'Ik heb smerige dingen gedaan, mensen gekwetst. Maar een wildvreemde vrouw in haar gat nijpen in een vol café: dat heb ik nooit gesnapt.' Beeld Johan Jacobs
'Ik heb smerige dingen gedaan, mensen gekwetst. Maar een wildvreemde vrouw in haar gat nijpen in een vol café: dat heb ik nooit gesnapt.'Beeld Johan Jacobs

De 7 HoofdzondenTom Vermeir ('twee zomers')

Tom Vermeir: ‘Ik heb nu voor het eerst een open relatie, ik ben benieuwd waar het naartoe gaat’

Wat gebeurt er als iets wat je dertig jaar geleden hebt misdaan, komt bovendrijven en je gewéldig comfortabele leventje dreigt te vernielen? Het is de premisse van ‘Twee zomers’, de serie van Tom Lenaerts waarin acht bevriende vijftigers tijdens een vakantie aan de Côte d’Azur uit elkaar worden gespeeld door vernietigd gewaande beelden van een groepsverkrachting. Het personage dat z’n bestaan nog het méést bedreigd ziet, is dat van de patserige Peter, prachtig neergezet door Tom Vermeir (45). ‘Vadsig en tweezakkig’ noemt hij hem. Maar waaraan bezondigt de acteur zich zelf zoal?

Katia Vlerick

GRAMSCHAP

HUMO Je zou in de haven van Oostende, waar je een zeilboot hebt liggen, de bijnaam ‘de vloeker’ hebben.

TOM VERMEIR «Ik ben ­nogal opvliegend, ja (lacht). Ik heb die opvliegendheid van mijn moeder. Bij haar is het verbeterd met het ouder worden, ik hoop dat dat bij mij ook zal ­gebeuren.

»Ik word vooral kwaad als dingen niet marcheren. Nu met corona verbeuzelen we nog méér tijd aan wifi-paswoorden zoeken en ze vernieuwen, bijvoorbeeld. Op mijn boot kan ik me echt opdraaien als een schroef niet pakt. Ook het verkeer vind ik verschrikkelijk – ik zoek nu uit hoe ik mijn leven zo kan omgooien dat ik nooit meer in de file hoef te staan.»

HUMO Je wilt meer onthech­t­ing?

VERMEIR «Ja. Ik ben 45, met een beetje geluk ben ik halverwege de route. Er zijn dingen waarvan nu ik denk: ik moet die volledig anders aanpakken. Mijn kloten afdraaien van ’s ­morgens tot ’s avonds: ik wil dat niet meer. Pas op, het was tof, ik heb heel mooie dingen mogen maken. Maar ondertussen is er op persoonlijk vlak veel gebeurd: een lange relatie kwam ten einde, het huis in de Vlaamse Ardennen dat we als koppel samen hadden verbouwd, werd verkocht.

»Twee jaar geleden ben ik in een kleine flat hier in Oostende ingetrokken. Van een vrij groot huis op de buiten naar een flat van 90 vierkante meter: er moest van alles weg. En dan merk je hoe weinig je nodig hebt. Hoe minder geld ik moet verdienen om rond te komen, hoe meer tijd ik overheb, ook om projecten te doen die minder goed betalen maar heel inspirerend zijn. Ik wil de komende jaren nog méér downsizen.»

HUMO Je bent opgegroeid in Koksijde. Het is ook een terugkeer naar je roots.

VERMEIR «Ik ben blij dat ik weer aan zee woon, ik word zeer rustig van water. Mijn professionele leven speelt zich wel voor 99 procent af in Gent, Antwerpen en ­Brussel. De helft van de week zit ik daar, dan slaap ik bij een maat of op hotel. Dat is voor mij de simpelste aanpak gebleken.»

HUMO Ben je altijd op je vrijheid gesteld geweest?

VERMEIR «Ja, het kan snel te klein worden voor mij. Dat heeft er altijd in gezeten. Als mijn ma vroeger met mij naar het strand ging, zat ik in geen tijd in Duinkerke (in Noord-Frankrijk, red.), waar ze dan op de dijk moesten omroepen: ‘Le petit Tom a perdu sa maman!’ (lacht) Ik ben niet bang voor het onbekende.»

HUMO Raak je snel in de clinch met mensen?

