'2DEZIT'. Beeld Streamz
'2DEZIT'.Beeld Streamz

Intimiteit, intimidatie

Philine Janssens is de enige intimiteitscoördinator van België: ‘Je wilt de inhoud van mijn harde schijf niet zien’

Philine Janssens is een vrouw met een missie. Als eerste en voorlopig ook enige intimiteitscoördinator van ons land probeert ze op film -en televisiesets het draaien van intieme scénes iets minder ongemakkelijk te maken. ‘Ik ben diegene die aan de regisseur gaat vragen hoe de personages aan hun trekken zullen komen.’

Pieter Dumon

Druk telefonerend komt Philine Janssens op de plaats van afspraak aan. Ze excuseert zich en vertelt dat haar telefoon tegenwoordig roodgloeiend staat. Haar job zit duidelijk in de lift. Was de functie van intimiteitscoördinator tot een paar jaar geleden nog een rariteit, dan is dat tegenwoordig helemaal anders, zo blijkt. Ondertussen werkte ze mee aan de zondagavondreeks ‘Onder vuur’, de Streamz-productie ‘2DE ZIT’ en nog een hele lijst series die nog op het scherm moeten komen, zoals ‘Knokke Off’, het tweede seizoen van ‘De twaalf’ en ‘De club’. Steeds meer producenten, regisseurs en acteurs doen een beroep op de diensten van mensen als Philine. De functie van intimiteitscoördinator komt – zoals wel meer dingen – overwaaien uit de VS, waar na het losbarsten van een hele reeks #MeToo-schandalen het draaien van intieme scènes allerhande plots een heikele bezigheid werd. ‘In Amerika is een knipoog die verkeerd wordt geïnterpreteerd al genoeg om een proces aan te spannen’, vertelt Janssens. ‘Je kunt je dus wel inbeelden dat het draaien van een sekscène al helemaal een mijnenveld is.’

Lees ook

‘2DEZIT’ heeft inhoudelijk zo weinig om het lijf, dat de vele seksuele escapades enkel overkomen als een manier om de aandacht te trekken ★★☆☆☆

Een intimiteitscoördinator moest dat probleem oplossen. Hij of zij praat met alle betrokkenen over hoe zo’n scène eruit moet zien, wat er al of niet kan en mag, maakt duidelijke afspraken en zorgt ervoor dat die ook nagekomen worden. Een functieomschrijving waar Janssens zich, tijdens een workshop over het thema, meteen in herkende. ‘Dat was eigenlijk precies wat ik al een aantal jaar deed, alleen was daar toen nog geen naam voor. Met een master in de choreografie op zak en een specialisatie in het filmen van dansscènes begeleidde ik fotoshoots, hield me bezig met videoclips, werkte ik als bewegingscoach en experimenteerde ik met manieren om met lichamen verhalen te vertellen.’

Geholpen door corona en de totale stilstand in de internationale film- en televisiebusiness kan Janssens zich verder laten bijscholen door intimiteitscoördinatoren die op de sets van internationale reeksen als ‘Bridgerton’ en ‘Sex Education’ aan de slag waren. Ze verdiept zich in communicatie en psychologie en laat daarna met een klein hartje aan de Vlaamse productiehuizen weten dat ze haar kunnen bellen.

‘Ik was bang voor de reacties. Vooral van regisseurs. En ik begrijp dat ook. Ik ben zelf choreografe. Natuurlijk wil je niet dat iemand zich met je werk bemoeit. Ik ben vooral bezig met hedendaagse dans. De dingen die ik maak gaan – letterlijk – gepaard met veel vallen en opstaan. Mocht er nu plots bepaald worden dat er voor elk van die scènes een stuntcoördinator nodig is, dan zou ik daar ook niet onverdeeld gelukkig mee zijn.’

De negatieve reacties waar Janssens voor vreesde, bleven uit. Meer nog, de regisseurs met wie ze werkte, bleken eens de koudwatervrees overwonnen blij met haar aanwezigheid. ‘Ik merkte al snel dat seksualiteit nog altijd een taboe is. Niet alle regisseurs praten daar even gemakkelijk over en zijn blij dat iemand anders dat van hen overneemt. Het is ook niet gemakkelijk. Dikwijls hebben regisseurs al vaker met een bepaalde acteur of actrice samengewerkt en is er een vriendschap ontstaan. Dan wordt het heel ongemakkelijk om aan een van je vrienden te vragen of ze wat luider willen kreunen of hun broek wat lager willen laten zakken.’

En dus doet u dat in hun plaats?

PHILINE JANSSENS: ‘Ik schrik ervan dat regisseurs en acteurs voor zo’n scène nog vaak de trial-and-error- of nog erger de ‘niet denken, gewoon doen’-tactiek hanteren. Er worden liefst niet te veel woorden aan vuil gemaakt. Ook niet in het scenario trouwens. Meestal beperkt de omschrijving van zo’n scène zich tot ‘ze hebben seks’ of ‘ze vrijen innig’. Maar daar weet je eigenlijk niks mee.’

