurice Maeterlinck. Het is daar de langstlopende voorstelling ooit: elk kind in Moskou heeft het stuk gezien. Ik maakte er kennis met actrices die hun héle leven al in 'De blauwe vogel' speelden: ze waren begonnen in de kinderrollen, en stelselmatig doorgegroeid naar de volwassen rollen. Daar valt vast wel iets voor te zeggen, maar ik zou jonge acteurs toch aanraden om niet té lang in één reeks te blijven hangen. Ze moeten hun vleugels uitslaan en ook andere dingen doen. Alleen: waar dan? Het zijn slechte tijden voor jonge acteurs: de theatergezelschappen zijn teloorgegaan, het geld is op en politici halen hun neus op voor alles wat nog maar naar cultuur ruikt. Dan is spelen in 'Thuis' een prachtige luxe voor een beginnende acteur, natuurlijk.

»Ik verzet me ook heftig tegen de notie dat het máár een soap is. Toen ik in Brussel aan het conservatorium lesgaf, liet ik mijn leerlingen elk jaar Shakespeare spelen, in de vertaling van Willy Courteaux − nog altijd de beste. Als je dat kunt spelen, als je die woorden kunt uitspreken alsof je elke dag zo spreekt, dan kan er je niets meer overkomen. Dan kun je gelijk wat spelen. Want in Shakespeare zit álles. Wat ik wil zeggen: het maakt niet uit of je in een dagelijkse televisiereeks dan wel in een arthousefilm speelt. Het maakt wél uit of mensen je geloven. Kijk naar iemand als Tine (Priem, red.), die Tamara speelt in 'Thuis': die kan er godverdomme nogal wat nuancekes inleggen! En dat kon ze op school ook al met Shakespeare. We zijn beiden trouwens nog altijd gek op Shakey − want ja, zo mogen wij de grote bard noemen (lacht)

»Maar goed, als iemand als Tine zou weggaan, behoudt ze haar kwaliteiten, omdat die intrinsiek juist zitten. Je wordt niet gecorrumpeerd door 'Thuis', hè, een soap pakt je je talent niet af. Waarmee ik niet wil zeggen dat het allemaal even goed is, hoor. Soms denk ik ook weleens: oh my god! Maar dat eeuwige dedain... Nog altijd zijn er acteurs die graag luid roepen dat ze nooit in een soap zullen spelen − en niet zelden zijn dat diegenen die in werkelijkheid smeken om te mogen meedoen. Het is die oude, elitaire reflex: als het voor een groot publiek is, dan moet het wel vies zijn.

»Ik hóú van het acteerwereldje, het is mijn natuurlijke habitat. Maar die neiging om altijd en overal een pikorde te installeren, stoort me. Dat ondervond ik ook toen ik ging doceren aan het conservatorium. Voor mij was dat een heerlijke baan. Dat lesgeven voelde even fundamenteel als het acteren zelf. Maar in Vlaanderen wordt het onterecht als iets minderwaardigs gezien: de reddingssloep voor wie het niet helemaal maakt als acteur. Mijn ogen gingen open toen ik in Rusland gastdocent was. Daar gold net het omgekeerde: wie er mocht lesgeven, werd er beschouwd als een meester in het vak.»

HUMO Het is best ironisch dan, dat je al 25 jaar gloedvol gestalte geeft aan een personage dat net heel erg met dedain wordt geassocieerd. Al heb je Marianne de afgelopen jaren wel veelkantiger gemaakt: een pilsdrinker zal ze nooit worden, maar we kregen haar wel al kwetsbaar en weerloos te zien.

THYS «Je moet de essentie van je personage trouw blijven − ook na 25 jaar. Marianne zal zich dus altijd wel boven de basse classe verheven blijven voelen. Maar dat betekent niet dat ze niet ook gewoon een mens is die soms verpletterd wordt door het leven. (Mijmert liefdevol) Och, Marianneke... Ik zie ze zo graag.»