VERMEIR «Ja. Ik vind wel dat we in een overgevoelige ­wereld zijn terechtgekomen: ieder­een is enorm snel op z’n tenen getrapt. Als ik weer eens tekeerga en iemand zegt me: ‘Ik kan er niet tegen dat je kwaad wordt’, dan antwoord ik: ‘Maar ik leg gewoon geëngageerd mijn standpunt uit!’ (lacht)»

HUMO Wanneer heb je dat voor het laatst gedaan?

VERMEIR «Toen wéér iemand een voorstelling afbelde. Ongeveer alles werd de voorbije tijd op het laatste moment geannuleerd. Iedere keer met dezelfde uitleg: ‘Het kan niet doorgaan, we krijgen het niet gefinancierd, het is ­corona,’ enzovoort. Op den duur denk je dan: met wiens kloten zijn ze hier aan het spelen? Ik weet: don’t shoot the messenger, maar die messenger heeft geregeld mijn frustratie moeten ondergaan. Ik zei wel: ‘Neem het niet persoonlijk.’ Maar die mens was volledig bouleversé, en ik versta dat ook.

»De manier waarop men in de cultuursector met mensen omgaat, zou in geen enkele andere sector getolereerd worden. Men blijft bezuinigen, maar mensen worden al jaren onderbetaald. Het eerste wat ik hoor bij iede­re onderhandeling is: ‘Er is geen budget.’ Overal. Ik gelóóf ook dat er geen budget is. Maar mijn antwoord is: ‘Nee, fuck off, dát is mijn prijs.’ Dat zegt iedere zichzelf respecterende aannemer toch ook? We zitten in een survival of the fittest, en het lijkt alsof het beleid daar bewust op aanstuurt. Hebben we tegenwoordig een minister van Cultuur of een minister tégen Cultuur?»

HEBZUCHT

HUMO Jij bent volop bezig met downsizen, je personage Peter in ‘Twee zomers’ is schatrijk. Hij kan zijn vrienden uitnodigen op een riant privé-eiland.

VERMEIR «Dat is zijn grote probleem: zijn leven zit vol met zaken die hij niet nodig heeft. Hij is rijk dankzij zijn vrouw en neemt die rijkdom als vanzelfsprekend aan. Hij heeft ooit iets misdaan, en dat komt ­jaren later als een boemerang terug – daar gaat de hele reeks over. Wat me aantrok aan zijn personage, is zijn tweezakkigheid. Peter is op het succes van zijn vrouw blijven teren en is weggezakt in de vadsigheid van een rijkeluisleven. Tot die boemerang weer opduikt: je ziet hem worstelen met iets wat hij niet meer opgelost krijgt.»

HUMO Waaraan kun jij nog geld uitgeven?

VERMEIR «Ik heb in mijn leven al een klein huis opgegeten, denk ik. Ik ga graag op restaurant. Dat moet niet chic zijn, als het maar lekker is. Maar ik geniet ook enorm van sterrenrestaurants, en niet uit snobisme: voor mij is dat zoals naar een knappe voorstelling gaan, met dat verschil dat er andere zintuigen worden geprikkeld.»

‘Ik ben niet vies van alles wat lekker is. Maar ik ben ook te trots om mezelf daaraan kapot te laten gaan.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik ben niet vies van alles wat lekker is. Maar ik ben ook te trots om mezelf daaraan kapot te laten gaan.’Beeld Johan Jacobs

HUMO In ‘De twaalf’ speelde je Joeri Cornille, die in de jury van een assisenzaak zetelt wanneer op zijn bouwwerf een illegale zwartwerker van een stelling valt. Joeri heeft wroeging: kan hij als jurylid oordelen terwijl hij zelf zoiets op zijn geweten heeft? Maar iedereen die al een Deliveroo-maaltijd of een pakje via PostNL aan huis heeft laten komen, is medeverantwoordelijk voor sociale uitbuiting.

VERMEIR «Oei, zo concreet heb ik me die vraag nog niet gesteld. Ik moet nu denken aan de film ‘Sorry We Missed You’ van ­Ken ­Loach, over een working class guy die voor een koerierdienst gaat werken en wordt uitgebuit. Ik kan me blauw ergeren aan sociale onrechtvaardigheid: niet alleen de cultuursector krijgt ­ervanlangs, álle zachte sectoren worden amper nog gewaardeerd, ook onderwijs en zorg. En die ‘Pano’-reportage over ­Dejan ­Veljkovic: dat is toch om van te kotsen? Ik ben geen voetbalfan, maar veel mensen voor wie voetbal vermaak én emotie is, moeten sparen voor een abonnement, of voor merchandise van de favoriete speler van hun kleinkind. En dan zijn ze aan de top zo smerig bezig: beschamend.

