FILM★★★1/2☆

‘The King of Staten Island’ bezorgde ons geregeld een van ontroering bevende onderkin

Van Judd Apatow, met Pete Davidson, Marisa Tomei, Steve Buscemi en Bill Burr

Zoals de buitengesloten Fred Flintstone in de intro van de prehistorische tekenfilmreeks ‘The Flintstones’ wanhopig op de deur van zijn stenen hol staat te bonken (‘Wilmáááááááá!’), zo stonden wij vorige week met beide vuisten loeihard - tot ze er knallend en rinkelend door vlogen - op de glazen deuren van het Kinepoliscomplex te slaan: ‘Ryan! Brad! Angelinááááááá!’ Vrouwe Cinema gaf niet thuis, maar geen nood: zolang de bioscopen gesloten blijven, zullen wij in deze kolommen te uwer attentie opnieuw verslag uitbrengen van onze omzwervingen door het filmaanbod van de streamingdiensten. En met het zopas verschenen ‘The King of Staten Island’ troffen wij op Apple TV meteen een verrassend mooie film aan die niet alleen de bizarste overvalscène aller tijden bevat, maar ons geregeld een van pure ontroering bevende onderkin bezorgde.

De hoofdfiguur is Scott (de Amerikaanse komiek Pete Davidson), een wiet rokende, met een groot verdriet worstelende (zijn vader was een brandweerman die bij een hotelbrand is omgekomen), nog bij zijn moeder inwonende would-betattooartiest van wie het zelfbeeld even laag hangt als het mondmasker van die egoïstische zieligaard die gisteren tussen de rekken van de Carrefour nijdig stond te verkondigen dat hij altijd een rebel is geweest en dat de coronamaatregelen zijn kl**** kunnen kussen. Wie ooit ‘Funny People’, ‘This Is 40' en ‘Trainwreck’ heeft gezien, weet niet alleen dat Judd Apatow prachtige dialogen kan schrijven (Scott: ‘Ik rook wiet teneinde de snel vervliedende tijd een beetje langzamer te doen gaan’), maar ook dat zijn films doorgaans twee problemen hebben: ze zijn een halfuur te lang en in de tweede helft moet de scherts (die hier een vroegtijdig hoogtepunt bereikt in de klaarkomscène) altijd wijken voor het sentiment.

'The King of Staten Island' is alleen te lang. Apatow komt weliswaar opnieuw aanzetten met een dosis sentiment, maar die zit deze keer heel mooi samengebald in een reeks korte dialoogscènes, zoals wanneer de oudere brandweerman Papa (een grandioze Steve Buscemi) aan een andere spuitgast vraagt wat het eerste was waar hij aan dacht toen hij vernam dat Scotts vader was omgekomen (het antwoord deed ons naar de doos Kleenex klauwen). En wat die scène extra aangrijpend maakt, en wat van ‘The King of Staten Island’ in z'n geheel een film maakt die aldoor langs de slagader van de rauwe emotie glijdt, is het gegeven dat de hoofdacteur hier in wezen zichzelf staat te spelen. Davidson was namelijk zeven jaar oud toen zijn vader op 9/11 samen met zijn makkers in volle uitrusting één van de twee rokende torens van het World Trade Center binnenging, en nooit meer naar buiten kwam. Muisstil werden wij van de scène waarin Scott enkele oude collega's van zijn vader toebijt dat brandweerlui nooit kinderen zouden mogen krijgen. En dan is er nog dat ene mooie moment, het duurt slechts twee of drie seconden, dat Scott zich in Lower Manhattan bevindt en zijn ogen omhoogslaat naar de hemel, naar dat ijle punt waar de bovenste verdiepingen van de twee WTC-torens ooit de wolken zoenden. Bevende onderkin. 

Beschikbaar via Apple TV, iTunes en Google Play

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234