'Stukken van mensen': Eddy en Krista PlanckaertBeeld sbs

televisie★★★☆☆

‘Stukken van mensen’ op VIER: ‘Het programma draait nog altijd meer om duiten dan om de verzamelobjecten die erin centraal staan’

Tempus fugit, had je gezworen, maar ‘Stukken van mensen’ lijkt zich geen snars aan te trekken van enig nietsontziend tijdsverloop. Volgens de laatste berichten, zo had ik vernomen, was Patrick Van der Vorst, sinds jaar en dag één van de opkopers die deelnemers kunst, antiek, dan wel brocante afhandig proberen te maken, uit vrije wil een Rooms seminarie ingetreden. In de huidige jaargang van ‘Stukken van mensen’ zag ik hem echter als vanouds met ronduit wereldse belangstelling een waaier aan hebbenswaardige snuisterijen monsteren, om er vervolgens met een hem al te kenschetsende Engelse stoplap grof geld tegenover te stellen, het slijk der aarde.

Ook Boris Devis zag ik dit seizoen weer als expert meedingen naar de gunst van de kandidaten. Volgens dezelfde kanalen, die echter aandrongen op hun anonimiteit, zou hem van rechtswege aangewreven worden dat hij voor de camera gemaakte afspraken niet nagekomen zou zijn. Zoiets lijkt me nefast voor een programma waarin een handdruk nog geldt als verbindende overeenkomst, maar afgaand op de immer toestromende kandidaten in ‘Stukken van mensen’, lijkt het format vooralsnog weinig aan succes ingeboet te hebben. Van mijn kant merk ik dat eventuele dagvaardingen me ook niet beletten om er van tijd tot tijd toch nog plezier aan te beleven - dat ik vanzelf al op mijn hoede ben in de nabijheid van gladjakkers, heeft daar ongetwijfeld een hand in.

Het aantal experts in ‘Stukken van mensen’ is voor de lopende jaargang aangegroeid tot acht, al blijft elk object hoogstens de twistappel van vier kenners tegelijk. Het programma is ook verkast naar de vertrekken van de Verbeke Foundation, waardoor de experts zich nu elk schuilhouden in een ander vertrek van dat bijdetijdse museum. Vooral Bie Baert lijkt me daarbij ietwat benadeeld: potentiële zakenpartners ontvangt ze in een kale ruimte die ogenschijnlijk aan verval onderhevig is, en die nog het meeste doet denken aan afbladderende sovjetarchitectuur op wandelafstand van Tsjernobyl. Niettemin blijft Baert een te duchten partij voor wie hoopt de ivoren rugkrabber die deze of gene overleden oudtante, overgehouden aan een koloniaal avontuurtje, te gelde te maken. Eén tactiek waar ze zich graag op beroept, bestaat eruit haar tegenpartij, nog voor er van consensus sprake is, tijdens het afdingen al de hand te reiken, in de hoop dat die in een vlaag van zinsverbijstering toehapt. Vaak kijkt ze er ook bij alsof ze bij weigering zal aansturen op collocatie: een listig staaltje toneel dat haar onderhandelingspositie ten goede komt.

Toen Eddy Planckaert, in wie ook al een gehaaid onderhandelaar bleek te schuilen, bij Baert langsliep met de groene trui waarin hij eertijds over de Champs-Elysées stoof, probeerde ze het weer. Ze deed Eddy’s triomfstuk daarbij af als ‘een kapotte groene trui’, waarop die een vermakelijke verontwaardiging etaleerde: het lijkt me zaak om bij het slijten van exquise goederen vooral je eigen verzinsels voor waar aan te nemen, en die zo mogelijk ook gangbaar te maken bij anderen. Ik was dan ook verheugd om Paul de Grande weer te zien als standhouder: een welstellende kunsthandelaar zoals ik me die op eigen kracht kan inbeelden, opdat ik ‘m vervolgens nog beter zou kunnen mijden. In de generiek kauwt hij op een sigaar die belooft van Cubaanse makelij te zijn, tot bloedens toe beschaafd, en bij het onderhandelen geeft hij als geen ander blijk van het talent om goed getimede desinteresse te veinzen, wat bijzonder bruikbaar lijkt in zijn stiel. Hij is ook uitmuntend wanneer hij volhoudt dat hij het als enige van zijn vakbroeders werkelijk goed meent met zijn tegenpartij - soms meen ik bij hem zelfs een getrouwe portrettering van medelijden te zien. Na de sluitende handdruk is De Grande evenwel niet te beschroomd om ridderlijk, en in bijzijn van de gedupeerde, tegen Evy Gruyaert toe te geven dat hij de boel belazerd heeft, en gerust bereid bevonden kon worden om nog meer poen op te hoesten. Dat ik hem zelfs daarbij niet minder innemend vind, is vast blijk van zijn vakmanschap.

Hoewel ‘Stukken van mensen’ uiteindelijk nog altijd meer om duiten draait dan om de verzamelobjecten die erin centraal staan, ben ik er ook in deze jaargang niet noemenswaardig tegen gekant. Het kent namelijk vaart, een verschijnsel dat ik steeds meer apprecieer temidden een overaanbod aan programma’s die tijdens hun looptijd al aan uitgebreid terugblikken toe zijn. Na afloop hoop ik echter elke keer weer nooit iets van waarde te erven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234