»De vastgoedwereld, die in handen is van grote projectontwikkelaars, vind ik ook zo’n crapuleuze business. Door hen swingen de prijzen van woningen zodanig de pan uit dat het voor modale tweeverdieners onmogelijk is geworden om nog iets te kopen. Ofwel ben je mee, ofwel ben je niet mee: het ziet ernaar uit dat de middenklasse zal verdwijnen. Een beangstigende evolutie. Na mijn relatiebreuk wilde ik terug naar ‘mijn’ stad: Gent. Maar dat kan ik niet betalen, terwijl ik niet om werk verlegen zit. Dat is toch onwerkelijk?»

TRAAGHEID

HUMO Je bent pas laat doorgebroken als filmacteur, maar wel op indrukwekkende wijze: je personage Frank in ‘Belgica’ hield die film overeind. Tot dan wist ik niet wat voor een fenomenale acteur je was, ik kende je tot mijn grote schande vooral als gitarist van de rockgroep A Brand.

VERMEIR «Ik heb een grillig parcours achter de rug: mensen weten vaak niet of ik nu een muzikant ben die acteur is geworden, of omgekeerd. Ik heb zélf lang niet ­geweten dat film en tv me lagen. Ik heb ooit een paar rolletjes gespeeld in ‘W817’ en ‘Rang 1’, en als ik dat nu zie, schaam ik me dood.

»Op het ­conservatorium van Gent had ik mijn ­eigen jeugdtheaterensemble, ­samen met ­Koen ­De ­Ruyck en ­Wouter ­Bruneel: we heetten ­Gordijnen ­Voor ­Konijnen en speelden zo’n 240 voorstellingen van één stuk, dan leer je wel spelen. Mijn opleiding in het theater kreeg ik van ­Eric ­De ­Volder: onder zijn vleugels grotesk, expressionistisch spelen was mega-inspirerend.

»Daarna ben ik gaan reizen, naar Azië, Centraal-­Amerika… Ik heb ook een tijd als duikinstructeur gewerkt, in Thailand. Toen ik in 2004 weer in België belandde, kon ik bij ­A ­Brand gaan spelen. De rockwereld had me altijd aangetrokken, het waren toffe gasten en een goeie band, dus dan grijp je die kans. En voor je het weet, ben je weer zeven jaar verder. Maar na verloop van tijd begon ik het acteren te missen.»

HUMO Je maakte je rentree in het theater bij Arne Sierens, in ‘De pijnders’ uit 2011.

VERMEIR «Daar heb ik ­beseft wat écht spelen is. Bij ­Arne ben je verantwoordelijk voor je ­eigen dramaturgie, je maakt samen het stuk, met veel ruimte voor improvisatie. Je gaat dan aan de slag met aspecten van je eigen leven: dat maakt zijn theater zo mooi en authen­tiek. Ineens kwam ik ook terecht in een nest met klasbakken als ­Dominique Van Malder, ­Joris ­Hessels, ­Robrecht ­Vanden ­Thoren, ­Titus ­De ­Voogdt en Johan ­Heldenbergh – een heel warme groep, een vijver waarin ik mezelf kon ontwikkelen. ­Felix ­Van ­Groeningen kwam kijken, en zo ben ik in zijn film ‘Belgica’ beland.»

HUMO Hebben je jaren als muzikant een invloed gehad op je acteerwerk erna?

VERMEIR «Absoluut. Rock-’n-roll is een harde leerschool, waardoor ik weer in het theater ben gestapt met een andere culot. Met je band in een zaaltje moeten spelen waar het publiek je niet lust: ik wens veel acteurs die ervaring toe. In een thea­ter­zaal zit het publiek neer en laat het amper merken wat het van de voorstelling denkt. Ik vind het zelf vréselijk om als toeschouwer vast te zitten in een slecht stuk, maar op een rockoptreden lopen mensen gewoon weg als ze het slecht vinden, of beginnen ze te babbelen, zodat je je uiter­ste best moet doen om ze terug te winnen. Dus: wat meer rock-’n-roll in het theater, graag. Maar evengoed wat meer theater in de rock-’n-roll (lacht).»