Wat doet u als intimiteitscoördinator in zo’n geval?

JANSSENS: ‘Eerst en vooral bellen met de regisseur. Om te horen hoe hij of zij die scène ziet, wat de look en feel ervan is, hoe de kijker zich erbij moet voelen. Dat is al een hele oefening. Eens ik weet wat er verwacht wordt, bel ik met de acteurs. Om te horen hoe zij het zien en waar hun grenzen liggen. En dan begint mijn huiswerk. Ik probeer altijd naar de set of repetities te komen met een aantal verschillende opties om hetzelfde verhaal te vertellen. En dan zien we wat het best werkt.

‘Maar het belangrijkste is eigenlijk dat er over die scènes gepraat wordt. Mijn rol tijdens die gesprekken is de dingen te benoemen. Wanneer er gezegd wordt ‘op het eind van vrijpartij komen ze klaar’, dan vraag ik hoe dat er precies uit moet zien. Wordt er gegromd? Gehijgd? Gebeten? Een van mijn Nederlandse collega’s maakte in die context de vergelijking met een menukaart. Je krijgt de keuze uit een hele reeks ingrediënten die je voor zo’n scène kunt gebruiken. Maar op die menukaart staan ook een aantal allergenen. Dingen die voor de acteurs in kwestie absoluut niet kunnen.’

Philine Janssens helpt bij het draaien van intieme scènes: ‘Ik wil een veilige omgeving creëren waarin acteurs zich volledig kunnen geven.’ Beeld Bob Van Mol, NTR
Philine Janssens helpt bij het draaien van intieme scènes: ‘Ik wil een veilige omgeving creëren waarin acteurs zich volledig kunnen geven.’Beeld Bob Van Mol, NTR

Komt dat vaak voor?

JANSSENS: ‘Ik schrik ervan hoeveel mensen met trauma’s rondlopen. Ik hoor als vertrouwenspersoon heel veel verhalen. Ik weet welke dingen acteurs niet willen doen en ik weet vaak ook waarom. Dat psychologische aspect vind ik het zwaarste aan mijn job. Als je weet dat iemand een aanrandingsscéne moet spelen terwijl hij of zij zelf iets gelijkaardigs heeft meegemaakt dan komt het verantwoordelijkheidsgevoel naar boven. Dan komt het erop aan heel duidelijke afspraken te maken. Mag je tegenspeler je langs achteren vastgrijpen? En hoe stevig mag die greep dan zijn? Je kunt je natuurlijk ook de vraag stellen of het wel een goed idee is dat net die acteur die specifieke rol krijgt. Maar dan kom je bij de casting terecht en de vraag vanaf wanneer in het proces je er een intimiteistcoördinator bij betrekt.’

Wat is volgens u het ideale moment om bij een nieuw project betrokken te worden?

JANSSENS: ‘Er zijn productiehuizen die me vragen om bij de casting aanwezig te zijn. Maar dat hoeft niet per se. Het belangrijkste is dat er van bij het begin transparant gecommuniceerd wordt. Wanneer er naaktscènes in een nieuwe productie zitten, moet je van bij de allereerste oproep duidelijk maken wat je van je acteurs verwacht. Tijdens castings zal je me trouwens nooit naast de regisseur zien zitten. Ik wil geen machtspositie. Integendeel. Wat ik wel doe, is met de acteurs praten. Om het al eens te hebben over grenzen en hoe je die benoemt. Ik pols meestal ook eens of ze er al bij hebben stilgestaan dat ook hun mama, oma, partner of buren die scènes zullen zien. Ik merk tijdens die gesprekken dat heel veel acteurs, ook de anciens, daar nog nooit echt over hebben nagedacht.’

Speelt opportunisme daar ook geen rol? De acteurswereld is een kleine wereld, met heel veel concurrentie. Dan is het misschien beter om niet te veel eisen te stellen.

JANSSENS: ‘Dat vind ik niet. Je kunt ook heel veel vertellen zonder iets te laten zien. Kijk naar een reeks als ‘Euphoria’. Seksualiteit speelt daarin een grote rol en je hebt als kijker het gevoel dat er op dat vlak heel wat op je afkomt. En toch laten de hoofdrolspeelsters geen tepel zien. Die grenzen van zo’n acteur staan ook niet in steen gebeiteld. Veel hangt af van de context. Wanneer je in je vorige drie films al je billen hebt laten zien, wil je voor die vierde misschien liever je broek eens aanhouden. En het is niet omdat een actrice één keer haar borsten heeft laten zien dat ze in alle projecten die daarna komen dat ook zonder problemen zal doen. Ook de tegenspelers hebben soms een invloed. Met de ene acteur wil je misschien wel dingen doen wat je met een andere niet ziet zitten. Alleen is het moeilijk om die boodschap rechtstreeks aan je collega te brengen. Dan is het aan mij om daaromheen te werken.

