Sean Connery in 'Dr. No'

In MemoriamSean Connery

‘Sean Connery was de beste Bond ooit, punt.’

De lockdown is er zopas nog wat droeviger op geworden: Sean Connery is op 90-jarige leeftijd overleden. Onze Man blikt terug op zijn schitterende carrière.

Geen hond wist wie Sean Connery was toen hij voor de eerste keer de smoking aantrok van 007 in ‘Dr. No’, de nog steeds mateloos entertainende film die de James Bond-filmfranchise in 1962 met ongelooflijk veel stijl aftrapte. Mede dankzij Connery maakte de wereld kennis met wat in die tijd een nieuw soort filmheld mocht worden genoemd – een van de ene exotische locatie naar de andere reizende geheim agent met een vergunning om te doden; een onkreukbare gentleman met een grote appetijt voor vrouwen; een spion die de Russische booswicht weet te identificeren omdat hij zo boers is om rode wijn bij de vis te bestellen (in ‘From Russia With Love’); een in alle omstandigheden koel blijvende, met een onbetaalbaar Schots accent sprekende taainagel die zelfs in de meest wereldbedreigende situaties geen krimp geeft, en die alleen lichtjes begint te zweten wanneer een laserstraal zijn kruis doormidden dreigt te snijden (in ‘Goldfinger’). 

Connery’s allereerste scène in ‘Dr. No’ zette meteen de toon voor de hele franchise. De scène speelt zich af aan de pokertafel (uiteraard) van een exclusieve club in London – zo’n club waar de gigantische kroonluchters van zilver zijn gemaakt, de knechten zwarte livreien dragen en waar een man niet binnenkomt zonder strikje. En terwijl we op de geluidsband het beroemde kenwijsje van Monty Norman horen, brengt de camera Connery voor de allereerste keer in beeld, zijn ogen met een viriele zelfzekerheid gericht op de ravissante dame die tegenover hem zit en een sigaret aan de onderlip bengelend zoals alleen hij een sigaret kon laten bengelen. Connery paste perfect in het dure interieur van die club, ook al was hij zelf van nederige komaf – zijn moeder kwam aan de bak als poetshulp, zijn vader als fabrieksarbeider. Overigens was het niet zijn acteertalent dat hem de rol van Bond had bezorgd, noch zijn indringende looks, noch zijn atletische gestalte, noch zijn indrukwekkende borsthaar. Het was Dana, de echtgenote van Albert R. Broccoli, die zijn auditie had gezien en haar man er attent op had gemaakt dat Connery ‘bewoog als een panter’. 

Met zijn casting als Bond kwam er voor Connery een einde aan een moeilijke periode van zoeken, tasten en knokken. In de jaren 50 waagde hij zijn kans als bodybuilder en zelfs als voetballer, voor de Schotse voetbalclub Bonnyrigg Rose. En als we de geruchten mogen geloven, speelde hij niet eens zo onaardig: toen Matt Busby, de legendarische coach van Manchester United, hem tijdens een oefenwedstrijd zijn mannetjes zag passeren, bood hij hem prompt een conract aan. Maar Connery, dromend van een loopbaan als acteur, liet het aanbod passeren. 

Na een sliert rollen in het theater maakte hij de overstap naar de cinema, maar wie hem ooit met die lachwekkende stoppelbaard en die fles whisky in de hand heeft zien klungelen in een bijrol in de barslechte actieprent ‘Action of the Tiger’ uit 1957, zal wel begrijpen dat Connery er aanvankelijk enige moeite mee had om in de filmindustrie ernstig te worden genomen. O ironie: toen Broccoli hem benaderde, stond hij op het punt om de rol af te slaan. Zo geweldig vond hij die 007 ook weer niet, en bovendien zag hij het niet helemaal zitten om zich te engageren voor een langlopende franchise. Anderzijds voorvoelde hij dat de Bondfilms zijn carrière een flinke duw in de rug zouden kunnen geven – en ja hoor: na ‘Dr. No’ mocht hij zichzelf een superster noemen. En misschien kunnen we nu even van de gelegenheid gebruik maken om één van de oudste discussies ter wereld voor eens en voor altijd te beslechten. Connery was de beste Bond ooit, punt. 

Geen enkele andere Bondacteur beschikt over zijn weergaloze gratie of zijn granieten jukbeenderen; niemand anders vertoont die ideale mix tussen adembenemende elegantie, onpeilbare charme en duivels cynisme – check hoe hij in ‘Thunderball’ nog gauw een bos tulpen uitstrooit over het lijk van de booswicht die hij zonet heeft gewurgd. Zijn Bond was genadeloos, zoals Ian Fleming hem oorspronkelijk had bedoeld, maar tegelijk beschikte hij over een onwaarschijnlijke dosis puur magnetisme. Toegegeven: de manier waarop Connery’s Bond met de dames omging, geeft vandaag geen pas meer. Wanneer Monneypenny hem in ‘Thunderball’ aan de telefoon zegt dat hij even moet wachten, zegt hij ongegeneerd dat ze een portie billenkoek kan krijgen – zeg zoiets vandaag tegen je secretaresse, en je bent een seksistisch zwijn. En kijk eens hoe hij, nog steeds in ‘Thunderball’, in dat kuuroord in Zuid-Engeland die blonde verpleegkundige het hof maakt - of liever: hoe brutaal hij haar aanpakt. Terwijl ze samen naar zijn röntgenfoto staan te turen, werpt hij schaamteloos zijn armen rond haar middel en drukt hij zonder boe of ba zijn lippen op de hare. ‘Waar zijn uw manieren, Mr. Bond!’ roept de verpleegkundige niet al te overtuigend uit, waarna ze hem uit wraak vastbindt op een rektafel voor de ruggengraat (de daaropvolgende marteling houdt hem niet tegen om twee scènes later met haar in de nevel van een stomende douche te verdwijnen). Bekeken door onze huidige MeToo-ogen, lijkt het welhaast een Harvey Weinstein-achtige manier van omgaan met vrouwen, maar anderzijds móeten we dat soort half-liederlijke, half-cartooneske gedrag in de context van de toenmalige tijdsgeest zien. Daar zou zelfs Moneypenny het mee eens zijn.