GULZIGHEID

HUMO Chan Marshall alias Cat Power vertelde hoe moeilijk ze het had om van de alcohol af te blijven door haar job als muzikant: ‘Overal waar je gaat spelen, zit de koelkast vol drank.’ Is er op dat vlak een groot verschil tussen een rock- en een theaterbackstage?

VERMEIR «Ja, en de spanningsboog is anders. Een concert is anderhalf uur knallen, een enorme adrenalinerush. Die moet je daarna bijna wegspoelen met drank. Theater is rustiger, je wordt dus gezapiger zat (lacht). Een goeie voorstelling spelen kan ook erg helend zijn, waardoor je die ontlading achteraf minder nodig hebt. Op filmsets kunnen na een draaidag wel wat pinten worden gedronken, maar je moet toch discipline aan de dag leggen, anders hou je het niet vol. Heel ‘Belgica’ heb ik nuchter gedraaid. Op de set, welteverstaan. Daarna moest het ventiel er wel soms af.»

HUMO Gulzigheid zou je groot­ste sterkte én je grootste zwakte zijn. Waarin ben je dan zo gulzig?

VERMEIR «In mijn werk. Het liefst zou ik daar constant mee bezig zijn: precies daarom ben ik nu mijn leven aan het reorganiseren. En ik drink echt veel, ik moet er op een ­andere manier mee leren omgaan. Ik ben onlangs naar ­Viagra ­Boys gaan kijken: fucking ­grave band, en wat een performer, die zanger. Maar ik ben wel geschrokken: wat een vadsige vetzak is me dat geworden! Die mens is duidelijk niet meer gezond. Of projecteer ik mezelf op hem?

»Pas op, ik heb ook discipline: tijdens opnames kan ik heel gulzig zijn in soberheid, of in sport. Maar als de opnames afgerond zijn, gaat het weer de verkeerde richting uit. Ik ben nu wel op een punt gekomen dat ik komaf wil maken met alles wat me geen deugd doet.

»Ik ben heel obsessief in álles. Ook toen ik mijn huis in de Vlaamse Ardennen verbouwde, bijvoorbeeld, omdat dat te maken had met schoonheid. En als ik bezig ben met een personage, ben ik – vooral de twee weken vóór de première – mezelf niet meer. Ik zit de hele tijd in dat mannetje.»

ONKUISHEID

HUMO Je rol in het stuk ‘Locke’ heeft er zelfs toe geleid dat je relatie van acht jaar strandde. Je personage was vreemdgegaan en hield jou een spiegel voor.

VERMEIR «Die rol daagde me uit: misschien sta ik niet zo eerlijk in het leven als ik zou willen? Bij mij ging het niet om vreemdgaan, maar wél om een zekere oprechtheid die ontbrak. Mijn relatie, mijn leven zat niet goed meer. Welke beslissingen moet je nemen om in de spiegel te kunnen kijken, om eerlijk te zijn met jezelf? Het is sowieso goed om je dat af en toe af te vragen: gáát dat wel, zo door het leven gaan? Nee? Dan moet ik het anders doen.»

‘Ik ben 45, met een beetje geluk ben ik halverwege de route. Mijn kloten afdraaien van ’s morgens tot ’s avonds: ik denk niet dat ik dat nog wil.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik ben 45, met een beetje geluk ben ik halverwege de route. Mijn kloten afdraaien van ’s morgens tot ’s avonds: ik denk niet dat ik dat nog wil.’Beeld Johan Jacobs

HUMO Je hebt nu een open relatie. Hoe open?

VERMEIR «Open in de letter­lijk­ste zin van het woord. Elke relatie is anders, maar ‘open’ staat bij ons voor eerlijkheid, naar mijn partner toe en naar mezelf. Niets moet geheim blijven, er is niets om je achter weg te steken: dat ligt het dichtst bij wie ik graag wil zijn. We zien elkaar graag en we zijn graag bij elkaar. Maar het leven is het leven en het kan gebeuren dat je een fijne tijd doorbrengt met een ander, and that’s it. Ik probeer geen jaloerse mens te zijn. Waar zijn we bang voor? We zijn bang om ­iemand te verliezen die ons waardevol is. Maar die angst is even terecht of onterecht in een monogame relatie als in een open relatie. Want in een monogame relatie kan je lief óók plots verliefd worden op een ander.