‘Ik stoor me aan het eeuwige dedain dat ‘Thuis’ máár een soap is, aan de elitaire reflex van: als het voor een groot publiek is, dan moet het wel vies zijn.’Beeld Johan Jacobs

STOEPDRINKEN

HUMO Straks word je 75, maar je zal het met gelukwensen vanop anderhalve meter afstand moeten doen.

THYS «Ik heb 'm net weggegooid, de gastenlijst voor het feest dat ik zou geven.

»Ik mis het acteren, en vooral ook mijn collega's: 'Thuis' maakt het grootste stuk van mijn sociaal leven uit. En zelfs als we straks weer zouden gaan filmen, kunnen we elkaar niet in de armen vliegen.»

HUMO Voorts is het wel boeiend, zo'n semilockdown: je komt van jezelf te weten of je een sociaal dier bent, dan wel een geboren eenling.

THYS «Ja, en vaak is de uitkomst verrassend. Ik heb mezelf bijvoorbeeld altijd beschouwd als iemand in het midden van de wereld − ik heb rumoer nodig, dacht ik, léven. Maar die lockdown zit me merkwaardig goed. Ik had verwacht dat ik kleine neuroses zou ontwikkelen om m'n dagen door te komen, dat ik aan het bingewatchen zou slaan. Maar niets van dat: het lijkt alsof de dagen nog nooit zo snél zijn gegaan. Ik begrijp nu de gepensioneerden die zeggen dat ze voor niets tijd hebben (lacht)

HUMO Veel mensen missen het fysieke contact.

THYS «Met een vriendin doe ik weleens aan stoepdrinken: ik zet twee stoeltjes voor m'n huis, netjes op anderhalve meter afstand, en dan praten we bij. Maar helemaal áf is het toch nooit: een gesprek is geen gesprek zonder dat zachte tikje op de schouder, zonder dat moment waarop je elkaar in de armen valt. Da's inderdaad nog zoiets dat de lockdown ons leert: onze huid wil véél.»

HUMO Maar die huid is in oorlog met een virus. Althans, zo wil een populaire metafoor het. Want we zijn toch helemaal niet in oorlog?

THYS «Klopt: corona heeft geen bewustzijn, en geen eigen wil. Het kan niet over zichzelf nadenken, en dus is het niet wreed of laf. Is het virus blij wanneer het een slachtoffer maakt? Neen. Voelt het zich de grote overwinnaar? Neen, want het kán niet eens een volle intensivecareafdeling overschouwen. Net dat maakt ons zo hulpeloos: corona heeft geen gezicht en geen brein. Daarom willen we het virus temmen met taal. We zoeken woorden om het ongrijpbare in te vatten. Eigenlijk moet ik daar blij mee zijn: dat is verdorie de kern van mijn job!»

HUMO Zo'n nare, bevreemdende periode zou ook een uitgelezen kans zijn om onze levens grondig te herdenken, beweren lui van het optimistische slag.

THYS «Maar daar geloof ik absoluut niet in. Zodra het ergste achter de rug is, zullen we met z'n allen weer in onze oude patronen vervallen. (Glimlachje) Nee, voor veel fiducie in de mens moet je niet bij mij zijn. Wie goed kijkt, kan toch niet anders dan vaststellen dat we fundamenteel wreed en egoïstisch zijn? Dat in elk van ons diep vanbinnen het roofdier zit?»

HUMO Het roofdier doet ook weleens boodschappen voor zijn bejaarde buurman, zet solidariteitsacties op, en bedankt om acht uur stipt de mensen uit de zorgsector met een kreupel stukje dwarsfluit.

THYS «O, maar natuurlijk is de mens in staat tot goedheid. Alleen is altruïsme nooit gewoon altruïsme. We zijn op ons mooist als we solidair zijn, maar de basis daarvan blijft wel eigenbelang. Weet je, als ik iemand als Anuna De Wever zie, overvalt me iets van ontroering. Dat prachtige geloof, die nog onaangetaste overtuiging dat we de wereld beter zullen maken voor elkaar! Ik moet dan ook denken aan hoe mijn zienswijze mijn leerlingen op het conservatorium indertijd altijd weer choqueerde. Ze vonden het een bijna onverdraaglijk idee dat een mens alleen een zaadje in de grond stopt als hij zeker is dat hij ook zelf zal kunnen oogsten. Maar je moet die lelijkheid aanvaarden.»