De Bondfranchise bracht Connery roem en faam, maar zelf had hij algauw schoon genoeg van het personage – ‘Ik zou die Bond willen vermoorden,’ zei hij ooit. In 1967, na de release van ‘You Only Live Twice’, kondigde hij zijn afscheid aan. Connery walgde van de inbreuk op zijn privacy die het gigantische succes van de Bondfilms met zich hadden meegebracht – de paparazzi volgden hem zelfs wanneer hij ging pissen. Bovendien was hij teleurgesteld in de producenten, die zelf sloten poen raapten maar weigerden om hem een verbeterd contract te geven. Na het floppen van ‘On Her Majesty’s Secret Service’, waarin hij werd vervangen door George Lazenby, ging hij op vraag van de studio nog één keer overstag: de 1,25 miljoen pond die hij kreeg voor ‘Diamonds Are Forever’, maakte hem op slag de best betaalde acteur ter wereld. Daarna keerde hij Bond de rug toe, en toen iemand hem vroeg of hij ooit nog zou terugkeren, antwoordde hij: ‘Never again!’ (Never say never, Sean...)

En toen volgde de ontnuchtering: er waren namelijk niet veel cineasten die geneigd waren om de voormalige Bond te casten in de diepzinnige karakterrollen waar hij zo naar verlangde. Connery was in het begin van de jaren 70 zelfs zó wanhopig dat hij tekende voor ‘Zardoz’, een sciencefictionfilm waarin hij de hele tijd rondloopt in een knalrode luier en met belachelijke hoge zwarte lieslaarzen aan (‘Zardoz’ wordt algemeen beschouwd als één van de ridicuulste films aller tijden, maar zelf vinden wij het een absoluut meesterwerk in het zo-slecht-dat-ie-weer-goed-wordt-genre). Maar Connery ploegde voort, en via mooie rollen in ‘The Wind and The Lion’ en het magnifieke ‘The Man Who Would Be King’ van John Huston werkte hij zich naarstig wederom een weg naar de top. Tegen 1990, toen hij in het door Quentin Tarantino op handen gedragen ‘The Russia House’ één van zijn allerbeste rollen speelde, had hij de status bereikt van een door de hele filmindustrie gewaardeerde en door de hele wereld geliefde klasbak die elke film waarin hij verschijnt beter maakt – zelfs stinkers als ‘Medicine Man’ en ‘Rising Sun’ worden dankzij Connery toch weer aangename spektakels. 

Sean Connery in 'Zardoz"

Een kleine greep uit de schitterende films waarin hij in de jaren 70, 80 en 90 meespeelde: ‘Robin and Marian’, het onderschatte ‘Outland’, het onsterfelijke ‘Highlander’, ‘The Untouchables’, ‘The Name of the Rose’ en de fantastische duikbootthriller ‘The Hunt For Red October’. En toch, ondanks prachtige vertolkingen in ‘Indiana Jones and the Last Crusade’ en ‘Finding Forrester’, zijn er altijd luitjes geweest die van oordeel waren dat Connery als acteur maar een beperkt bereik had. Connery was een goeie Bond, maar een middelmatige acteur – die teneur. Wel, graag verwijzen wij al die luitjes naar ‘The Offence’, een ijzersterk, uit 1973 daterend drama van grootmeester Sydney Lumet – u vindt ‘m op dvd in de webshop van Amazon - waarin hij een agent vertolkt die de confrontatie aangaat met een man die verdacht wordt van de moord op een kind en tijdens de zenuwslopende ondervraging steeds meer begint te flippen. Wie hierna nog twijfelt aan Connery’s capaciteiten, nou, die kan van ons een portie billenkoek krijgen.

Het zou mooi zijn geweest om Connery als Gandalf te zien in ‘The Lord of the Rings’, maar zover is het – ook al kreeg hij de rol van Peter Jackson aangeboden – nooit gekomen. Na ‘The League of Extraordinary Gentleman’ uit 2003 ging Connery met pensioen: de rampzalige opnamen van die sof hadden hem zóveel migraine en stress bezorgd dat er iets in hem was geknapt. Onttrokken aan het oog van het grote publiek werd hij langzaamaan ouder, en nu is hij dus echt dood. Maar er is troost: we hoeven alleen maar ‘Goldfinger’ nog eens op te zetten om dat Schotse accent van hem nog eens te horen; we hoeven alleen maar naar ‘Indiana Jones and the Last Crusade’ te kijken om ons weer wat opgewekter te voelen; en die ene sigaret uit ‘Dr. No’ zal ook wel tot in de eeuwigheid aan zijn lip blijven bengelen. Vanavond drinken we er eentje op jou, Sean – een vodka martini natuurlijk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234