»Ik ben getrouwd geweest, ooit. Op huwelijksreis was mijn vrouw al verliefd geworden op ­iemand anders. Het stond dus in de sterren geschreven. Maar op een ­bepaald moment, anderhalf jaar ver in ons huwelijk, kwam ik erachter dat ze opníéuw voor een ander was gevallen. Ik heb haar voor de keuze geplaatst, we zijn uit elkaar gegaan en ik heb daar erg veel verdriet van gehad. Ik heb er járen van afgezien.

»Mijn punt is: die breuk was sowieso gebeurd. Ik heb eruit geleerd dat je over de mogelijkheid van zulke verliefdheden moet praten: doordat die kúnnen bestaan, worden het geen innerlijke verscheurdheden meer. Zo’n verliefdheid hoeft ook niet geconsumeerd te worden. Soms is er zelfs geen sprake van verliefdheid, en is het alleen lust die zich aandient.»

HUMO De amateurpsycholoog in mij zegt dat je precies door die vroege kwetsuur in je eerste huwelijk nu voor een open relatie kiest.

VERMEIR «Daar ligt een heel leven tussen, een intens leven met andere, zeer ­waardevolle lange en minder lange ­relaties. Met ­grote vreugdes en ­periodes van eenzaamheid: verdriet hebben omdat een liefde weggaat, verdriet veroorzaken door zelf weg te gaan. Met mijn vriendin nu voelt het júíst aan. We kwamen allebei net uit een relatie, zij had veel pijn gehad. We waren beiden getekend door wat er recent was gebeurd. De manier waarop we in ons verhaal zijn gestapt, is heel anders dan bij mijn vorige relaties. Alles lag op tafel, we hebben veel gepraat. Wat is dat, bedrog? Wat wil dat voor jou zeggen? Bedrog wordt gereduceerd tot seks, maar eigen­lijk gaat het daar niet over. Het is bewust iets doen waarvan je weet dat de mens die je graag ziet, niet wil dat je het doet. Waarvan je weet dat het de ander kan kwetsen.

»Het is de eerste keer in mijn leven dat ik in een open ­relatie zit. Stel dat ze toch niet blijft duren en er nog een andere relatie komt, dan stap ik daar misschien weer op een andere manier in. In mijn vorige relaties had ik ook geen probleem met mono­gaam zijn, hè. Ik ben benieuwd waar het naartoe gaat.»

HUMO ‘Is dat #MeToo-gedoe nu stillekesaan niet voorbij?’ zegt je personage Peter in ‘Twee zomers’ over een gefilmde groepsverkrachting waar hij zelf bij betrokken was.

VERMEIR «Die man denkt écht zo. Of beter: hij denkt gewoon niet. Peter zit in een comfortabel leven waarin hij niet wordt uitgedaagd om de vinger aan de pols te houden en maatschappelijke ontwikkelingen rond grensoverschrijdend gedrag te volgen. Bovendien heeft hij het empathisch vermogen van een neanderthaler. Dat maakte hem voor mij een ‘aandoenlijk antipathiek’ personage. En dus geweldig om te spelen.’

»Ik heb tijdens die scène wel ­tegen Tom Lenaerts gezegd: ‘Oké, met die repliek is heel mijn carrière om zeep.’ (lacht)»

HUMO Komaan, je personage zegt dat! En bovendien is dat iets wat leeft in de onderbuik van Vlaanderen.

VERMEIR «Een tijd geleden ging ­Yahya ­Terryn, een goeie vriend van me, in première met een voorstelling waarin alle mannen worden gespeeld door vrouwen: ‘Een Lola’. Eén van de personages – een lompe projectontwikkelaar, geweldig gespeeld door ­Lucie ­Plasschaert – zegt op een gegeven moment: ‘Doe met haar wat je wilt. Pis op haar, kak op haar, trouw desnoods met haar.’ ­Waarna geregeld mensen de zaal verlieten, omdat ze het een vrouwonvriendelijke voorstelling vonden. Ik snap dat niet: een acteur speelt iemand die hij niet is! Dat misplaatste ongenoegen is een perfect voorbeeld van de overgevoeligheid van deze tijd.»