HUMO Ze kan je bovendien helpen om minder streng te zijn, om meer mededogen te hebben.

THYS «Absoluut: zodra je de egoïstische drijfveren van de mens onder ogen durft te zien, zodra je beseft dat we allemáál voortgestuwd worden door iets donkers, kun je toch alleen maar vergevingsgezind zijn?»

HUMO Hoe vind je 't eigenlijk om 75 te worden?

THYS «Ouder worden overkomt iedereen, behalve natuurlijk jezelf. Denk je, tot je op een dag plots 75 bent, en een beetje verbaasd staat te kijken naar al die tijd die achter je ligt. Neen, ik vind er helemaal niets aan, aan dat ouder worden. Wat is er leuk aan verval? Ik moet er vrede mee nemen dat alles minder en kleiner zal worden, en dat is niet makkelijk. En als de buitenwereld me dan ook nog eens behandelt als oud, word ik helemaal chagrijnig. Ik ben straks 75, ja, maar dat betekent niet dat ik geen boodschappentas meer kan tillen, en dat ik wens aangesproken te worden op een toontje dat het midden houdt tussen denigrerend en betuttelend.

»Wat wel heel handig is aan 75 worden: dat ik nu besef dat het geen zin heeft om mezelf angsten aan te praten. Vroeger was ik ervan overtuigd dat ik jong zou sterven − geen idee waar dat vandaan kwam. Maar ik was er echt zeker van dat ik niet ouder dan veertig zou worden. En toen dat wel het geval bleek, dacht ik: ik zal wel niet ouder worden dan mijn moeder toen ze stierf. Maar intussen is ook dat gebeurd. De grote conclusie van een mensenleven is toch: je weet het niet.»

ZONDER VLEUGELS

HUMO Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?

THYS «Vorig jaar nog, toen ze me bij 'Gert Late Night' vroegen wat ik altijd al eens had willen doen. 'Uit een vliegtuig springen,' antwoordde ik. En toen hebben ze een duosprong voor me geregeld. (Droog) Ik heb Antwerpen vanuit de lucht gezien, en dat was heel leuk. Weet je, het klimmen van de jaren brengt ook een zeker fatalisme over de dood: het komt er eens van. En als het dan toch moet gebeuren, dan liever een fatale parachutesprong dan me dood hoesten door corona.»

HUMO Je bent nooit bang geweest, hè? Voor je 50ste was er weinig vastigheid, en dook je gewoon van avontuur in avontuur.

THYS «Maar om mezelf daarom als moedig te typeren? (Denkt na) Weet je, ik heb veel gedaan met de moed der wanhoop. Zowel privé als professioneel ben ik onderweg weleens alles kwijtgeraakt. Het heeft me de belangrijkste les in dit leven geleerd: alles kan je afgenomen worden, maar zolang je ademt, heb je niets te verliezen. En als je niets te verliezen hebt, durf je veel. Ik meen het: eens fundamenteel wanhopig zijn is het grootste cadeau dat het leven je kan geven. Want dan ontdek je dat je het zo óók redt. En dat het de poort is naar iets anders, misschien wel naar iets beters.»

HUMO Wanhoop kan een mens ook verlammen.

THYS «Ofwel geef je het op, ofwel pak je de dingen aan. Ik ben heel erg het tweede: get on with it! Een overlever, ja: ik ben ervan overtuigd dat ik me met elke situatie zou kunnen verzoenen. Op straat belanden? Liever niet, uiteraard, maar áls het zou gebeuren, zou ik wel weer een weg vinden.

