Typhoon in 'Zomergasten'Beeld VPRO

Televisie★★★★☆

‘Zomergasten’ op NPO2: ‘Het was moeilijk om níét voor Typhoon te vallen’

Glenn de Randamie dronk gemberthee, en dus viel het ergste te vrezen. Ten onrechte, zo bleek, want deze ‘Zomergasten’ - het Nederlandse interviewprogramma dat al sinds 1988 loopt zonder eelt onder de voetzolen te krijgen - ritselde niet zomaar voorbij. In de drie uur dat De Randamie - 36, als Typhoon tilt hij de Nederlandse hiphop uit de trivialiteit - netjes aan tafel bleef zitten bij Janine Abbring, werd cynisme geannuleerd.

Het was moeilijk om níét voor de rapper te vallen, bijvoorbeeld omdat je aan de blik in zijn ogen zag dat hij zijn beeldfragmenten niet gekozen had, niet geselecteerd. Nee: hij had ze als kleinoden uit zijn gekoesterde schatkist geaaid. ‘Hook’, de Peter Pan-film met Robin Williams, had De Randamie ‘al minstens veertig keer’ gezien. Ik gelóófde hem, en ik wilde zijn vriend worden: ik aard alleen in het gezelschap van mensen die zonder schaamte hun herinneringen op koperpoets trakteren, en jagen op de ontroering van de eerste keer, altijd weer.

Je moest jezelf ook al flink met liefdeloze apathie gedrogeerd hebben om niet ontroerd te raken door die fragmenten. Beethoven die zich losmaakte van de structuur van het blad, Miles Davis die in de studio een koninkrijkje zonder raciale spanningen bouwde, ‘De sekszusjes’ van de VPRO die al kutjekleiend Piemel & Vagina probeerden te evacueren uit de vergaderzaal van Schuld & Schaamte, Billy Elliot die zich een vergezicht bij elkaar danste: het was allemaal treffend, móói, en het ging ook nog ergens over.

Bevrijding, met name, de mens die z’n boeien, kettingen en korsetten afwerpt en naar het containerpark voert. Alles in het leven van De Randamie groeit uit vrijheidsdrang, zei hij. Dat hij die vrijheid voornamelijk bij God vindt, toch geen hardnekkige liberaal, klinkt contradictorisch, maar wie De Randamie zondagavond hoorde praten, begreep het wel: met God bedoelde hij niet zozeer de megalomane grijsaard die zich van gaartijd vergiste toen hij op een zaterdag de mens in een kookpot gooide, als wel Muziek, Durf en Liefde - ook zonder ondertitels was duidelijk dat De Randamie die woorden met hoofdletters uitsprak.

Als tiener al trok hij vaak in z’n eentje het bos in om er te ‘chillen met God’. Een prikkelend beeld, zeker, al vroeg ik me wel af hoe zo’n playdate dan precies tot stand kwam. Had God - ‘Om twee uur bij de omgevallen beuk! Ik breng paprikachipjes en limonade mee, jij zorgt voor een dekentje en wat rookwaren’ - toen al WhatsApp?

Ergens halfweg drupten de tranen uit De Randamie’s ogen. Het betrof geen geregisseerd oogvocht, en het precieze moment maakte het nog aangrijpender: na een fragment uit ‘As It Is In Heaven’, een film over een Zweeds koor waarvan de leden zich aan allerlei narigheden moesten ontworstelen. En dus niet na het fragment uit ‘I am Not Your Negro’, waarin Martin Luther King en Malcolm X voor burgerrechten vochten, en de vraag van James Baldwin het hardnekkigst bleef kleven: ‘De onderdrukker moet zich afvragen waarom hij de onderdrukte nodig heeft.’ De Randamie herkende z’n eigen pijn ook in die Zweedse zangers, bedoel ik, niet alleen in de strijd die zijn zwarte voorbeelden voerden.

Want neen, De Randamie is niet wit of blank of bleek of hoe dat fletse tintje ook heet dat me ‘s ochtends door de spiegel weerkaatst wordt. Hij is zwart, wat je anno 2020 nog altijd op dagelijkse straftijd komt te staan in de rittenkoers die het leven is. ‘Als je de lucht ademt in een samenleving, dan adem je deels ook dat geïnstitutionaliseerde racisme. Dat komt binnen, dat kan sluimeren. Dat is die blinde vlek,’ zei hij. Op Twitter, het grote portfolio van de narcist, interpreteerden schreeuwlelijkerds dat meteen letterlijk, alsof De Randamie écht bedoelde dat stikstof, zuurstof en argon bij elke ademteug een coalitie vormen met racisme. Ook Geert Wilders, het pafferige piemeltje van de Nederlandse politiek, vervoegde de club met zo’n natte scheet. Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb, zal ik doctoreren op het verband tussen ‘mooi bedachte metaforen moedwillig niet begrijpen’ en ‘saaie rechtse praatjes ’.

Enfin, ‘Zomergasten’ dus: af en toe raakte De Randamie me even kwijt. Over de pijn, het onbehagen en het verdriet in zijn leven heeft hij een film van goedaardig optimisme gelegd. Elk van zijn dagen moet een triomf van vitalisme zijn, zo leek het wel, en daar hoort ook een woordenschat bij: iets te vaak speelde hij zondagavond balletje-balletje met pluizig vocabulaire als ‘licht’ en ‘energie’. Nu goed: daaruit sprak vooral het diepe verlangen om de dingen góéd te doen, om het leven érnstig te nemen - en dus leek het me ongepast om naar m’n televisiescherm te roepen dat dat leven ook maar gewoon een voorafbetaling aan de dood is.

Deze eerste ‘Zomergasten’ van het jaar kreeg een zinderende, zuiverende finale. In het laatste fragment zong Aretha Franklin ‘Amazing Grace’, en plots kreeg ik bezoek van iemand die m’n hele zieltje oliede. Was het God? Verwachtingsvol greep ik naar mijn mobiel. Helaas: Hij heeft nog altijd geen WhatsApp. 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234