‘Wat die grenzen aangeven betreft zien we de voorbije jaren een enorme mentaliteitswijziging. Zaken zoals die rond Bart De Pauw of Jan Fabre hebben ervoor gezorgd dat mensen zich scherper bewust zijn van wat wel en niet meer kan. Daarom ook heb ik nu, samen met de sector, een toolkit ontwikkeld. Daar staat niet in hoe je intimiteitscoördinator wordt, dat valt niet op een paar A4’tjes uit te leggen, maar we zetten wel een paar dingen op een rij waar je als producent, regisseur of acteur alvast over na kunt denken.’

Moet een intimiteitscoördinator, zoals dat in de Verenigde Staten het geval is, ook bij ons wettelijk verplicht worden?

JANSSENS: ‘Ik weet dat die schrik in de sector leeft. Dat het hier wordt zoals in de VS, waar je zelfs geen kusscène meer kunt repeteren zonder dat er een intimiteitscoördinator aanwezig is. Dat is wat mij betreft alleszins niet de bedoeling. Ik ben geen politieagent. Ik wil de mensen niet stoppen in hun creativiteit. Integendeel. Ik wil mensen net stimuleren. Hen ervan overtuigen dat ze, ook na #MeToo, niet bang moeten zijn om intieme scènes op het scherm te brengen. Het laatste wat ik wil, is dat we terug gaan naar de tijd van de treinen die donkere tunnels binnenrijden en de ploffende champagnekurken. Ik wil net een veilige omgeving creëren waarin acteurs zich volledig kunnen geven en we uiteindelijk betere scènes krijgen.

‘Regisseurs denken ook vaak dat, wanneer er een intimiteitscoördinator aan te pas komt, er van improvisatie geen sprake meer kan zijn. Maar dat is een misvatting. Ik vind improvisatie net heel waardevol. Maar alleen als het binnen een duidelijk kader gebeurt. Dat hoor ik ook van de acteurs. Als je op voorhand weet waar je je tegenspeler wel of niet aan mag raken, dan kun je veel vrijer spelen. Je weet wat de mogelijkheden zijn en daarbinnen mag je je verbeelding de vrije loop laten.’

U bent voorlopig de enige intimiteitscoördinator in ons land. Wanneer komt daar verandering in?

JANSSENS: ‘Ik krijg dagelijks berichten van mensen die bij me stage willen lopen. De interesse is er dus zeker wel, alleen is het niet zo gemakkelijk om de juiste opleidingen te volgen. Je kan naar Amerika trekken, of online cursussen volgen maar beide opties zijn heel duur. Het gevaar bestaat dat je op die manier een soort elite creëert van allemaal mensen die heel erg op elkaar lijken. Terwijl het juist goed zou zijn als je ook binnen de intimiteitscoördinatoren variatie hebt, zodat zoveel mogelijk acteurs er aansluiting bij kunnen voelen. Ik ben choreografe van opleiding. Ik zie mijn functie heel artistiek maar misschien duikt er binnenkort iemand op die het bijvoorbeeld veel Amerikaanser aanpakt en vooral vanuit het wettelijk kader werkt. En dat is oké. Dan hebben mensen tenminste de kans om te kiezen welke aanpak hen het beste ligt. Het is niet de bedoeling allemaal versies van mezelf te creëeren.’

Kunt u nog genieten van zo’n intieme scène of hebt u alles ondertussen al wel eens gezien?

JANSSENS: ‘Ik doe natuurlijk wel research, ik ontmoet veel mensen, ben thuis in enkele community’s, ik stel vragen en zoek veel dingen op. Je wilt de inhoud van mijn harde schijf niet zien. (lacht) Als die ooit in beslag genomen wordt, zou dat wel eens heel gênant kunnen worden. Maar dat betekent niet dat ik daar niet meer van kan genieten. Ik vind het bijvoorbeeld heel leuk om mee aan de knoppen te zitten bij de meer kinky scènes, omdat je dan wat grootster kunt denken. Maar ook de details in kleinere, intieme scènes kunnen me boeien. Hoe twee personages samensmelten, ademen, hoe elke aanraking een verhaal vertelt. Je kunt een intieme connectie laten zien zonder dat je daar een hele Kama Sutra voor nodig hebt. Al heb ik die uiteraard ook op mijn laptop staan.’

Nooit zin om zelf als regisseur aan de slag te gaan?

JANSSENS: ‘Natuurlijk. Ik heb nu eenmaal een creatief brein en eigen ideeën. Ik ben bijvoorbeeld heel erg bezig met vrouwelijk plezier en hoe dat op het scherm komt. En dan durft er weleens een scène passeren die wat dat betreft niet helemaal juist zit. Dan zie ik een vrijpartij en weet ik gewoon dat een vrouw op die manier nooit klaar kan komen. Ik zal dat zeker aan de regisseur laten weten en opties geven het anders te doen, maar het blijft film natuurlijk en mijn verantwoordelijkheid stopt ergens. Het gebeurt dus jammer genoeg dat ik mijn tong moet afbijten, ook al weet ik dat de vrouwelijke helft van het publiek de scène in kwestie compleet ongeloofwaardig zal vinden.’

(DM)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234