null Beeld

FILM★★1/2☆☆

The Tale of Princess Kaguya

Studio Ghibli loopt stilaan leeg.

Amper zes maanden na het adieu van ­Hayao Miyazaki – een afscheid in mineur: ‘The Wind Rises’ stelde teleur – legt nog een andere grootmeester van de Japanse animatie het potlood neer. ‘The Tale of Princess Kaguya’ is de laatste film van de nu bijna tachtigjarige Isao Takahata: vriend, medewerker en oude compagnon de route van Miyazaki, en in 1984 mede-oprichter van het Japanse anime-heiligdom Studio Ghibli. Zijn laatste kunstje is gebaseerd op een oud Japans welterustenverhaaltje over een meisje dat door een bamboesnijder wordt gevonden in een fluorescerende bamboestengel en onder de vleugels van haar adoptieouders opgroeit tot een razend knappe, door velen begeerde maar nogal rebelse en ietwat bovennormale jongedame – ‘de stralende prinses van de buigzame bamboe’.

Maar ondanks de sprookjesachtige dimensie van het verhaal mist ‘The Tale of Princess Kaguya’ die fameuze betoverende Ghibli-touch. De animatie oogt anders erg mooi: het is even wennen aan het merkwaardige etswerk en aan die zachte waterverfachtige textuur (we zitten hier tien waterkwasten verwijderd van de picturale rijkdom van ‘Spirited Away’, en dúízend kleurstiften verwijderd van de kinetische stijl van Dreamworks en Pixar), maar wie goed kijkt, zal zien dat elk van die onaf aandoende tafereeltjes – soms lijkt het wel alsof de tekenaars het papier slechts even met hun potloden hebben beroerd en niet verder zijn gekomen dan een ruwe ets – warempel een magnifiek aquarelletje vormen.

Het is de vertelling zélf die teleurstelt: in plaats van eens wat meer stil te staan bij haar mysterieuze afkomst, besteedt Takahata naar onze smaak veel te veel tijd aan de pogingen van de bamboesnijder om de prinses uit te huwelijken aan één of andere rijkaard, en daarnaast zit de maestro de plot zo dun uit te smeren dat de hele film een uitgerokken indruk begint te maken; soms heb je zelfs het gevoel dat je meer naar een vervelende farce dan naar een toverachtig sprookje zit te kijken. Nu is Takahata (althans volgens Rikako, één van onze zeven Japanse courtisanes), in tegenstelling tot de meer fantasierijke Miyazaki, altijd een voorstander geweest van een meer realistische benadering in tekenfilms – misschien ligt het daaraan.

Pas wanneer de prinses in een soort droom de grootstad ontvlucht en terugkeert naar haar dorp, haar kimono wapperend in de wind, en zijzelf verandert in een trillende vlek, krijg je een korte maar heftige sequentie die zo adembenemend knap is, zo verbluffend mooi getekend, dat je netvliezen ervan beginnen te gloeien. In de hemelse finale trakteert Takahata u nog op een maanbeschenen explosie van licht, magie en muziek (van Studio Ghibli’s huiscomponist Joe Hisaishi, of wat dacht u), maar voor het zover is dient u dus wel een lange en (we moeten het zeggen zoals het is) nogal vervelende film uit te zitten. Wist Takahata dan niet dat verhaaltjes voor het slapengaan niet te lang mogen duren?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234