Joe Arents en Arnout HaubenBeeld VRT

TELEVISIE★★★★☆

‘Ten Oorlog’: Samen een potje janken in vredestijd, dáár hebben onze voorouders voor gevochten

Terwijl hij er flink de pas in hield, speurde Arnout Hauben de windstreken af, alert voor elk vermoeden van een verhaal. Met dat vertrouwde beeld begon het driedelige ‘Ten oorlog: de bevrijding van Vlaanderen’. 

Lees hier ons interview met Arnout Hauben, deze week in Humo. ‘We moeten ervoor opletten dat we niet aan ernst ten onder gaan’

Dankzij de eerste twee reeksen van ‘Ten oorlog’ en het mooie ‘Rond de Noordzee’ kénnen we Hauben – of tenminste: de afsplitsing van zichzelf die hij aan de televisie heeft geschonken – en wéten we dat hij de luimige geschiedenisleraar is die het leerplan feestelijk negeert, en niet aan social distancing doet met zijn leerlingen – op het klasweekend is hij de eerste om in een lantaarnpaal te klimmen, dronken als een tor. Even terzijde: waarom worden kevers, die het toch ook niet makkelijk hebben, altijd weer geassocieerd met volumineuze alcoholinname?

Hauben toonde al uitgebreid aan dat wandelschoenen – die hem sowieso veel beter staan dan de suède mocassins die iemand hem vast ooit cadeau heeft gedaan, maar nu stof garen in een bezemkast – zich uitstekend lenen om door de modderplassen van de geschiedenis te waden. Hij droeg ze nu dus ook, net als zijn vertrouwde rugzak – Hauben is het type dat daar álles in heeft zitten, behalve wat hij nodig heeft. Zijn innerlijk kompas kan ook beter gewantrouwd worden zolang het hem brieft over windrichtingen, routebeschrijvingen en afstandsmaten, maar brengt hem wel feilloos naar vertellers die bereid zijn om een halogeenspotje op hun geschiedenis te laten schijnen. Haubens grootste talent: mensen ontmoeten. Door omstandigheden is het even verboden.

Gelukkig had hij al voor corona begon te ademen gesproken wie hij wilde spreken: de laatste Vlaamse getuigen van de Tweede Wereldoorlog, 75 jaar nadat in de interland tegen de nazi’s de blessuretijd was ingegaan. Excuus trouwens voor de krukkige metafoor – mijn grootste talent is vooralsnog níét verboden. Ach, u kent het spreekwoord: oorlog is voetbal.

Hauben belde aan bij Jean Martial, de laatste overlevende van de Brigade Piron, de Belgische strijdkrachten die in september 1944 met de geallieerden optrokken om de Duits diets te maken dat hij kon inpakken, en weer naar de heimat mocht, met bieradem maar zonder triomfliederen. Martial is de enige die nog kan vertellen over de glorieuze file die grote delen van West- en Oost-Vlaanderen bevrijdde, en daarna Brussel en Antwerpen binnenliep – maar alleen ‘als ik goedgezind ben’. Bemoedigend: genocidaire ballen hebben véél kapotgemaakt in die buikige 20ste eeuw, maar niet het gevoel voor humor van Jean Martial. Het Smoezelige Snorretje dat in 1939 de wereld in brand stak, was dan weer niet zo’n potsenbakker, naar verluidt.

Het is een vreemde gedachte dat we straks onze kinderen zullen onderwijzen over een wereldbrand waar geen getuigen van overblijven. Nagenoeg alle stemmen in ‘De bevrijding van Vlaanderen’ zijn ouder dan 90, wat automatisch betekent dat ze zich eerder zelden nog de heup uit de kom jiven op een lockdownparty. Hun dagen slenteren nu, hun hoorapparaat gaat niet meer uit. Het eindspel is onherroepelijk ingezet: de dood is soms geduldig, maar nooit empathisch.

Maar Hauben was dus nog net op tijd, en toonde ons mooie mensen. Ik weet natuurlijk dat onze neiging tot romantiseren stug en onbetrouwbaar is, en dat het aantal schurken, schoften en schobbejakken ook in de generatie van Denise Leyman, Elie Behaghel de Bueren en Joe Arents – enkele van de sober gehuldigde getuigen in deze prachtige eerste aflevering – allicht niet te tellen was op de vingers van een paar miljoen handen. Toch bekroop me het gevoel dat me ook steevast overviel wanneer ik me ging warmen aan de liefdevolle huiselijkheid van mijn grootouders: dat die generatie iets méér weet dan de mijne. Dat ze, op het moment dat de hele wereld afgefakkeld dreigde te worden, een glimp had opgevangen van iets wezenlijks, de contouren had gezien van een geheim dat ze ons vervolgens bespaarde. En dat dacht ik dus weer toen ik naar ‘Ten oorlog: de bevrijding van Vlaanderen’ zat te kijken: pronte levenswijsheid was wat alle getuigen deelden, samen met een vage elegantie, ook al was hun motoriek aangetast door negen decennia ploegen op Gods akker.

Het vlies dat tussen de werkelijkheid en het tv-programma zit, tussen de kijker en de maker, werd definitief doorprikt toen ik tranen mijn wangen voelde aaien, en op precies hetzelfde moment Hauben begon te huilen. Samen een potje janken in vredestijd: dáár hebben onze voorouders voor gevochten.

De tranen kwamen er bij de getuigenis van Louis Boeckmans, een verzetsstrijder die verlinkt werd – van 1940 tot en met 1945 was de regenboog afgeschaft: er bestond alleen zwart en wit – en in het Fort van Breendonk de trein naar een concentratiekamp moest afwachten. Ondanks – of dankzij? – de grote gruwel die hij daar had meegemaakt, was zijn hoofd een bassin van tederheid geworden. De woorden die hij koos om te vertellen over Germaine, de bloesemende weemoed die zijn ogen vulde terwijl hij sprak over het liefje dat na de oorlog zijn vrouw was geworden: liefde. Met déze generatie hadden de makers van ‘Temptation Island’ het wel kunnen schudden.

Wat hij gezegd had tegen Germaine toen hij eindelijk weer thuiskwam met de littekens van het concentratiekamp, had Hauben gevraagd, want veel meer dan in troepenbewegingen is hij in de gedichten van de kleine werkelijkheid geïnteresseerd.

Louis wist het niet meer. ‘Het zal wel iets moois geweest zijn,’ zei hij.

 De schotbalken gingen open, daar kwam het water. 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234