null Beeld Lumière
Beeld Lumière

Film★★★★★

‘Tokyo Story’ is één van de grootste meesterwerken die ooit in een cinema heeft gelopen

De lichten doven, het scherm licht op, en op het eind floepen de zaallichten weer aan. Nuchter bekeken komt de cinema-ervaring eigenlijk dáár op neer. Maar als u in de juiste zaal zit, als Vrouwe Cinema u welwillend is, en als uw geest er open voor staat, dan kunnen er in het schijnsel van dat grote witte doek wonderlijke, onvergetelijke, magische dingen gebeuren.

Erik Stockman

Het overkwam ons vorige week nog eens tijdens de persvoorstelling van ‘Tokyo Story’, Yasujirô Ozu’s filmklassieker die - ontsteek de vreugdevuren! - vanaf deze week in een digitaal gerestaureerde versie opnieuw in onze zalen speelt. Tot nu toe hadden wij dit uit 1953 daterende, heilig verklaarde meesterstuk nog nooit gezien: een gat in onze cultuur ter grootte van het supermassieve zwarte gat uit de sciencefictionklassieker ‘The Black Hole’ (óók een goeie film!).

Nu pas begrijpen we waarom ‘Tokyo Story’ door miljoenen mensen tot één van de mooiste, ontroerendste en belangrijkste films uit de filmgeschiedenis wordt gerekend. Nu pas begrijpen we volkomen waarom ‘Tokyo Story’ in 2012 door 358 cineasten, onder wie Martin Scorsese, Francis Ford Coppola en Quentin Tarantino, werd verkozen tot de beste film aller tijden, bóven ‘Vertigo’, bóven ‘Citizen Kane’ en bóven ‘De Witte van Sichem’. Nu pas snappen we wat Paul Schrader, de scenarist van ‘Taxi Driver’, bedoelde toen hij zei dat diegenen die naar ‘Tokyo Story’ gaan kijken, de heilige bodem van de filmgeschiedenis betreden. En bovendien doet ‘Tokyo Story’ een mens smachten naar een kruikje rijstwijn!

Nu, één van de dingen die ons opvielen, is dat het terecht verheerlijkte ‘Tokyo Story’ in wezen steunt op een wel héél simpel verhaaltje. Nu hun gezondheid het nog enigszins toelaat, besluiten twee bejaarde ouders om vanuit hun provinciestadje Onomichi naar Tokio te reizen ten einde hun volwassen kinderen een bezoekje te brengen. ‘Het is een droom om hier te zijn!’ roept het moedertje blijgezind uit in het huis van haar zoon, een wijkdokter. ‘Dat we dit nog mogen meemaken op onze leeftijd!’ Maar algauw blijkt dat hun kinderen het een beetje te druk hebben om tijd met hen door te brengen.

Iedereen blijft uitermate hoffelijk voor hen, de oudjes klagen niet, en alle familieleden blijven stralend glimlachen naar elkaar, maar aan alles voel je dat de oudjes eigenlijk in de weg lopen. Hun kleinzoon, een onuitstaanbaar kliertje, vindt het maar niets dat zijn bureautafel, waaraan hij normaal zijn huiswerk maakt, plaats moet maken voor twee bedmatjes. Als avondmaal, zo horen we hun dochter Shige zeggen, zal een karige vleesschotel wel volstaan: het zou toch wat te veel zijn om daar ook nog eens vis bij te serveren. In een schitterende scène beklaagt diezelfde Shige, de eigenares van een welvarend kapsalon, er zich over dat de gebakjes die haar man is gaan halen veel te duur zijn: ‘Rijstkoekjes waren wel voldoende geweest.’ Snedig detail: terwijl dat pokkewijf haar beklag maakt, zitten zij en haar man die gebakjes zélf op te vreten.

Uitgerekend hun schoondochter Noriko, die in tamelijk armoedige omstandigheden leeft en nog steeds rouwt om haar in de oorlog gesneuvelde man, is de enige die oprecht blij is om hen te zien, zó blij zelfs dat ze bij haar buurvrouw een kruikje rijstwijn gaat lenen. Na een dag of twee beslissen de kinderen zowaar om hun ouders naar een hotelletje aan zee te sturen: ‘Dat is beter voor hen dan de hele tijd door Tokio te sjokken.’ Als twee huisdieren die op de oprit naar de autosnelweg worden gedumpt.