»Ik vermoed dat het een overblijfsel is uit mijn kindertijd. Ik had geen makkelijke moeder. Ze straalde een zekere hardheid uit, iets waar je als kind misschien wel door verpletterd kunt worden. Maar ik leerde al heel vroeg om daarmee om te gaan. En nu voel ik niets dan dankbaarheid voor die kindertijd. Want toen, daar in dat gezin, heb ik het leven geleerd. Kinderen die gepamperd worden, die opgroeien met het gevoel dat ze het centrum van de wereld zijn en dat alles binnen handbereik ligt, worden vaak hulpeloze volwassenen. Maar ik ben altijd het meisje van tien gebleven dat intens gelukkig was met haar verjaardagscadeau: een rood lederen portemonneetje met tien frank erin.»

HUMO Je leerde wat verlangen is?

THYS «Voilà! Dat gevoel móét je toch kennen: het smachten, iets of iemand binnen handbereik weten maar er nét niet bij kunnen − en dan die overdonderende euforie als het toch lukt? Maar als je als kind alles op een presenteerblaadje krijgt, leer je dat niet. Dan voel je jezelf geen koningin als je een portemonneetje met tien frank erin krijgt.

»Het ergert me als ouders hun kinderen geen grenzen aanleren. Mensen die op de driftbui van hun kleuter reageren met: 'Time-out, Lente! Laten we erover praten.' (Rolt met de ogen) Als je als kind niet leert wat teleurstelling is, begin je ongewapend aan het volwassen leven.»

HUMO Maar op liefde horen ouders toch niet te besparen?

THYS «O, maar er wás veel liefde, hoor. Alleen behoorden mijn ouders tot de generatie die die niet al te gul mocht uiten. We waren geen gezin waarin veel geknuffeld werd en de ik hou van jou's over en weer vlogen. Maar als het er echt om ging, was er altijd de bevestiging die ik nodig had.

»Ik herinner me nog hoe ik als kind in de processie moest meelopen − ik zat bij de nonnen op school. Als je een wit kleedje droeg, kreeg je vleugeltjes en mocht je een engel spelen. Maar ik had geen wit kleedje. Ik huilde en huilde en huilde, want ik wilde zo graag een engeltje zijn. In de nacht voor de processie zei mijn moeder: 'Het is goed, kindje. Ik ga stof halen, ik wek de naaister, en we maken vannacht nog een wit kleedje voor je.' Waarop ik antwoordde dat het niet hoefde, dat het goed was. Want veel belangrijker dan de vraag of ik een engeltje kon zijn in de processie, was de wetenschap dat ze dat wilde doen voor mij, mijn moeder. Dat ze op zo'n cruciaal moment die warmte toonde, dat voelde als de hemel op aarde. Ik hoefde geen vleugeltjes meer, want ik had de liefde van mijn moeder.»

‘Ik heb een afkeer van het ideaalbeeld van een relatie als de ultieme versmelting van twee mensen. Neen, zeg!’Beeld Johan Jacobs

DE KOKENDE EEKHOORN

HUMO Nu je het toch over je kindertijd hebt: speelde de Tweede Wereldoorlog daarin een rol? Je deelt je verjaardag met die van de Bevrijding.

THYS «Fragmentarisch, misschien. Ik herinner me dat er schaarste was. En dat mijn oudste zus in het ziekenhuis lag omdat ze de kroep had. Maar het was geen prominent gespreksonderwerp aan tafel. Op het grote verhaal heb ik pas later zicht gekregen. Toen leerde ik bijvoorbeeld dat mijn vader krijgsgevangene was geweest. »Hij werd tewerkgesteld op een Duitse boerderij, en daar deed hij later heel laconiek over: die mensen hadden hem goed behandeld, en hij moest er hetzelfde werk doen als hij thuis deed. Van een trauma was dus geen sprake. Integendeel: na de oorlog is hij die mensen meermaals gaan opzoeken, ik ben er zelf ook nog geweest. Met kerst schreven ze ons ook altijd. Mijn vader − hij stierf in 1989, op het moment dat de Muur viel − heeft zijn leven lang een aversie gekoesterd tegenover het abstracte idee Duitsland. Maar hij trok dat niet door tot op het individuele niveau: dat Duitse boerengezin was het ook allemaal maar overkomen, en ze hadden goed voor hem gezorgd, dus waarom moest hij dan wrok voelen tegenover hén?»

