OscarwinnaarBong Joon-ho

Regisseur Bong Joon-ho: ‘Ik ben wel een beetje pervers, mogelijk is dit gewoon míjn humor’

Beeld Getty Images

In ‘Parasite’, gisteren bekroond met de Oscar voor beste film, dringt een arm gezin binnen in de villa van een rijke familie. Regisseur Bong Joon-ho was ooit zelf huiswerkbegeleider in zo’n paleis. 

Bong Joon-ho, prille vijftiger met zwart T-shirt, zwarte broek en vrolijk gezicht, staat op het dakterras van een hotel in Cannes en wijst naar het zwembad. ‘Voor mijn film hadden we een armenwijk gebouwd rond zo’n bassin. En op de láátste dag van de opnamen, lieten we toen (…) Maar daar mag je niks over schrijven!’

Het is lastig converseren over ‘Parasite’, Bongs sensationele en gewelddadige Zuid-Koreaanse zwarte komedie. Hoe praat je over een film die in elkaar steekt als een Japanse puzzel, zo’n ingenieus getimmerd magisch kastje waaruit allerlei verborgen laatjes en vakjes openschuiven? Wie te veel verklapt, verpest mogelijk het kijkgenot.

Naast het armenwijkje trok Bong ook een majestueuze villa op voor zijn film. Zelfgetekend, en ontworpen door de setdesigners, in overleg met architecten. ‘Dit is een idioot huis, zeiden ze. Niemand bouwt zo’n huis, dit kan niet. Maar dan zei ik: nee, het móét zo, want elk hoekje en elke nis van de villa is noodzakelijk voor de verhaalopzet.’

Tegen de interviewer: ‘Voelde het als een echt huis? Ja?!’

Huiswerkbegeleider

‘Parasite’ gaat over een arm gezin, bewoners van een viesgelig souterrain, die zich slinks nestelen in de privésfeer én in de modernistische villa van een schatrijke, ietwat ver-Amerikaniseerde Zuid-Koreaanse familie. Eerst dringt de zoon binnen, die zich voordoet als huiswerkbegeleider. Vervolgens werken ze het oude personeel eruit: vader vervangt de privéchauffeur, zus doet zich voor als kunstexpert aan huis, moeder wordt poetsvrouw. ‘Rijk en arm leven dan wel in dezelfde samenleving’, zegt de regisseur over de tot in het extreme doorgevoerde klassenstrijd in Parasite, ‘maar ze ontmoeten elkaar hoogst zelden. Op de werkvloer of in restaurants treffen ze elkaar niet, zelfs in het vliegtuig is er segregatie. Alleen als je iemand thuis in dienst neemt, bijvoorbeeld als huiswerkbegeleider, is er intiem contact tussen de klassen. Dan zien ze elkaar van dichtbij, tot op het punt waarop je de ander kunt ruiken.’

Bong spreekt uit ervaring. Hij was als student sociologie ooit zo’n huiswerkhulp, voor een zeer bemiddeld gezin. ‘Ik herinner me het gevoel toen ik voor het eerst bij ze thuis kwam, toch een beetje griezelig. En intimiderend: ze hadden een sauna in huis. Inmiddels zit ik, als je het afleest aan de grootte van mijn huis en zo, ergens tussen de rijke en arme families. Ik heb wel wat vrienden die echt dat soort paleizen bezitten.’

Parasite

Bong is de zoon van een grafisch ontwerper. Hij groeide op vlak bij een Amerikaanse legerbasis in de stad Daegu. De gemengde gevoelens over die Amerikaanse aanwezigheid en de Zuid-Koreaanse hang naar een westerse levensstijl zitten verweven in zijn films. Hij brak door met het misdaaddrama ‘Memories of Murder’ (2003), over een destijds onopgeloste reeks moorden – de dader werd dit jaar gearresteerd. ‘The Host’ (2006), een gezien het budget verbluffend knap gevisualiseerde monsterfilm vol sociaal commentaar, brak vervolgens alle records in eigen land, waarna Hollywood de regisseur in het vizier kreeg. Harvey Weinstein kocht Bongs klimaatsciencefictionfilm ‘Snowpiercer’, maar de regisseur weigerde te voldoen aan Weinsteins montage-adviezen, waarna de producent de film slechts in een beperkt aantal Amerikaanse bioscopen uitbracht. Vóór de beschuldigingen van aanranding en verkrachting was ‘Harvey Scissorshands’ vooral berucht om zijn gewoonte films te kortwieken. Voor zijn zesde speelfilm ‘Okja’, wederom met een internationale cast (Tilda Swinton, Jake Gyllenhaal), koos de Zuid-Koreaan voor betaalzender Netflix. De wonderlijke stijlmix van deze uiterst grimmige dierenmisbruikkomedie ging de traditionele filmstudio’s te ver. ‘Ik volg nooit de conventionele regels of vaste formules van genres’, zegt Bong. ‘Maar ik beschouw mezelf absoluut als een genreregisseur. Ik bied de kijker entertainment, alleen is mijn variant van dat entertainment grillig en vreemd. Ik overtreed de regels, en tussen de scherven en barsten van de filmgenres giet ik mijn commentaar op de samenleving. Eigenlijk gaat dat vanzelf, het is niet zo bewust. Hoe zou ik anders moeten filmen? Geen idee.’

Amerikaanse elementen

Nooit eerder won een Zuid-Koreaan de Gouden Palm – Bong kreeg een heldenontvangst in zijn geboorteland. Nooit eerder ook werd een Koreaans gesproken film zo goed bezocht in de Verenigde Staten. ‘Er zitten allerlei Amerikaanse elementen in ‘Parasite’. De moeder van het rijke gezin spreekt af en toe ineens even Engels, zonder duidelijke reden. Het zoontje is geobsedeerd door de indianen: zijn ouders hebben een originele tipi geïmporteerd, voor in de tuin. Ik denk niet dat ze zich bewust zijn van de treurige geschiedenis van die oorspronkelijke bewoners van Amerika, het is iets waarmee ze pronken, als toonbeeld van goede smaak. Geïmporteerd uit Amerika! Dat is hoe rijke mensen kunnen zijn: ze maken alles tot een ornament.’

Toch is ‘Parasite’ geen eenduidige afrekening met de bovenste klasse: het parasitaire gedrag uit de titel verwijst eerder naar de worsteling van alle bevolkingsgroepen; opklimmen lukt enkel door de ander te vertrappen. Bij de vraag of de inktzwarte humor in zijn film typisch Koreaans is, valt de rap sprekende en gul lachende Bong even stil. ‘Hmm. Dat weet ik niet precies. Ik ben wel een beetje pervers, mogelijk is dit gewoon míjn humor. Ik geloof wel dat Koreanen vrij plots van de ene emotie op de ander overgaan: ze houden van scènes waarin allerlei gevoelens door elkaar worden aangesproken.’

Parasite is te zien op Proximus en Telenet

Ⓒ de Volkskrant

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234