Daar zitten ze dan, de twee oudjes: turend naar de zee, drinkend van een kopje thee, en immer vrolijk lachend - al lijkt hun lach stilaan in hun gezichten te bevriezen. Na een slechte nacht in het hotelletje, verstoord door feestende jongeren, besluiten de oudjes dan maar om weer naar huis af te druipen. In het laatste halfuur is het aan de kinderen om naar de provincie af te reizen: de uren van hun moeder, tijdens de terugreis op de trein onwel geworden, zijn geteld. In een scène die zó treurig is dat je hart ervan breekt, maakt Shige - u weet wel, het pokkewijf - zichzelf wijs dat haar moeder tijdens haar laatste dagen in Tokio nog een fijne tijd heeft beleefd (‘Gelukkig hebben we haar in Tokio nog vrolijk gezien!’), waarop ze alvast de mooie zomerkimono van haar aflijvige moedertje claimt.

Opnieuw is Noriko de enige die enige oprechte verontwaardiging toont: ‘Ze is nog maar net dood en ze komen haar kleren al inpikken!’ ‘Och,’ zo vergoeilijkt de oude vader de kille houding van zijn bloedeigen kinderen, ‘Kinderen drijven nu eenmaal weg van hun ouders.’ Maar terwijl hij die woorden uitspreekt, zie je hem innerlijk verschrompelen - en wij verschrompelen mee.

Let wel: sentimenteel of klef wordt ‘Tokyo Story’ nooit. Er is namelijk een verschil van dag en nacht tussen Ozu’s sobere vertelstijl en de manier van werken die meestal in Hollywoodfilms wordt gehanteerd. Hollywoodfilms hebben nogal de neiging om u - via overnadrukkelijke muziek of via uitleggerige dialogen - te vertellen hoe u zich dient te voelen. Ozu daarentegen beperkt zich tot het observeren van zijn sublieme acteurs, en hij doet dat met een bewonderenswaardige kalmte: zijn camera verroert nauwelijks een vin, de toon is ootmoedig en berustend, tussen de prachtige dialogen mogen vaak lange, natuurlijk aanvoelende stiltes vallen, en de strijkers mogen maar héél af en toe invallen.

Die stijl, waarvoor Ozu beroemd was, heeft een ongelooflijk krachtige uitwerking: de gevoelens die in die twee oudjes woeden - hun ontgoocheling, hun verdriet, hun eenzaamheid - worden even scherp zichtbaar als de levenslijn in uw handpalm, en elke scène is als een naald die recht door de hartwand gaat en u in uw aorta een shot zuivere ontroering toebrengt. ‘Ik wens je veel geluk uit het diepst van mijn hart,’ zo zegt de oude vader op ‘t eind tegen Noriko, en door de manier waarop Ozu altijd zijn camera placht te zetten - op ooghoogte - lijkt het wel alsof de oude man zich rechtstreeks tot óns richt.

En eigenlijk kun je stellen dat ook die goede en nobele Ozu, die nooit trouwde en zijn leven lang bij zijn moedertje bleef wonen, zich met ‘Tokyo Story’ rechtstreeks tot ons richt en ons vrijblijvend enige raad wil verschaffen. Wees lief voor uw ouders: ze zullen sneller dan u denkt onder de zoden liggen, en nadien zullen alle woorden te laat komen. Wees genadig voor uw kinderen: dat u vroeg of laat de ellendige levensfase bereikt dat u alleen maar in hun weg loopt, behoort jammer genoeg tot de cirkel van het leven. Drink rijstwijn uit een kruikje, maar met mate, want je wordt er snel laveloos van. Koester het leven, want het is vergankelijk. En ga vooral eens kijken naar ‘Tokyo Story’: u krijgt niet elke dag de kans om één van de grote meesterwerken van de zevende kunst in de cinema te zien.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234