HUMO Hoe heeft je kindertijd je verder geboetseerd? Wat zie je van het meisje van toen nog terug in de vrouw van nu?

THYS «De behoefte aan inleving. Ik vond het heerlijk om mezelf in andere levens voor te stellen. Mijn fantasie hielp daarbij. Ik herinner me hoe er in mijn kindertijd plots een woonwagen geparkeerd stond achter de kerk. In die familie was er een meisje van mijn leeftijd. En meteen dacht ik: ik ga met haar mee. Dan zag ik dat hele leven onmiddellijk voor mij − hoe die woonwagen mijn nieuwe thuis zou worden, en hoe we de wereld zouden rondreizen.

»Al heel jong was er ook de gevoeligheid voor taal. In de klas moesten we een toneeltje opzetten, en ik speelde een eekhoorn. Eén van de tekstregels die ik moest debiteren, ben ik nooit vergeten: 'Als ik daaraan denk, dan kookt mijn bloed met blaaskes.' Fantastisch, toch, dat beeld? Ik voelde toen al: zo mooi kan taal zijn.»

HUMO Je hebt weleens gezegd dat je het fascinerend vindt hoe snel kinderen van hun omgeving leren om te liegen. Zou je het fijner vinden als we allemaal onschuldig bleven, en gewoon altijd eerlijk waren?

THYS «O, neen! Ik heb een hekel aan mensen die er prat op gaan dat ze altijd rechtuit zijn. Van die 'take it or leave it'-types, ken je ze? Ze zeggen wat ze denken, ook al valt dat slecht, en puren daar een soort van superioriteit uit: 'Je weet wat je aan mij hebt, want kijk eens hoe eerlijk ik ben!' Terwijl het in werkelijkheid om onversneden egoïsme gaat: de weigering om met iemand anders dan jezelf rekening te houden. Ik word echt opstandig van de trots waarmee sommige mensen gewoon eruit gooien wat in hen opkomt. Dan vloek ik binnensmonds: met welk récht denk jij mij pijn te mogen doen?»

HUMO Eerlijkheid is ook: jezelf naakt tonen. Kwetsbaar durven zijn. Kun je dat goed?

THYS «Het vergt veel moed, hè, om jezelf te tonen zoals je bent. Het grootste deel van de tijd zijn we toch bezig met overleven: we willen iets bekomen, of we voelen de drang om te behagen, of we schamen ons voor onszelf − en dan toon je je maar beter niet al te kwetsbaar. Je kunt dat alleen doen bij mensen die je zonder ook maar een spatje twijfel vertrouwt, en die je een onwrikbaar gevoel van veiligheid geven. En dan nog moet je hopen dat ze onderweg niet zullen veranderen in iemand anders. Maar: ik heb in mijn leven voldoende van dat soort mensen ontmoet, en dat is een groot geluk.»

HUMO Zijn het ook die mensen die je nodig hebt in de liefde?

THYS «Natuurlijk, al heb ik een afkeer van het ideaalbeeld van een relatie als de ultieme versmelting van twee mensen. Neen, zeg! Ik heb toch het recht niet om het allerintiemste van iemand op te eisen? Als liefde betekent dat je helemaal verdwijnt in de ander, dan is het toch geen liefde? Neen, absolute eerlijkheid bestaat niet, en hoeft ook niet te bestaan. Iedereen heeft een jardin secret, dat deeltje van jezelf dat je nooit daglicht schenkt. En zelfs in een mooie, intense liefdesrelatie hoef je dat deeltje niet bloot te leggen, vind ik.»

HUMO Tot slot, voor je je verjaardagskaarsen uitblaast, gezien de actualiteit bij voorkeur niet in het gezicht van een toevallige voorbijganger: wat zou je nog tegen de 16-jarige versie van jezelf willen zeggen?

THYS «Laat je niet ontmoedigen, meisje. Laat je nooit ontmoedigen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234