HUMO Door #MeToo herbe­kijken mensen nu zaken uit hun verleden. Heb jij dat ook al gedaan?

VERMEIR «Met de hand op het hart: ik heb nooit iemand vanuit een machtspositie in mijn bed proberen te lullen, laat staan daartoe gedwongen. Ik zal wel smerige dingen gedaan hebben, en ik heb mensen gekwetst, zoals iedereen. Maar een wildvreemde vrouw in haar gat nijpen in een vol café: dat heb ik nooit gesnapt.»

HUMO Trok je opvallend méér vrouwen aan toen je gitaar stond te spelen op een podium?

VERMEIR «Dat heeft bij momenten zeker geen kwaad gedaan. Ach, ­grappig toch, dat hele rock-’n-rollcliché?»

HUMO Je hebt naar verluidt ooit seks gehad in de backstage van Rock Werchter.

VERMEIR «In de loge van ­Herman ­Schueremans (lacht). Mijn toenmalige vriendin was er hostess en ik ben er eens binnengeglipt, toen plots de goesting opkwam. We zijn betrapt en buitengegooid. Dat zijn van die onnozelheden die je doet als je in een groepje speelt. Hij zal er wel niet kwaad meer om zijn, zeker? Ik ben wel blij dat dat rockcircus me op relatief late leeftijd is ­overkomen, ik was al 30. Stel dat je op je 18de plots de hele wereld aan je voeten hebt liggen. Dat kan toch nooit goed zijn voor je kop? ­Anthony ­Kiedis heeft ooit gezegd: ‘Of course I’m fucked up, I’ve lived a life to be fucked up!’»

AFGUNST

VERMEIR «Ik ben niet jaloers, ik gun iedereen alles. Maar als ik ook in de running was voor een rol, kan ik wel denken: ik had die moeten hebben, ik had dat duizend keer beter gedaan. Casting is een momentopname, soms kun je gewoon niet deliveren op dat moment.

»Voor ‘Twee zomers’ heeft Tom me gevraagd. Ook voor ‘De twaalf’ en ‘1985’ (een nog te verschijnen serie over de Bende van Nijvel, red.) heb ik geen casting moeten doen. Soms heb ik daar ook geen zin meer in (lacht). Omdat ik vind dat het vaak meer oplevert als je op je gemak met iemand kunt zitten aftasten. De casting voor ‘Belgica’ had ik niet eens door, en net daardoor had ik die rol. Felix had me uitgenodigd om ‘een beetje samen te werken’. Dat gaf een veel toffere sfeer én een beter resultaat dan dat examengevoel van een casting.»

HUMO Je personage Peter in ‘Twee zomers’ was ooit, dertig jaar geleden, bij een gefilmde groepsverkrachting. Hoe kijk je naar hem? Vind je hem een slechte mens?

VERMEIR «Peter is een lafaard die zich vooral slachtoffer voelt van één groot misverstand. Hij zou geen vriend van me kunnen zijn, nee. Maar ik vind hem geen sléchte mens. Hooguit een verwaande, zelfingenomen slapjanus, weggegleden in z’n patserige, rijke levensstijl. Het ontbreekt hem aan iedere vorm van zelf­inzicht, wat in de loop van de serie niet in zijn voordeel speelt, om het zacht uit te drukken.»

HUMO Je noemt hem een ‘aandoenlijk antipathiek’ personage, en daardoor ‘geweldig’ om te spelen. Moet je een zekere sympathie voelen voor je personage?

VERMEIR «Er bestaan veel wijsheden over acteren. Die waar ik het meest van hou, komt erop neer dat je ‘onder fictieve omstandigheden zo waarachtig mogelijk’ moet zijn. Daarvoor moet je volledig in het hoofd van je personage kruipen, en dat is de ene keer complexer dan de andere. Een belangrijke tool in dat proces is mededogen. Ik denk dat, als je goed wilt spelen, je je personage op een bepaalde manier graag moet zien, of tenminste moet proberen begrijpen waarom hij of zij zo is. Anders speel je oordelend, en dat is niet interessant.»

HUMO Wat kun je bewonderen aan een acteur of actrice?

VERMEIR «Ik had met ­Kevin ­Janssens, die in ‘Twee zomers’ mijn broer speelt, een megaheftige scène, zeer emotioneel. Het soort scène waarbij je het je als tegenspeler niet kunt permitteren je krachten te sparen tot het jouw beurt is. Het was bovendien een lange scène, en we moesten ze telkens opnieuw doen. Toen het aan mij was, waren we allebei zo kapot dat ik mezelf niet meer op niveau kreeg. Je doet een paar takes en je merkt dat de fut eruit is, je gelooft jezelf niet meer. Ik begin mezelf op te naaien, en dan pakt ­Kevin mij vast en zegt hij: ‘Komaan, nog één keer.’ Hij móést dat niet doen, dat is opperste collegialiteit. Daar heb ik echt bewondering voor.»

HOOGMOED

VERMEIR «Ik denk dat acteren bij mij zeker met een zekere ijdelheid begonnen is, als kind. In het schooltoneel of op familiefeestjes krijg je aandacht door pakweg ­Urbanus te imiteren (lacht). Nu probeer ik spiritueler bezig te zijn met mijn vak. Zeker bij theater gaat het me steeds meer om de ­creatie, en bij film om het graven in een personage: wie ís dat manneke? Dat is wat ik nu tof vind aan mijn stiel, het onderzoek. Dat breidt zich uit naar zelf schrijven en meeschrijven. Dingen maken. Ik werk ook graag samen.»

HUMO Met regisseur Koen De Sutter en de muzikant Dag Taeldeman, bijvoorbeeld, voor je monoloog ‘Chet’ van enkele jaren geleden, over je grote idool Chet Baker. Wat fascineert je zo aan die jazztrompettist?

VERMEIR «Zijn manier van zingen, de beheersing van zijn instrument: het is allemaal zo poëtisch. En zijn leven: zoveel schoonheid en lelijkheid naast elkaar. Zijn ­verschrikkelijke verslaving, waardoor hij er nooit is geweest voor de mensen die hem graag zagen. Hij was een egoïstische junk, die toch zo’n mooie, intens emotionele muziek maakte.

»Ik ben zelf niet vies van alles wat lekker is. Maar ik ben ook te trots om mezelf daaraan kapot te laten gaan: dáár situeert zich tegenwoordig mijn ijdelheid.»

HUMO Hoe zelfverzekerd ben je vandaag als acteur?

VERMEIR «Ik heb weinig last van onzekerheid als ik speel. Ook door de ervaring. Wat is een personage? Een mix van iets wat je uit jezelf haalt en iets wat je elders hebt gezien. Over mijn personage Brahim in ‘Grond’ was ik onzeker, van hem heb ik wakker gelegen: Vermeir, ga je dat nu écht doen? Een moslimbekeerling spelen? Want met zo’n opgeplakte baard kon het heel snel karikaturaal worden. Wat de doorslag gaf, was dat ik het erg plezant vond om één van de weinige witten te zijn in die serie, en bovendien een personage dat de sukkel van de hoop is. Maar de angst dat het grotesk zou worden, was er wel: die rol was een zoektocht.

»Helemaal anders was het bij Peter in ‘Twee zomers’: die mens is wat anders gekleed dan ik, waardoor ik ­iemand anders word, maar ik blijf praten zoals ik nu tegen jou praat, mijn soort gekuist Vlaams. Meer moest er uiterlijk met die vent niet gebeuren, de setting hielp me verder om hem te worden.

»In de aanloop naar een rol, twee weken vóór een première, kan ik wel echt door de grond zakken. Vloeken, kwaad worden, angstdromen, verschrikkelijk. Maar als we eenmaal vertrokken zijn, is dat weg.»

HUMO Vind je van jezelf dat je een groot ego hebt?

VERMEIR «Ego klinkt zo pejoratief. Maar ik weet goed wie ik ben en waar ik sta in de wereld. Ik kan ook vrij overheersend zijn. Ik vind daar niets verkeerd aan, maar het mag niet patserig worden, of blind dominant. Ik wil niet vol van mezelf zijn, ik wil niet dat de hele boel om mij draait.»

HUMO Op zee mag je geen ego hebben, lijkt me.

VERMEIR «Ik ga niet zomaar alleen de zee op. Ik ben het zeilen nog aan het leren. Als wind en water het overnemen en je hebt dat niet zien aankomen, dan heeft het geen zin om ruzie te maken met de zee.»

Twee zomers

Eén, zondag 20 februari, 20.55

Tom Vermeir Beeld Humo
Tom VermeirBeeld Humo
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234